Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Hypotheekrente niet aftrekbaar als verplichting levensonderhoud

31 december 2018

X en Y zijn in 2009 gescheiden zonder opmaak van een convenant. Y verlaat de gezamenlijke woning en X blijft daar wonen. X betaalt de volledige hypotheekrente en brengt deze in aftrek voor inkomstenbelasting. Bij de alimentatiebepaling houdt de rechter rekening met de volledige hypotheekrente die X betaalt. Volgens de Hoge Raad is hier geen sprake is van wettelijke verplichting voor levensonderhoud.

Hypotheekrente geen wettelijke verplichting levensonderhoud

Na de scheiding verlaat Y de gezamenlijke woning. X blijft daar wonen en betaalt de volledige hypotheekrente. Eind 2010 beslist de rechter dat X alimentatie moet betalen voor Y. Bij het vaststellen van de hoogte van de alimentatie houdt de rechter rekening met de inkomsten en uitgaven van X, waaronder de volledige hypotheekrente. X is daarom van mening dat hij het door hem betaalde deel van hypotheekrente van Y in aftrek mag brengen voor de bepaling van de inkomstenbelasting. Hij is van mening dat dit deel van de hypotheekrente deel uitmaakt van de alimentatie.

Het Hof vindt dat het feit dat bij vaststelling van de partneralimentatie in de draagkrachtberekening bij X rekening is gehouden met de volledige hypotheeklasten, niet zonder meer betekent dat er sprake is van een verplichting tot het betalen van het  hypotheekrentedeel van Y. X heeft volgens het Hof niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een overeenkomst tussen hem en Y die inhoudt dat X de verplichting heeft om het  deel van Y van de rente en premies te voldoen.

Vergeefs beroep op wettelijke verplichting tot levensonderhoud

X vindt dat vaststaat dat hij de volledige hypotheekrente en premies levensverzekering heeft betaald naar aanleiding van de rechterlijke beslissing betreffende de alimentatieplicht. Hij concludeert hieruit dat hij de rente dus betaalt op grond van het familierecht van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Om die reden mag hij de hypotheekrente voor het deel van Y in aftrek brengen op grond van artikel 6.3, lid 1, letter a, Wet IB 2001, aldus X.

De Hoge Raad bevestigt dat het in artikel 6.3 Wet IB 2001 gaat om periodieke uitkeringen en verstrekkingen waarvan de wettelijke verplichting tot het doen van de uitkeringen rechtstreeks uit het familierecht volgt. Zo’n wettelijke verplichting kan blijken uit een rechterlijke uitspraak waarbij een uitkering tot levensonderhoud is toegekend. Volgens de Hoge Raad betekent de enkele omstandigheid dat bij de draagkrachtbepaling van X in een rechterlijke uitspraak ermee rekening is gehouden dat X de volledige hypotheeklasten betaalt echter niet zonder meer dat op hem een wettelijke verplichting rust tot het doen van een uitkering tot levensonderhoud. Het beroep van X faalt.

Commentaar

Bij echtscheidingen zien we vaker dat één van de echtgenoten in de gezamenlijke woning blijft wonen. Als de helft van de woning en de bijbehorende hypotheekschuld niet worden overgedragen aan degene die in de woning blijft wonen, dan mag deze (na twee jaar) alleen de rente in aftrek brengen die betrekking heeft op zijn eigendomsdeel van de woning. En tegen die situatie liep X aan. Hij had dit kunnen voorkomen door met Y overeen te komen, dat zij haar eigendoms- en hypotheekdeel aan hem over zou  dragen. Het is ons onduidelijk waarom X en y dit niet hebben gedaan.

Een paar dagen vóór deze uitspraak was er een uitspraak van het Hof Den Bosch, waarin een beroep op artikel 6.3 Wet IB 2001 eveneens faalde. In die zaak maakte de belanghebbende niet aannemelijk dat sprake was van een in rechte vorderbare periodieke uitkering die berust op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud van zijn ex-partner.

Uit deze uitspraken blijkt het belang van een scheidingsadviseur die op de hoogte is van de fiscaliteit omtrent de scheiding. Het lijkt erop dat deze in beide uitspraken ontbrak.

 

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hoge Raad, 16 november 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 december 2018.