Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kabinet: arrest Europese Hof geen invloed op DC-regelingen

9 april 2015

De  CDA-fractie vroeg het kabinet in hoeverre het Hogan-arrest de gang naar DC-regelingen versnelt. En of er niet te gemakkelijk over de gevolgen van dit arrest wordt heen gestapt. In een brief aan de Tweede Kamer beantwoordt staatssecretaris Klijnsma deze vragen. 

Waarover ging het arrest Hogan ook al weer?

Het arrest Hogan (zaak C-398/11) gaat over de bescherming van werknemers bij faillissement van de werkgever. Het Europese Hof van Justitie (het Hof) overweegt in deze zaak dat Richtlijn 2008/94/EG beoogt werknemers een minimum aan bescherming te bieden. Volgens deze richtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat zij de nodige maatregelen treffen om de belangen van de (ex-) werknemers te beschermen bij insolventie van de werkgever met betrekking tot hun pensioenrechten. Wanneer minder dan de helft van het pensioen is gewaarborgd, is er geen bescherming zoals bedoeld volgens de richtlijn. 

Volgens het Hof geldt deze bepaling wanneer het aanvullende pensioen onvoldoende is gefinancierd op het tijdstip waarop de werkgever in staat van insolventie verkeert. Het Hof:  Wanneer maatregelen van een lidstaat er niet toe leiden dat de werknemers meer dan 49 % ontvangen van de waarde van de door hen opgebouwde rechten op ouderdomsuitkeringen, levert dat een schending op van de verplichtingen die rusten op die lidstaat. Dat betekent dat de lidstaat een compensatie moet betalen aan de begunstigden. 

Gevolgen arrest voor Nederland

In Nederland heeft de werkgever de plicht om het pensioenvermogen apart van het bedrijfsvermogen onder te brengen. Nieuwe aanspraken moeten tijdsevenredig worden opgebouwd en kostendekkend worden gefinancierd. De WW biedt extra bescherming tegen het door insolventie niet betalen van premies. Op grond van artikel 64c van die wet neemt het UWV de niet betaalde premie over voor maximaal een jaar. Hierdoor is de bescherming van de werknemer in Nederland zodanig, dat het risico dat deze minder dan de helft van zijn pensioenrechten krijgt uitgekeerd erg klein is, maar niet in alle situaties uit te sluiten.

Bijvoorbeeld bij een werkgever die een zijn bijbetalingsverplichtingen aan een ondernemingspensioenfonds niet kan nakomen door insolventie.  Wanneer zich in dat geval de situatie zou voordoen dat de begunstigde (mede door andere oorzaken) minder dan 50% van de pensioenrechten ontvangt, dan is Nederland op grond van het Europese recht aansprakelijk voor de schade. Dit is de schade veroorzaakt door de insolventie van de werkgever. Dus het niet nakomen van de bijbetalingsverplichting door de werkgever, ervan uitgaande dat alle premies door werkgever en UWV betaald zijn. 

Als antwoord op de vraag in hoeverre het Hogan-arrest de gang naar DC-regelingen versnelt, zegt het kabinet het volgende. Met betrekking tot de gang naar DC-regelingen geldt dat er al een langere tijd een geleidelijke ontwikkeling is naar meer deelnemers die pensioen opbouwen via een premieovereenkomst. Deze trend was al zichtbaar voor het Hogan-arrest en is sinds de uitspraak niet significant veranderd. Bovendien gaat het arrest over de aansprakelijkheid de overheid en niet van de werkgever. Daarmee lijkt er dus geen sprake van dat het Hogan-arrest de gang naar premieovereenkomsten versnelt.

Commentaar

In ons nieuwsbericht van 2 mei 2013 bespraken wij het arrest Hogan en de mogelijke gevolgen voor Nederland. Wij kwamen toen tot de conclusie dat de gevolgen van dit arrest voor Nederland erg beperkt zijn. In de Pensioenwet zijn strikte voorwaarden opgenomen voor wat betreft de premiebetalingsverplichting van de werkgever en de mogelijkheden die een pensioenverzekeraar heeft in geval van premieachterstand. Daarnaast geeft de verzekeraar een garantie af dat pensioenuitkeringen uit een salarisdiensttijdregeling ook werkelijk uitgekeerd kunnen worden. Hiervoor gelden strenge solvabiliteiteisen die DNB controleert. Bij een pensioenfonds is dat anders. Ook hierbij geldt de premiebetalingsverplichting van de werkgever. De Pensioenwet kent veel meer voorwaarden die de werknemer beschermen zoals de eis van een kostendekkende premie en de maatregelen die een fonds moet nemen wanneer de dekkingsgraad onvoldoende is. Wanneer een fonds een dekkingstekort heeft, kan het als laatste redmiddel afstempelen. Alle maatregelen die een fonds neemt zijn erop gericht om de dekkingsgraad weer op peil te brengen. De kans dat het fonds meer dan 50% moet afstempelen, is naar onze mening puur theoretisch. 

De populariteit van DC-regelingen in Nederland groeit gestaag. Uit de brief van Klijnsma blijkt dat het aandeel van DC-regelingen vóór het arrest groeide en dat de groei na het arrest niet sterk veranderd is. 

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis
Bron: Brief van staatssecretaris Klijnsma aan de voorzitter van de Tweede Kamer, 2 april 2015. 

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 april 2015