Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kamervragen België-route, grensoverschrijdende activiteiten PPI en APF

7 mei 2015

Staatssecretaris Klijnsma beantwoordt vragen van Kamerlid Lodders over "het bericht dat het beheer en de uitvoering van pensioenvermogens steeds vaker in het buitenland plaatsvinden.” De ‘België-route’ en de grensoverschrijdende mogelijkheden van de PPI en het APF komen daarbij aan de orde. 

Vragen van de Tweede Kamer

Helma Lodders (VVD) stelde vragen over een artikel uit de Telegraaf van 14 maart 2015: “De pensioenpotten staan nu in Londen”. Volgens dat artikel vindt het beheer en de uitvoering van pensioenvermogens steeds vaker in het buitenland plaats. Enkele vragen van Lodders en antwoorden van Klijnsma bespreek ik hierna.

België-route

De afgelopen jaren hebben enkele Nederlandse werkgevers besloten om hun pensioenregeling te laten uitvoeren door een pensioenfonds uit een andere lidstaat (veelal België). Het gaat volgens Klijnsma dan vooral om bedrijven met medewerkers in verschillende landen. Voor hen kan het uitvoeringstechnisch aantrekkelijk zijn om de medewerkers in een gezamenlijk pensioenfonds onder te brengen in één land. Een tweede reden die bedrijven aangeven voor een grensoverschrijdende uitvoering van een Nederlandse pensioenregeling is dat zij een sponsorgarantie hebben afgegeven ten aanzien van de nakoming van de pensioenregeling. Met andere woorden: de werkgever staat garant. Daarbij leidt die garantie in sommige gevallen in het beoogde land van onderbrenging tot (initieel) lagere kosten, zoals een lagere premie, doordat de omvang van de technische voorziening in dat land is gekoppeld aan het bestaan van de sponsorgarantie. 

Voor het kabinet staat bij de uitvoering van een pensioenregeling het belang van de deelnemer centraal. Klijnsma noemt verschillende waarborgen. 

  1. De werkgever heeft instemming van de ondernemingsraad nodig voor een besluit om de pensioenovereenkomsten onder te brengen bij een pensioeninstelling in een andere lidstaat. Het nieuwe verantwoordingsorgaan heeft ten aanzien van zo’n besluit een adviesrecht. Het nieuwe belanghebbendenorgaan heeft een goedkeuringsrecht ten aanzien van een dergelijk besluit. 
  2. De Nederlandse toezichthouders spelen een belangrijke rol als een Nederlandse pensioenregeling in het buitenland wordt uitgevoerd. Zo wordt een mogelijke collectieve waardeoverdracht van pensioenrechten en –aanspraken van een Nederlands pensioenfonds naar een pensioenuitvoerder in een andere lidstaat in beginsel op dezelfde wijze door DNB behandeld als een collectieve waardeoverdracht tussen twee in Nederland gevestigde pensioenfondsen. DNB let er dus op dat aan de wettelijke eisen van de Pensioenwet (dat onderdeel is van het toepasselijke Nederlandse sociaal en arbeidsrecht) wordt voldaan. En dat de belangen van de bij de collectieve waardeoverdracht betrokken (gewezen) deelnemers en gepensioneerden op evenwichtige wijze door het bestuur van het Nederlandse pensioenfonds worden afgewogen.

Grensoverschrijdende activiteiten van PPI en APF

Sinds de inwerkingtreding van de pensioenfondsenrichtlijn kunnen pensioenfondsen buitenlandse pensioenregelingen uitvoeren. Dit geldt ook voor algemene pensioenfondsen (APF’en). Eerder concludeerde het kabinet dat er behoefte aan grensoverschrijdende dienstverlening bestaat, maar dat de precieze omvang en de gevoelde urgentie zich lastig laten bepalen. De prudentiële regels van het ftk hangen nauw samen met de aard van de Nederlandse pensioenregelingen en zijn niet altijd geschikt voor de uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen. Het kabinet gaf aan dat ze het niet opportuun acht om dit vraagstuk in het kader van het wetsvoorstel APF op te pakken.

Ten aanzien van de uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen is de PPI geen andere restrictie opgelegd dan de eis dat de instelling zelf geen verzekeringstechnisch risico kan dragen. Op buitenlandse regelingen is niet het Nederlandse sociaal- en arbeidsrecht van toepassing , maar het sociaal- en arbeidsrecht van de lidstaat van de bijdragende onderneming. Dat buitenlandse recht kan toestaan dat risico’s en garanties worden ondergebracht bij een ander dan de pensioenuitvoerder. In de praktijk geven in veel lidstaten de werkgever, een verzekeraar of een andere IORP de garantie op een pensioenregeling. Hierdoor kan de PPI, naast de opbouwfase van DC-regelingen ook buitenlandse DB-regelingen uitvoeren als de verzekeringstechnische elementen uit die buitenlandse DB-regelingen niet door de PPI worden gedragen. Een PPI kan daarnaast ook de uitkeringsfase van een buitenlandse regeling verzorgen zolang dit niet impliceert dat de PPI biometrische risico’s of beleggingsrisico’s overneemt van de deelnemer. Dat is het geval bij uitkeringen die de vorm hebben van een tijdelijke periodieke uitkering of een uitkering ineens.

In 2014 is een evaluatie uitgevoerd van de PPI’s. De evaluatie vond kort plaats na het daadwerkelijk betreden van de markt door PPI’s. Wat de invulling van de grensoverschrijdende ambities van PPI’s betreft is dit evaluatiemoment volgens het kabinet wellicht nog wat te vroeg gekozen. De PPI’s met internationale ambities hebben zich vooralsnog toegelegd op een zorgvuldige implementatie van hun proposities in hun thuismarkt en beogen hun dienstverlening pas vanaf dit jaar geleidelijk over de grenzen uit te breiden. Over drie jaar zal weer een evaluatie van de PPI plaatsvinden.

Commentaar

De beantwoording van de vragen over de België-route en de mogelijke grensoverschrijdende activiteiten van de PPI en het APF leveren geen nieuwe gezichtspunten op. Het geeft wel een mooi overzicht van de complexiteit van de uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen. En omgekeerd, het verplaatsen van de uitvoering van de Nederlandse pensioenregeling naar het buitenland. De adviseur moet met nog meer aspecten rekening houden dan bij advisering in een binnenlandse situatie. Zo moet hij bij een eventuele sponsorgarantie beoordelen in hoeverre de werkgever dit risico op dit moment en in de toekomst kan dragen. 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Brief van staatssecretaris Klijnsma van 1 mei 2015 aan de Tweede Kamer. 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 6 mei 2015