Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kabinet wil naar verplichtgestelde regeling i.p.v. verplichtgesteld fonds

18 november 2015

Het kabinet liet de mogelijkheden onderzoeken om verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen toegang te bieden tot een algemeen pensioenfonds. Naar aanleiding van het onderzoeksresultaat wil het kabinet een wetsvoorstel indienen dat in plaats van verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds verplichtstelling aan een bedrijfstakpensioenregeling mogelijk maakt. De sociale partners bepalen dan wie deze verplichte regeling uitvoert. 

Aanleiding 

Het amendement Lodders/Vermeij was de aanleiding voor dit onderzoek. De Tweede Kamer nam dit amendement aan bij de behandeling van de Wet Algemeen Pensioenfonds. Het gaf verplichtgestelde Bedrijfstakpensioenfonden de mogelijkheid om te fuseren, zonder dat sprake was van één financieel geheel. De Raad van State zag rondom het amendement risico’s voor de toelaatbaarheid onder de mededingingsregels en voor de marktordening. Dat zou de verplichtstelling van de BPF-en in gevaar kunnen brengen. Staatssecretaris Klijnsma diende daarop een novelle in waarmee ze het amendement weer uit het wetsvoorstel haalde. Zie ons nieuwsbericht van 27 oktober 2015. Daarbij kondigde ze ook het nu gepubliceerde onderzoek aan.

Het onderzoek

Het SEO Economisch Onderzoek voerde het onderzoek uit in samenwerking met Ecovisie (Fieke van der Lecq) en het Expertisecentrum Pensioenrecht van de VU (Erik Lutjens en Ivor Witte). Zij kregen de opdracht beleidsmatig te onderzoeken of het mogelijk is om een algemeen pensioenfonds een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling te laten uitvoeren. De onderzoeksvragen spitsten zich toe op de toetsing van aanpassing van de verplichtstelling aan het mededingingsrecht en de gevolgen van de aanpassing van de verplichtstelling voor de marktordening.

De conclusies

De onderzoekers concluderen het volgende:

  • Het onderbrengen van een verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling bij een algemeen pensioenfonds is op zich niet in strijd met het mededingingsrecht. Wel verdient het voorkomen van mogelijk misbruik van de machtspositie nadere aandacht. Daartoe kunnen aanvullende maatregelen worden overwogen.
  • De risico’s voor de marktordening in algemene zin lijken gering. Er blijft voldoende effectieve concurrentie in stand om te kunnen profiteren van kostenreductie als gevolg van concurrentie ‘om de pensioenregeling’. Het is daarom niet waarschijnlijk dat er aanbieders ontstaan met een economische machtspositie. Zelfs als zulke aanbieders wel ontstaan, hoeft dit nog geen bedreiging te zijn voor de concurrentieverhoudingen. Bepalend is dan het component gedrag: zal in mededingingsrechtelijke zin misbruik gemaakt worden van de economische machtspositie?

De reactie van de staatssecretaris

Het kabinet ziet de tendens naar consolidatie in de pensioensector en begrijpt de wens van verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen om via het APF tot schaalvergroting te komen. De oplossing van het amendement Lodders/Vermeij onderschrijft zij echter niet.

Het kabinet maakt uit het onderzoek op dat het voor wat betreft de toelaatbaarheid van de mededingingsregels en de gevolgen voor de marktordening – met inzet van waarborgen – mogelijk is om over te gaan tot een verplichtstelling aan een bedrijfstakpensioenregeling. Daarmee kan een vrije keuze voor de pensioenuitvoerder worden bewerkstelligd en wordt het mogelijk voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen zich om te vormen tot een APF of de verplichtgestelde bedrijfstakpensioenregeling door een APF te laten uitvoeren. Om dit mogelijk te maken, is een wijziging van de verplichtstelling nodig. 

Volgens de staatssecretaris is dit geen sinecure. Concreet betekent dit een wijziging van de Wet BPF 2000 en aanverwante wet- en regelgeving. De verplichtstelling is een fundament van het pensioenstelsel. Daarom vindt het kabinet het belangrijk om deze wijziging zorgvuldig tot stand te brengen. Dat is in het belang van de deelnemers. 

Het kabinet wil een wetsvoorstel in dienen dat tot doel heeft het creëren van waarborgen voor een zorgvuldige transitie naar een vrije keuze van een pensioenuitvoerder. Alle benodigde waarborgen moeten in kaart worden gebracht en worden vormgegeven. De staatssecetaris zal de Kamer daarover informeren. Het kabinet streeft naar een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding.

Commentaar 

Opvallend is dat de staatssecretaris bij het verstrekken van de onderzoeksopdracht al de keuze maakte om de verplichtstelling niet langer aan de pensioenuitvoerder (het BPF) te koppelen, maar aan de pensioenregeling. Het onderzoek is gebaseerd op een basisscenario waarin niet langer de deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds wordt verplicht gesteld, maar de deelname aan een bedrijfstakpensioenregeling. En dat is een pricipieel andere benadering dan we tot nu toe kennen. De vraag of een verplicht gestelde BPF zich kan aansluiten bij, dan wel omvormen tot, een APF waarbij de verplichtstelling op de pensioenuitvoerder blijft liggen, is niet aan de onderzoekers voorgelegd. 

Zoals de staatssecretaris in haar brief aan de Kamer terecht stelt strekte het amendement Lodders/Vermeij er alleen toe om één specifiek element van het APF –ringfencing – te introduceren voor verplichtgestelde BPF-en op het moment dat zij fuseren. In zoverre had het amendement dan ook niet met het APF te maken. De fuserende BPF-en zouden daardoor geen APF worden. Het is naar onze mening een goede zaak dat dit koekoeksei uit het wetsvoorstel APF is gehaald en dat de discussie over de verplichtstelling op een zorgvuldige manier kan worden gevoerd. Waarbij alle aspecten zonder tijdsdruk aan de orde kunnen komen. De richting om de verplichtstelling op de pensioenregeling van toepassing te laten zijn en niet op de pensioenuitvoerder is daarbij een goede.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief Klijnsma aan de Tweede Kamer, 16 november 2015 met bijlage

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 november 2015