Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Internetconsultatie Verzamelwet Pensioenen 2019

9 mei 2018

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid start een internetconsulatie over het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019. Het wetsvoorstel omvat diverse onderwerpen waarover de markt geconsulteerd wordt. Wij lichten er een aantal voor u uit.

Verzamelwet Pensioenen 2019

Het is de bedoeling dat de Verzamelwet Pensioenen 2019 (Verzamelwet) de pensioenwetgeving verbetert. Het wetsvoorstel Verzamelwet omvat onder meer wijzigingen in het kader van de volgende onderwerpen:

1. Waardeoverdracht;

2. Gegevenslevering DNB;

3. Overbruggingspensioen;

4. Medezeggenschap kleine ondernemingen;

5. Premiebetaling op basis van feitelijk verloonde bedragen per maand;

6. Aanwijzingsbevoegdheid toezichthouder.

Aanpassing afkooptermijn waardeoverdracht klein pensioen

Volgens de overgangsregeling in de Wet waardeoverdracht klein pensioen hebben pensioenuitvoerders bij kleine pensioenen, die zijn ontstaan in het jaar 2017, op zijn vroegst twee jaar nadat de deelneming is geëindigd het recht op afkoop. Bij deze afkoop geldt dat de gewezen deelnemer moet instemmen met de afkoop. Voor deze aanspraken uit 2017 geldt geen zes maandentermijn waarin de pensioenuitvoerder een eenzijdig afkooprecht heeft. Dit in tegenstelling tot kleine pensioenen die zijn ontstaan vóór 2017.

De uitvoeringspraktijk gaf aan dat dit overgangsrecht niet goed werkbaar is. Pensioenuitvoerders moeten hun (vaak geautomatiseerde) afkoophandelingen aanpassen voor een zeer beperkte periode. Daarom wordt voorgesteld om de huidige eenzijdige afkoopmogelijkheid binnen zes maanden na twee jaar na einde deelneming nog volledig van toepassing te verklaren op alle kleine pensioenen die zijn ontstaan voor1 januari 2018.

Governance bij waardeoverdracht klein pensioen

Het verantwoordings- en belanghebbendenorgaan hebben volgens de Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling respectievelijk advies- of goedkeuringsrecht bij gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds. Hetzelfde geldt bij de overname van verplichtingen door het pensioenfonds. Een bulkoverdracht van kleine pensioenen is aan te merken als een gedeeltelijke overdracht van verplichtingen of overname van verplichtingen bij een inkomende bulkoverdracht. Het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan heeft geen advies- of goedkeuringsrecht bij individuele waardeoverdrachten.

In het kader van de waardeoverdracht van bestaande kleine pensioenen is niet beoogd dat het verantwoordings- of belanghebbendenorgaan zich uitspreken over de feitelijke overdrachten. Hun advies en goedkeuring zou moeten zien op het beleid van het fonds in het kader van het al dan niet meedoen aan de overdracht van bestaande kleine aanspraken. Er wordt voorgesteld dat in dit wetsvoorstel te verduidelijken. Daarbij wordt meegenomen dat inkomende waardeoverdrachten buiten het advies- en goedkeuringsrecht vallen. Op grond van de Wet waardeoverdracht klein pensioen zijn pensioenuitvoerders verplicht deze te accepteren.

Overbruggingspensioen

Tot 1 juli 2016 bestond een tijdelijke regeling waarbij variabilisering werd toegestaan van al ingegaan ouderdomspensioen. Deze regeling was specifiek bedoeld voor mensen die vóór 1 januari 2016 vervroegd met pensioen waren op het moment dat de AOW-leeftijd (versneld) werd verhoogd. De tijdelijke regeling stelde hen in staat om de onverwachte verhoging van de AOW-leeftijd op te vangen door het al lopende pensioen aan te passen uiterlijk bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en 5 maanden. De mate van variabilisatie van pensioen moet in beginsel uiterlijk bij het ingaan van het pensioen worden vastgesteld. Niet iedereen die van deze mogelijkheid gebruik kon maken heeft dit ook gedaan. Er is een herkansing gecreëerd voor deze groep gepensioneerden (‘spijtoptantenregeling’)

Er zijn ook mensen die ná 31 december 2015 vervroegd met pensioen zijn gegaan, en vanaf 2022 te maken kunnen krijgen met een hogere AOW-leeftijd dan de AOW-leeftijd die volgens de stand van zaken ten tijde van het ingaan van pensioen voor die mensen zou gelden. Dit betreft derhalve mensen die hun ouderdomspensioen met meer dan vijf jaar hebben vervroegd. Omdat het beeld van deze deelnemers zo divers is, wordt er alsnog een extra keuzemogelijkheid gecreëerd. De variabilisatie van reeds ingegaan pensioen kan worden aangepast wanneer mensen met een inkomensgat te maken krijgen vanwege een verhoging van de AOW-leeftijd. Het gaat daarbij specifiek om werknemers waarvan het pensioen meer dan vijf jaar vóór de voor hen geldende AOW-leeftijd is ingegaan en die te maken krijgen met een verhoging bericht

Versterken medezeggenschap bij kleine ondernemingen

Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Het is van groot belang dat deze arbeidsvoorwaarde voor zo veel mogelijk mensen goed geregeld is. Passende medezeggenschap is daar een belangrijk onderdeel van, ook bij kleine ondernemingen (ten minste 10 en minder dan 50 werknemers). Met dit wetsvoorstel wordt daarom uitvoering gegeven aan de toezegging om de bevoegdheden van de personeelsvergadering en personeelsvertegenwoordiging op enkele punten wettelijk te versterken.

De personeelsvergadering

Met dit wetsvoorstel de informatierechten versterkt van personen die werkzaam zijn in een kleine onderneming waar geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld. Uitgangspunt is dat in een dergelijke onderneming ten minste twee keer per jaar een personeelsvergadering wordt gehouden.

De ondernemer moet ten behoeve van de personeelsvergadering op eigen initiatief informatie verstrekken over het gevoerde en te voeren sociale beleid. Dit kan informatie over de arbeidsvoorwaarde pensioen betreffen, voor zover die informatie relevant is voor het collectief van de in de onderneming werkzame personen. Verder is een ondernemer verplicht advies te vragen over belangrijke veranderingen in de arbeidsvoorwaarde pensioen, als die veranderingen gevolgen hebben voor ten minste een vierde van de in de onderneming werkzame personen.

In de huidige regelgeving ontbreekt een expliciet recht voor de in de onderneming werkzame personen om op verzoek de informatie te ontvangen over de arbeidsvoorwaarde pensioen die zij redelijkerwijze nodig kunnen hebben ten behoeve van de personeelsvergadering. De regering vindt het van belang dit informatierecht expliciet in de Wet op de ondernemingsraden op te nemen.

Verder vindt de regering het van belang dat de informatie die wordt gevraagd over de arbeidsvoorwaarde pensioen schriftelijk wordt verstrekt wanneer deze informatie schriftelijk beschikbaar is bij de ondernemer.

De personeelsvertegenwoordiging

Ook aan de personeelsvertegenwoordiging moet de ondernemer op eigen initiatief informatie verstrekken over het sociale beleid. En de personeelsvertegenwoordiging heeft een adviesrecht bij belangrijke veranderingen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde pensioen, indien deze veranderingen gevolgen hebben voor ten minste een vierde van de in de onderneming werkzame personen.

Daarnaast heeft de personeelsvertegenwoordiging al een expliciet informatierecht, op grond waarvan zij onder andere informatie over de arbeidsvoorwaarde pensioen kan verkrijgen. Volgens de huidige regeling mag de ondernemer deze inlichtingen en gegevens zowel mondeling als schriftelijk verstrekken.

Om de positie van de personeelsvertegenwoordiging te versterken, worden verschillende wijzigingen voorgesteld. Net als voor de personeelsvergadering wordt voorgesteld om voor te schrijven dat de informatie over de arbeidsvoorwaarde pensioen altijd schriftelijk moet worden verstrekt, wanneer de informatie schriftelijk beschikbaar is bij de ondernemer. De ondernemer wordt ook verplicht om depersoneelsvertegenwoordiging te informeren over elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. Tot slot wordt, conform het advies van de SER, voorgesteld een initiatiefrecht voor de personeelsvertegenwoordiging te introduceren. Hiermee kan de personeelsvertegenwoordiging het onderwerp pensioen agenderen voor overleg. De ondernemer is vervolgens ook verplicht hierover in overleg te treden.

Aanwijzingsbevoegdheid toezichthouder

De huidige wettekst geeft de toezichthouder de mogelijkheid om een pensioenuitvoerder die niet voldoet aan de in de wet opgenomen verplichtingen, een aanwijzing op te leggen met als doel om op de aangegeven punten een verbetering aan te brengen. Deze bevoegdheid is expliciet gegeven voor overtredingen door pensioenuitvoerders. De aanwijzingsbevoegdheid jegens een werkgever niet expliciet in de Pensioenwet vastgelegd. Wel is het mogelijk om ook een werkgever een aanwijzing te geven. In het kader van de handhaving door de toezichthouder vindt de wetgever het wenselijk om expliciet tot uitdrukking te brengen dat de aanwijzingsbevoegdheid ook kan worden ingezet jegens andere overtreders dan pensioenuitvoerders. De voorgestelde wijziging betreft daarmee een verduidelijking van de bevoegdheden van de toezichthouder en niet zozeer een uitbreiding van bevoegdheden.

Commentaar

Internetconsultaties komen regelmatig voor. Eerder consulteerde het ministerie de pensioenmarkt over wetsvoorstellen over onder meer: wetsvoorstel Integratiewet Algemene wet gelijke behandeling (2010), Algemeen Pensioenfonds (april 2015), Afschaffing pensioen in eigen beheer (1e helft 2016) en het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 in verband met de Wet waardeoverdracht klein pensioen (augustus 2017).

De internetconsultatie over de het wetsvoorstel Verzamelwet Pensioenen 2019 startte op 1 mei en eindigt op 24 mei. Iedereen mag op alle onderdelen reageren. Reacties publiceert het ministerie tijdens de loop van de consultatie. Alleen die reacties worden gepubliceerd waarvan is aangeven, door de inzender, dat deze openbaar mogen zijn.

De beoogde inwerkingtreding van dit voorstel is 1 januari 2019.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Overheid.nl d.d. 1 mei 2018, Internetconsultatie pensioenen

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 mei 2018