Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Instemming pensioenuitvoerder essentieel bij afwijkende afspraken pensioenverdeling

Instemming pensioenuitvoerder essentieel bij afwijkende afspraken pensioenverdeling

19 april 2020

Bij scheiding zien X en B af van verdeling van het pensioen. Over het bijzonder partnerpensioen wordt niet gerept. Volgens C heeft zij recht op het deel van het partnerpensioen van B. Het hof denkt daar anders over.

Ex-partner tekent afstandsverklaring bijzonder partnerpensioen niet

De heer X is 1996 tot 2003 gehuwd met B. Het huwelijk met B werd in 2003 omgezet in een geregistreerd partnerschap dat vervolgens werd beëindigd op 4 september 2003. In 2004 trouwde X met C. In 2019 eindigt dit huwelijk door overlijden van X.

Bij de scheiding tussen X en B kwamen zij in de overeenkomst omtrent beëindiging van het geregistreerd partnerschap overeen: “Partijen zien uitdrukkelijk af van iedere vorm van pensioenverevening of pensioenverrekening.”

Volgens C verkeerde haar overleden man in de veronderstelling dat hij het pensioen afdoende had geregeld in de beëindigingsovereenkomst met B. En was het de bedoeling dat B en X over en weer afstand zouden doen van het ouderdoms- en partnerpensioen. Toen in 2019 bleek dat met betrekking tot een afspraak over het nabestaandenpensioen een expliciete vermelding in de overeenkomst moest staan of dat B een afstandsverklaring moest ondertekenen, heeft X – volgens C – mevrouw B gevraagd een afstandsverklaring te tekenen. B heeft de afstandsverklaring niet getekend.

Na overlijden van haar echtgenoot stapt C naar de rechter. Volgens C komt B de afspraken in de beëindigingsovereenkomst niet na. Volgens is B met haar overleden echtgenoot overeengekomen dat zij uitdrukkelijk zou afzien van iedere vorm van pensioen. Nadat de rechtbank mevrouw C al in het ongelijk had gesteld, gaat C in hoger beroep.

Pensioenuitvoerder heeft zich niet akkoord verklaard met de afwijkende afspraken

Ook bij het hof krijgt C haar gelijk niet.

Volgens het hof is artikel 8 van de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) van toepassing op het nabestaandenpensioen. (Dit artikel is in de Pensioenwet opgenomen in artikel 57). Dit artikel bepaalt –kort gezegd -dat de gewezen echtgenoot (i.c. B) een aanspraak krijgt op een bijzonder partnerpensioen wanneer het partnerpensioen een waarde heeft, tenzij de echtelieden (en geregistreerd partners) bij huwelijkse voorwaarden of een schriftelijke overeenkomst anders overeenkomen. Die overeenkomst is alleen geldig wanneer de pensioenuitvoerder zich bereid heeft verklaard akkoord te gaan met die afwijkende afspraak en het daaruit voortvloeidende risico wil dekken.

Volgens het hof blijkt nergens uit dat de pensioenuitvoerder zich akkoord heeft verklaard met die afwijkende afspraken. Met andere woorden, ook al zouden X en B afstand van het bijzonder partnerpensioen overeengekomen, dan staat mevrouw C niet in haar gelijk door het ontbreken van de akkoordverklaring van de pensioenuitvoerder

Commentaar

Uit deze uitspraak blijkt maar weer hoe belangrijk het is om ook de pensioenzaken bij scheiding goed te regelen. En dat – wanneer er afwijkende afspraken worden gemaakt over de verdeling van het pensioen – er ook duidelijk moet worden aangegeven wat de bedoeling is van zowel het ouderdoms- als het bijzonder partnerpensioen. De verdeling van het ouderdomspensioen en het bijzonder partnerpensioen worden namelijk geregeld in verschillende wetten: De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding en de Pensioenwet (voorheen PSW). Daarnaast is het bij afwijkende afspraken noodzakelijk dat de pensioenuitvoerder daarmee akkoord gaat. Ook na de invoering van de Wet verdeling pensioen bij scheiding 2021 verandert dit niet.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 april 2020

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 april 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:2865)