Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Intentie vestigen in Nederland onvoldoende voor opbouw AOW

2 juli 2019

X is geboren en getogen in Suriname. In 1971 komt hij voor een studie naar Nederland met de intentie daar vervolgens te gaan werken. Na zijn studiejaar gaat hij terug naar Suriname voor één jaar, omdat zijn moeder ziek is. Daarna komt hij weer terug naar Nederland om zich te vestigen. X krijgt over het studiejaar geen AOW toegekend. X is het daar niet mee eens.

Duurzame band van persoonlijke aard met Nederland

X geeft aan dat hij het niet eens met de beslissing van de SVB om het studiejaar niet mee te nemen bij de toekenning van de AOW, omdat hij deze studie in Nederland ging volgen om een baan in Nederland te kunnen krijgen. Hij had de studie niet nodig voor een baan in Suriname. Volgens X was het zijn intentie om in Nederland te blijven. Alleen door de ziekte van zijn moeder keerde hij na de studie terug naar Suriname voor een jaar om vervolgens weer in Nederland te gaan wonen en werken. De rechtbank Rotterdam acht in 2017 (31 maart 2017, 16/3228 ) de beslissing van de SVB om het studiejaar niet mee te rekenen voor de AOW gegrond. De rechtbank is van oordeel dat X gedurende het studiejaar geen ingezetene was van Nederland. Hierbij gaat de rechtbank ervan uit dat X wel tijdens het studiejaar in Nederland heeft gewerkt en een zelfstandige woonruimte had. Maar dat is, zelfs in samenhang met het Nederlanderschap, onvoldoende reden om aan te nemen dat X toen al direct een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland had. Zeker gezien het feit dat X na het studiejaar meteen terugging naar Suriname. X onderbouwde niet dat deze terugkeer met de gezondheid van zijn moeder te maken had. Ook is niet gebleken dat X de intentie had zich blijvend in Nederland te vestigen. X gaat in hoger beroep.

Deugdelijk en toereikend motiveren is noodzakelijk

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) geeft aan dat ingezetene in de zin van de AOW iemand is die in Nederland woont. Waar iemand woont wordt naar de omstandigheden beoordeeld. De CRvB verwijst naar enkele uitspraken van de Hoge Raad (HR). Hierin geeft de HR aan dat voor de bepaling waar iemand woont rekening moet worden gehouden met alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Hierbij is bepalend of deze omstandigheden van dien aard zijn dat een duurzame band van persoonlijke aard bestaat tussen de betrokkene en Nederland.

Ingezetenschap

De feiten zijn relevant voor de vraag of iemand ingezetene is. X geeft aan dat hij in Nederland kwam studeren met de intentie hier te blijven. Feit is dat X voor één jaar studie in Nederland was en gedurende een deel van die tijd over zelfstandige woonruimte beschikte. Maar daaruit kan volgens de CrvB niet de intentie worden afgeleid dat X zich duurzaam in Nederland wilde vestigen. De omstandigheden op zichzelf zijn onvoldoende om te spreken van een duurzame band van persoonlijke aard. Alles bij elkaar genomen kan volgens de CRvB slechts worden geconstateerd dat X in verband met zijn studie één jaar in Nederland heeft verbleven. Dat is onvoldoende om ingezetenschap aan te nemen.

Arbeid

X stelde gedurende het studiejaar ongeveer 21 uur per week werkzaam te zijn geweest in de Rotterdamse haven. Hij was daar naar eigen zeggen onderworpen aan de loonbelasting en betaalde AOW-premie. Ter onderbouwing daarvan overlegde hij een tweetal verklaringen van zijn neef en diens echtgenote. Volgens de CRvB is er naast deze verklaringen geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat X tijdens het studiejaar aan loonbelasting onderworpen was. Hiermee is niet voldaan aan het deugdelijk en toereikend motiveren waarom de eerdere vaststelling van de SVB onjuist was.

Ook de CRvB stelt de SVB in het gelijk.

Commentaar

X krijgt 84% van de AOW toegekend in plaats van 86%, waar hij meent recht op te hebben. In geding is hier het enkele studiejaar in Nederland, waarna X weer vertrok naar Suriname.

Uit deze uitspraak blijkt dat de CRvB en de rechter niet zomaar aannemen dat iemand ingezetene is geweest wanneer hij, na een korte periode in Nederland te hebben gewoond weer vertrekt naar het buitenland. De rechtbank en de CRvB zijn niet overtuigd dat X de intentie had om in Nederland te blijven en alleen een jaar is teruggegaan naar Suriname vanwege zijn zieke moeder.

Auteur: Joanna Hildering, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 21 juni 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 juli 201