Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Jaar uitstel voor invoering nieuwe pensioenstelsel

Jaar uitstel voor invoering nieuwe pensioenstelsel

12 mei 2021

Minister Koolmees stuurde op 10 mei 2021 een brief naar de Tweede Kamer over de stand van zaken uitwerking pensioenakkoord. Daarin geeft hij aan de beoogde datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen op te schuiven naar 1 januari 2023. Ook de overgangstermijn schuift een jaar op.

Wetsvoorstel wet toekomst pensioenen

In december 2020 presenteerde het ministerie van SZW de consultatieversie van het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. Deze consultatie leverde ruim 800 reacties op. Zie ons nieuwsbericht van 21 februari 2021. Het aantal reacties onderstreept volgens minister Koolmees de grote maatschappelijke betrokkenheid bij het wetsvoorstel en is waardevolle inbreng om het wetsvoorstel en daarmee het pensioenstelsel voor de toekomst te verbeteren.

Meer tijd nodig dan vooraf ingeschat

Koolmees geeft in de brief aan dat alle inbreng op de consultatieversie zorgvuldig bekeken en gewogen wordt. Gezien de complexe materie en de benodigde afstemming met betrokken partijen als sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders kost dit volgens hem meer tijd dan vooraf ingeschat.

Planning

De minister verwacht volgende maand de toezicht- en uitvoeringstoetsen aan respectievelijk de toezichthouders en de Belastingdienst uit te vragen, en advies in te winnen bij met name het College voor de Rechten van de Mens en de Raad voor de rechtspraak. Na verwerking van de toetsen en adviezen volgt nog de adviesaanvraag aan de afdeling advisering van de Raad van State. Vanwege deze (reguliere) processtappen bij een wetstraject verwacht hij het wetsvoorstel niet eerder dan begin volgend jaar naar de Tweede Kamer te kunnen zenden. Koolmees geeft aan inwerkingtreding van het nieuwe pensioenstelsel uiterlijk per 1 januari 2023 realistisch te achten.

De minister schrijft dat het voor alle betrokken partijen van belang is om tijdig inzicht te krijgen in de beoogde uiterlijke inwerkingtreding van de wet. Door hierover duidelijkheid te scheppen kunnen decentrale partijen hun voorbereidende handelingen hierop inrichten c.q. herijken, zodat zij de stelselherziening op een ordentelijke wijze kunnen vormgeven. In overleg met genoemde partijen koos Koolmees om de voorziene uiterlijke inwerkingtreding weliswaar op te schuiven, maar die vertraging zoveel mogelijk te beperken.

Vanwege de nauwe onderlinge inhoudelijke samenhang zal de wetgeving van de stelselherziening integraal, gelijktijdig voor parlementaire behandeling worden ingediend. In beginsel geldt de beoogde inwerkingtreding van uiterlijk 1 januari 2023 voor alle onderdelen van de wet. Met betrokken partijen en in samenspraak met beide Kamers zal Koolmees bezien of eerdere inwerkingtreding van onderdelen van de wet nog gewenst en mogelijk is.

Overgangsperiode schuift mee op

In samenspraak met sociale partners en pensioenuitvoerders onderzocht Koolmees of met de voorziene inwerkingtreding uiterlijk per 1 januari 2023 ook de einddatum van 1 januari 2026 te handhaven is. Het streven van genoemde partijen is en blijft om per 1 januari 2026, of waar mogelijk zelfs eerder, de overstap te kunnen maken naar het nieuwe pensioenstelsel zodat een robuuster en toekomstbestendig stelsel binnen afzienbare tijd bereikt kan worden. Het uitgangspunt blijft evenwel een zorgvuldige transitie voor iedereen, de uitvoering is een belangrijk aandachtspunt. Betrokken partijen geven aan dat niet uitgesloten is dat in sommige situaties een transitieperiode van drie jaar niet volstaat. Om deze reden acht hij het verstandig om een maximale eindtermijn op 1 januari 2027 te stellen om ook voor deze situaties een zorgvuldige transitie te kunnen accommoderen. Hij benadrukt dat partijen ervoor kunnen kiezen om binnen de transitieperiode op een eerder moment de overstap te maken. Door deze flexibiliteit in de transitieperiode kan recht worden gedaan aan wat nodig is in specifieke situaties.

Commentaar

Het hing al enige tijd in de lucht. De planning die Koolmees afgaf bij de publicatie van zijn Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord (zie ons nieuwsbericht van 22 juni 2020) bleek te ambitieus. Zoals de aanwezige Tweede Kamerleden aangaven op het Flitscongres dat Aegon samen met de VU organiseerde op 5 februari 2021 , is het kiezen tussen snelheid en zorgvuldigheid een lastig dilemma. Snelheid zorgt er voor dat fondsen wellicht eerder de pensioenen kunnen verhogen. Zorgvuldigheid is noodzakelijk om uitvoeringsproblemen te voorkomen. Het is een goede zaak dat Koolmees kiest voor zorgvuldigheid door een jaar uitstel. Koolmees komt de pensioenfondsen echter wel tegemoet. Voor het jaar 2022 zal blijven gelden dat in aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel onnodige kortingen worden voorkomen. Net als de voorgaande twee jaren hoeven fondsen pas te korten als hun dekkingsgraad onder de 90% zakt. Normaal gesproken moet er gekort worden bij een dekkingsgraad onder de 104,5%. In het overgangsregime geldt straks een kortingsgrens van 95%.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief over stand van zaken uitwerking pensioenakkoord, 10 mei 2021, 2021-0000065612

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 mei 2021.