Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Inkomensgrens voor pensioenuitkeringen in Verdrag Nederland-Duitsland verhindert keuze om pensioen in Duitse heffing te betrekken

Inkomensgrens voor pensioenuitkeringen in Verdrag Nederland-Duitsland verhindert keuze om pensioen in Duitse heffing te betrekken

22 juni 2020

Op grond van het Belastingverdrag Nederland-Duitsland 2012 mag Nederland heffen over pensioenuitkeringen tot € 15.000. Deze grens is overeengekomen als gevolg van bilateraal overleg tussen Nederland en Duitsland. Het Verdrag is goedgekeurd door het Parlement. Een belastingplichtige heeft dus niet de keuze zijn inkomen in de Duitse belastingheffing te betrekken.

Verdrag Nederland-Duitsland in strijd met de Grondwet?

De heer X woonde in 2014 en 2016 in Nederland. Hij ontving in die jaren onder ander twee pensioenuitkeringen vanuit Duitsland. Beide uitkeringen bleven onder de grens van € 15.000 zoals genoemd in artikel 17, tweede lid van het Belastingverdrag Nederland-Duitsland 2012. Dat betekent dat het heffingsrecht over deze pensioenuitkeringen in dit geval is toegewezen aan Nederland.

X stelt zich op het standpunt dat de heffing over de uit Duitsland ontvangen uitkeringen in strijd is met artikel 1 van de Grondwet. Hij wijst daarbij op twee internationale concerns die volgens hem geen belasting betalen in Nederland. Kennelijk is hij van mening dat hij hierdoor ten opzichte van deze bedrijven ongelijk wordt behandeld. De rechtbank Gelderland is hier snel mee klaar. Op grond van artikel 120 Grondwet mag de rechter de grondwettigheid van wetten en verdragen niet toetsen.
De klacht van X dat zijn aanslagen hoger zijn vastgesteld dan met hem vergelijkbare gevallen vindt de rechtbank niet aannemelijk. De twee genoemde bedrijven zijn geen aan de situatie van X gelijke gevallen.

Verdrag Nederland-Duitsland nietig, vanwege willekeurige grens?

X neemt ook het standpunt in dat het Belastingverdrag Nederland-Duitsland 2012 nietig is, omdat de inkomensgrens van € 15.000 als genoemd in artikel 17, tweede lid van het Verdrag willekeurig zou zijn. Artikel 17 van het Verdrag luidt als volgt:

Artikel 17. Pensioenen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen

  1. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 18, tweede lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een verdragsluitende staat slechts in die staat belastbaar. Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende staat (socialezekerheidspensioenen) aan een inwoner van de andere verdragsluitende staat zijn slechts in die andere staat belastbaar.
  2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid, mag een pensioen of andere soortgelijke beloning, alsmede een lijfrente of socialezekerheidspensioen ook worden belast in de verdragsluitende staat waaruit het afkomstig is, in overeenstemming met de wetgeving van die staat, indien het totale bruto bedrag ervan in enig kalenderjaar de som van 15.000 euro te boven gaat.

 

Ook hier was de rechtbank snel mee klaar. Deze inkomensgrens is overeengekomen als gevolg van bilateraal overleg tussen Nederland en Duitsland. Het Verdrag is parlementair behandeld en goedgekeurd door de Tweede Kamer. De inkomensgrens, die volgend X arbitrair is, is niet willekeurig en maakt naar het oordeel van de rechtbank het Verdrag niet nietig.

De conclusie van de rechtbank is dan ook dat als gevolg van het aan Nederland toegewezen heffingsrecht over pensioenen tot € 15.000 X niet de keuze heeft om zijn inkomen in de Duitse belastingheffing te laten betrekken.

Hof bevestigt oordeel rechtbank

X ging in beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht en op goede gronden oordeelde dat de aanslagen van X over 2014 en 2016 juist zijn vastgesteld. De rechtbank heeft volgens het hof terecht en op goede gronden geoordeeld dat de uit Duitsland ontvangen uitkeringen van X tot zijn bijdrage-inkomen behoren, zodat ook de aanslag bijdrage Zorgverzekeringswet tot het juiste bedrag is opgelegd.

Het hof bevestigt dan ook de uitspraak van de rechtbank.

Commentaar

Het blijft verbazingwekkend waarover sommige mensen (blijven) procederen. Na bij de rechtbank volledig de kous op de kop te hebben gekregen, ging X toch in hoger beroep. Zijn argumenten zijn echter volstrekt onvoldoende. Van ongelijke behandeling is alleen sprake als gelijke gevallen ongelijk behandeld worden. Ongelijke gevallen mogen ongelijk behandeld worden naar de mate van ongelijkheid. Dat een gepensioneerde zoals X niet vergelijkbaar is met een internationaal concern, lijkt ons evident.

Uiteraard is een grens zoals opgenomen in artikel 17 van het Verdrag Nederland-Duitsland in zoverre willekeurig dat partijen ook voor een andere grens hadden kunnen kiezen. Maar dat geldt voor elke getalsmatige grens. In diverse ander verdragen zijn soortgelijke bepalingen, met andere grensbedragen, opgenomen. In de Verdragen met België en Ierland ligt de grens bijvoorbeeld op € 25.000. Een dergelijke grens is echter het resultaat van de onderhandelingen tussen de verdragsluitende partijen, die zijn onderworpen aan de parlementaire controle en uit dien hoofde dus niet willekeurig. Dat had X zich toch ook moeten beseffen alvorens een dergelijke kostbare procedure te starten.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 mei 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4173

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 19 juni 2020.