Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Inspecteur verliest recht tot navordering belasting

24 september 2018

Een echtpaar verhoogt in 2007 de hypothecaire geldlening in verband met een verbouwing. De inspecteur vraagt in 2013 om bewijzen van de kosten van de verbouwing. Echtpaar heeft geen betalingsbewijzen, maar wel foto’s van de verbouwing. De foto’s worden niet als bewijs beschouwd door inspecteur, rechtbank en Hof. Het Hof honoreert wel het beroep op verjaring.

Wel of geen eigenwoningschuld?

Een echtpaar verhoogt in 2007 de hypothecaire geldlening in verband met een verbouwing. De belastinginspecteur vraagt in 2013 om bewijzen van de kosten van de verbouwing in verband met aftrekbare kosten eigen woning. Het echtpaar heeft geen betalingsbewijzen, maar wel foto’s van de verbouwing.

Het echtpaar is van mening dat er voldoende bewijs is aangeleverd. Maar zowel de inspecteur, als de rechtbank, als het hof zijn het daar niet mee eens.

De inspecteur geeft aan dat hij wel overtuigd is dat er is verbouwd, maar dat de kosten van deze verbouwing niet voldoende zijn bewezen met de in de wet bedoelde “schriftelijke bescheiden”. In 2004 heeft de Hoge Raad hierover het volgende geoordeeld:

“3.5. Het stellen van het tweede vereiste, te weten dat de verbetering of het onderhoud met schriftelijke bescheiden is te staven, is, naar mag worden aangenomen, ingegeven door de wens om – nu bij geldleningen voor dit doel de omvang en het tijdstip van de uitgaven waarvoor de geldlening is aangegaan veelal minder eenvoudig zijn vast te stellen dan bij aankoop van een eigen woning – discussies daarover zoveel mogelijk te voorkomen.

(…..)”.

Dit arrest heeft betrekking op een nog door de Wet op de inkomstenbelasting 1964 beheerste situatie maar geldt ook hier, aangezien volgens zowel deze wetgeving als volgens de Wet IB 2001 de kosten voor verbouwing moeten worden gestaafd met schriftelijke bescheiden. Het Hof is van mening dat de aangeleverde stukken niet de in de wet gevraagde schriftelijke bescheiden zijn.

Echtpaar mag niet vertrouwen op het volgen van eerdere aangiften

Het echtpaar is van mening dat de Inspecteur, omdat hij pas in 2013 om de schriftelijke bescheiden vroeg, te laat is. Bovendien heeft de Inspecteur de aangiften van de jaren 2007 tot en met 2009, dus na de verhoging van de hypothecaire schuld, zonder correctie gevolgd. Ook de jaren 2013, 2014 en 2015 zijn de aangiften op basis van de hypotheekschuld inclusief de verhoging in 2007 afgehandeld. Rechtbank en hof geven aan dat het volgen van de aangiften in eerdere jaren niet betekent dat het echtpaar geen schriftelijk bewijs hoeft aan te voeren voor de kosten van de verbouwing in 2007.

Verjaring

Het hof geeft aan dat de inspecteur wellicht te laat is geweest om nog bewijs (schriftelijke bescheiden) te vragen. Het hof verwijst in dit verband naar hetgeen de Advocaat-Generaal (A-G) Overgaauw in zijn conclusie voor onder meer HR 21 september 2007 vermeldt. Overgaauw geeft aan dat een Inspecteur niet in lengte van dagen bewijs mag vragen, tenzij sprake is van omstandigheden die zich ieder jaar opnieuw voordoen. Hierbij moet worden afgevraagd of kosten van verbouwing die maar één keer voorkomen, maar wel een doorlopend gevolg hebben, ook als ‘jaarlijks opnieuw voordoen’ worden beschouwd. Overgaauw geeft aan dat de bewijslast van aftrekposten rust op de belastingplichtige, maar dat in de privé-sfeer geen algemene bewaarplicht geldt. Daarom moet voor de verjaring worden aangesloten bij de navorderingstermijn van vijf jaar over het jaar waarin de verbouwing én verhoging van de hypothecaire geldlening heeft plaatsgevonden.

Conclusie hof:

Volgens het hof staat vast dat voor het indienen van de aangifte 2007, waar de verhoging van de eigenwoningschuld plaatsvond, geen uitstel voor de indiening van die aangiften is verleend. Hierdoor is de navorderingstermijn in 2013 verstreken. De Inspecteur heeft zes jaren na de verhoging van de hypotheek om de schriftelijke bescheiden gevraagd. Gelet op hetgeen de A-G Overgaauw heeft geconcludeerd in bovengenoemd arrest, heeft de Inspecteur zijn recht op schriftelijke bescheiden op te vragen verspeeld. Daarbij komt dat ook in de jaren daarna, in 2013 tot en met 2015 de aangiften steeds zijn gevolgd.

Commentaar

Als de eigenwoningschuld op dezelfde woning wordt verhoogd en in dat verband meer rente in aftrek op het belastbare inkomen wordt gebracht, kan de Inspecteur vragen om te bewijzen waarom de eigenwoningschuld wordt verhoogd. De bewijslast ligt bij de belanghebbende(n), in dit geval het echtpaar. In de Wet IB 2001 wordt gesteld dat het bewijs moet bestaan uit schriftelijke bescheiden waaruit de kosten voor verbetering van de woning moeten blijken.

Het echtpaar bezit deze bescheiden niet meer doordat ze die per ongeluk had weggegooid. De bewijzen die ze nog wel hadden zijn overlegd, maar waren niet voldoende. Ook het feit dat de aangiften vanaf 2007 over meerdere jaren gewoon waren gevolgd was niet voldoende om onder de bewijslast uit te komen. Maar de inspecteur moet wel binnen vijf jaar na de verhoging van de eigenwoningschuld en de aangifte daarvan vragen om bewijs, anders is het recht van navordering verspeeld.

Kosten van verbouwing werden tot 2014, mits bewezen, als eigenwoningschuld aangemerkt. Na deze datum is ook de eigenwoning waarde van belang. Nu moet niet alleen bewijs worden geleverd van de kosten voor de verbouwing, maar ook van de waardevermeerdering van de eigenwoning. Als de waardevermeerdering lager is dan de verhoging van de hypothecaire lening, zal de rente over deze lening niet volledig aftrekbaar zijn. Nog meer bewijslast dus.

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Den Bosch, 8 juni 2018

 Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 21 september 2018