Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Inhouding verzekeraar bij afkoop lijfrente is geen te verrekenen voorheffing

19 februari 2019

De lijfrenteverzekering van X expireert op 29 december 2012. Omdat X in 2013 geen lijfrente aankoopt maakt de verzekeraar het kapitaal van de lijfrenteverzkering over aan X met inhouding van een bedrag voor loonheffing. X wil dit bedrag bij zijn aangifte inkomstenbelasting als voorheffing in mindering berengen. De Hoge Raad staat dit niet toe.

Expiratie lijfrenteverzekering

X sloot op 29 december 1989 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule bij verzekeraar Y. De lijfrenteverzekering viel onder het zogenoemde pré-Brede Herwaarderingsregime. De verzekering expireerde op 29 december 2012. X koopt geen lijfrente aan en verzoekt Y het kapitaal aan hem uit te keren.

Y zendt op 10 april 2015 een brief aan X waarin staat dat zij het kapitaal van € 65.345 zal uitkeren aan X. In diezelfde brief staat:

“Met de uitkering verrekenen wij de volgende bedragen:

(…)

Loonbelasting en premies volksverzekeringen € 33.979,00”

Pas in 2015 keert Y een bedrag uit aan X van € 31.366. Door Y vindt geen afdracht plaats van de in de brief genoemde loonbelasting en premie volksverzekeringen. Op verzoek zendt Y op 17 oktober 2017 aan de inspecteur een e-mail waarin onder meer staat:

“Wij hadden bij de afkoop van polis met nummer [00000] geen loonheffing moeten achterhouden. Dit hebben wij per abuis wel gedaan. Dit hebben wij echter niet afgedragen aan de Belastingdienst maar staat nog intern bij [Y] gereserveerd. Wij hebben op 1 juni 2017 gepoogd om contact te zoeken met de heer [X] (…) Het ten onrechte achterhouden bedrag aan loonheffing kunnen wij aan de heer [X] uitkeren zodra wij met hem in contact gekomen zijn.”

Bij het vaststellen van de aangifte IB 2013 rekent de inspecteur de afkoopsom van € 65.345 tot het inkomen van X. X maakt bezwaar want hij vindt dat het door Y ingehouden bedrag moet worden verrekend met de inkomstenbelasting.

Geen verrekening ingehouden bedrag

Volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de geheven loonbelasting verrekend met de aanslag in de IB. Maar de rechter stelt vast dat Y in deze geen loonbelasting heeft ingehouden. De afkoopsom van de lijfrenteverzekering is niet op grond van de Wet LB aan te merken als loon en is daarom niet aan de inhouding van loonbelasting onderworpen. Dit houdt in dat Y ter zake van de onderhavige inkomsten niet inhoudingsplichtig is. Het bedrag dat Y bij de uitkering in 2015 ter zake van de aanspraak op lijfrente heeft achtergehouden, kan naar het oordeel van de rechter daarom niet worden aangemerkt als geheven loonbelasting.

De rechter gaat ook nog in op de vraag of de niet ingehouden loonbelasting niettemin kan worden verrekend, omdat X, gelet op de brief van Y van 10 april 2015, te goeder trouw mocht menen dat Y loonbelasting heeft ingehouden. Deze stelling van X faalt omdat Y ter zake van de onderhavige inkomsten geen inhoudingsplichtige is. De enkele verwijzing naar de brief van 10 april 2015 is onvoldoende. Want de afkoopsom is niet aan te merken als loon en daarom niet aan de inhouding van loonbelasting onderworpen.

In cassatie bij de Hoge Raad stelt X, dat net als bij de vermelding van omzetbelasting, ook rekening moet worden gehouden met de in de opgaaf van Y vermelde inhouding loonbelasting. De Hoge Raad verwerpt deze stelling omdat een dergelijke bepaling nu eenmaal niet is opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964. De Hoge Raad concludeert dat de klacht van X niet tot cassatie kan leiden.

Commentaar

Verzekeraars die een lijfrente uitkeren aan binnenlandse belastingplichtige moeten loonheffing inhouden. De inhoudingsplicht geldt echter niet bij het verstrijken van de wettelijke termijn. Als de belastingplichtige na de uiterste datum van de wettelijke termijn geen lijfrente heeft aangekocht wordt geacht dat de lijfrente is afgekocht (onderdeel O, zesde lid, Invoeringswet Wet IB 2001). In dat geval heeft de verzekeraar geen inhoudingsplicht maar moet zij de fictieve afkoop resigneren aan de Belastingdienst. De belastingplichtige dient de fictieve afkoop op te nemen in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Y ging in de brief van 10 april 2015 nog uit van afkoop van de lijfrente. Maar dat kon in 2015 niet meer omdat de wettelijke termijn al op 31 december 2013 was verstreken. Y herstelde deze fout door geen loonbelasting af te dragen. Kennelijk kon Y daarna X niet meer vinden om het niet uitgekeerde bedrag van € 33.979 alsnog aan hem uit te betalen.

Het is vreemd dat X het ingehouden bedrag alsnog via korting op zijn inkomstenbelasting wilde terughalen. En dit verzoek volhield tot aan de hoge Raad. Immers volgens de e-mail van 17 oktober 2017 van Y aan de inspecteur, kon X dit ingehouden bedrag zonder problemen terugvragen van Y.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Hoge Raad, 8 februari 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 18 februari 2019.