Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Kamervragen belastingheffing over pensioenen van Nederbelgen

12 februari 2018

Tweede Kamerleden Lodders (VVD) en Omtzigt (CDA ) stellen vragen aan de staatssecretaris van Financiën naar aanleiding van berichten in de pers over dubbele belastingheffing over Nederlandse pensioenen van in België woonachtige pensioengerechtigden.

Aanleiding: intrekken verklaring inzake vrijstelling voor inhoudingen

Omtzigt stelde zijn vragen naar aanleiding van een publicatie op de site van Ebbenhage Belastingadviseurs uit Budel. Lodders sloeg aan op een artikel in De Telegraaf van woensdag 7 februari 2018. Beide artikelen verwijzen naar de brief die diverse in België woonachtige gepensioneerde Nederlanders kregen van de Belastingdienst eind vorig jaar. In deze brief, die ook aan diverse pensioenuitvoerders werd gestuurd, meldde de Belastingdienst dat de verklaring inzake vrijstelling voor de inhouding van loonheffing die ten behoeve van deze Nederbelgen was afgegeven, per 1 januari 2018 werd ingetrokken. Op grond van een dergelijke verklaring mag de pensioenuitvoerder afzien van de inhouding van loonheffing op de aan de Nederbelgen uit te betalen pensioenuitkeringen omdat de uitkeringen in België belast zijn. Door het intrekken van de vrijstellingsverklaring moet de Nederlandse pensioenuitvoerder wél Nederlandse loonheffing inhouden, waardoor de netto pensioenuitkering in eerste instantie lager wordt.

De vragen van Omtzigt

Omtzigt vraagt of het klopt dat Nederland de pensioenen hoger dan € 25.000 van inwoners van België gaat belasten en of het klopt dat het heffingsrecht van Nederland leidt tot dubbele belasting voor de desbetreffende pensioenontvangers. Ebbinge Belastingadviseurs stelt in zijn bericht; “Als Nederland en België in deze zaak niet tot een vergelijk komen, dan wordt het aanvullende pensioen vanaf 1 januari 2018 belast in Nederland en later ook nog eens in België”. Omtzigt wil weten of dat inderdaad zo is.

De vragen van Lodders

Lodders wil weten om hoeveel personen het gaat en om hoeveel euro per persoon en in het totaal. Zij vraagt hoe de getroffenen zijn geïnformeerd. Was de brief die naar hen is gestuurd helder en duidelijk? Zij vraagt of de staatssecretaris de garantie kan geven dat mensen hier niet dubbel belast worden en of hij kan onderzoeken of voor deze getroffenen een overgangsregeling mogelijk gemaakt kan worden, nu zij op korte termijn met een grote heffing geconfronteerd worden.

De oorzaak: het Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing

De oorzaak van alle commotie ligt in het Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing tussen Nederland en België in combinatie met recente uitspraken van de Belgische belastingrechter.

Hoofdregel is dat Nederland belasting mag heffen over pensioenuitkeringen die zijn opgebouwd uit hoofde van een in Nederland vervulde dienstbetrekking. De pensioenuitvoerder moet daarom in beginsel Nederlandse loonheffing inhouden op de uit te keren pensioenen. België heft echter in beginsel belasting over het totale inkomen van zijn inwoners. Een Nederlander die in België woont en een pensioen krijgt uit hoofde van een in Nederland vervulde dienstbetrekking wordt dus mogelijk geconfronteerd met een dubbele heffing. Nederland heft over de Nederlandse pensioenuitkeringen en België heft over het totale inkomen waar deze pensioenuitkeringen deel van uitmaken. Om dubbele heffing te voorkomen, sloten Nederland en België een Verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Het Verdrag bepaalt welk land over welke inkomensbestanddelen mag heffen als op grond van de nationale belastingwetgeving sprake is van dubbele heffing. Op grond van artikel 18 van het Verdrag zijn pensioenen en soortgelijke beloningen in beginsel belast in de woonstaat. Daarbij bestaat echter een uitzondering voor de situatie waarin de pensioenuitkeringen in het woonland niet tegen het normale tarief zijn belast én sprake is van een totaal bedrag van Nederlandse pensioen- , lijfrente- en sociale uitkeringen dat meer bedraagt dan € 25.000 per jaar. In die situatie wijst het Verdrag de heffing over het totale pensioen aan Nederland toe.

Voor de vraag welk land bevoegd is belasting te heffen over pensioenuitkeringen is dus in eerste instantie van belang tegen welk tarief de pensioenuitkeringen in België belast zijn. Is dat het normale tarief, dan wijst het Verdrag de heffing toe aan België. Voor pensioenen die zijn opgebouwd voor 1 januari 2004 geldt daarbij iets bijzonders. De Belgische belastingdienst stelde zich op het standpunt dat deze belast zijn tegen het normale tarief, zoals dat vanaf 1 januari 2004 voor alle pensioenen geldt. Voor de Nederbelgen betekent dat dus dat de uitzondering in artikel 18 van het Verdrag niet van toepassing is en zij op basis van het Verdrag niet in Nederland belast zijn. Vandaar dat de pensioenuitvoerders van de pensioenen van deze Nederbelgen een “Verklaring inzake vrijstelling voor de inhouding van loonheffingen van een derde” kregen van de Nederlandse belastingdienst. Op grond van deze verklaring hielden zij geen Nederlandse loonheffing in en keerden de pensioenbedragen bruto uit. De desbetreffende Nederbelgen moeten deze pensioeninkomsten in hun Belgische belastbare inkomen opnemen, zodat België de uit het Verdrag voortvloeiende heffingsbevoegdheid kan effectueren.

Het standpunt van de Belgische belastingdienst dat de pensioenen onder het normale progressieve tarief belast zijn, is een aantal malen (laatstelijk nog in oktober 2017) door de Belgische belastingrechter verworpen. Volgens de Belgische belastingrechter is het progressieve tarief alleen van toepassing op pensioenen die zijn opgebouwd ná de wetswijziging die deze heffing mogelijk maakte. Die wijziging is gebaseerd op de zogenoemde Wet inzake aanvullend pensioen (WAP) van 28 april 2003. De belastingrechter stelt dat de WAP-wetgeving niet retroactief kan worden toegepast en dat pensioenen die zijn opgebouwd vóór 2004 belast zijn tegen een bijzonder tarief omdat deze tijdens de opbouwfase ook (deels) belast waren.

Door de toepassing van dit bijzondere tarief is de uitzondering in artikel 18 van het Verdrag echter wél van toepassing en mag Nederland dus belasting heffen als het totaal van pensioen- lijfrente- en sociale uitkeringen uit Nederland meer bedraagt dan € 25.000. Als Nederland heffingsbevoegd is, is de pensioenuitvoerder inhoudingsplichtig. Omdat het criterium is of er meer dan € 25.000 aan totale pensioen- lijfrente en sociale inkomsten is, kan niet per pensioenuitvoerder vastgesteld worden of deze grens in een individueel geval wordt overschreden. Iemand die meerdere pensioenen en lijfrenten heeft bij diverse uitvoerders kan per uitvoerder onder en in het totaal boven deze grens komen. Omdat dus niet bij voorbaat kan worden vastgesteld of de pensioenen in België of in Nederland belast zijn, trok de Nederlandse belastingdienst naar aanleiding van de uitspraak van de Belgische belastingrechter van oktober 2017 de verleende vrijstellingen in.

Commentaar

Loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Het feit dat loonheffing wordt ingehouden, wil dus niet automatisch zeggen dat ook inkomstenbelasting verschuldigd is. Als blijkt dat er geen (of minder) inkomstenbelasting verschuldigd is, krijgt de desbetreffende belastingplichtige de te veel ingehouden loonheffing terug als de aanslag inkomstenbelasting wordt vastgesteld. Om deze te veel ingehouden loonbelasting terug te krijgen, moet dus wel aangifte inkomstenbelasting worden gedaan in Nederland.

Door de uitspraak van de Belgische belastingrechter is het niet meer bij voorbaat zeker dat de pensioenen uitsluitend in België belast zijn. Dat is nu afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de desbetreffende Nederbelg. Het is daarom niet onbegrijpelijk dat de Nederlandse belastingdienst de vrijstelling voor de inhouding loonheffing introk. Maar, het is ook begrijpelijk dat hierdoor onrust ontstond bij de Nederbelgen die hun netto pensioenuitkering uit Nederland naar beneden zagen gaan omdat ineens Nederlandse loonheffing wordt ingehouden. Wat dat betreft, is de voorlichting en informatie die de Belastingdienst verstrekte bij de intrekking voor verbetering vatbaar. Want, als de systematiek van het Verdrag werkt zoals Nederland en België dat bij het afsluiten van het Verdrag voor ogen hadden, kan geen sprake zijn van dubbele heffing. Het pensioen is óf in Nederland belast en dan wordt de ingehouden loonheffing verrekend met de Nederlandse inkomstenbelasting en kan België niet ook heffen, óf in België belast waardoor de ingehouden Nederlandse loonheffing bij de aanslag inkomstenbelasting volledig wordt teruggegeven. Wat dat betreft, is het dus alleen een kwestie van verschuiving in de tijd. Of de Nederbelg uiteindelijk een lager netto pensioen krijgt, hangt af van de in de twee landen gehanteerde tarieven. Maar het kan op grond van het Verdrag niet zo zijn dat het pensioen zowel in Nederland als in België belast is.

De Nederbelgen die bij voorbaat al zeker weten dat hun pensioen alleen in België belast kan worden omdat zij met hun totale pensioen-, lijfrente- en sociale uitkeringen onder de grens van € 25.000 blijven, kunnen bij de Nederlandse belastingdienst een nieuwe verklaring inzake vrijstelling voor de inhouding van loonheffing aanvragen. De Nederlandse pensioenuitvoerder kan het pensioen dan weer bruto uitkeren.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis Bron: Kamervragen Pieter Omtzigt en Helma Lodders.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 februari 2018.