Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kamervragen over premiestaffel

30 juni 2016

Het Europese Hof van Justitie deed op 19 april 2016 uitspraak in de zaak Dansk Industrie/Karsten Egil Rasmussen. Zie ons bericht van 23 mei 2016. De VVD Tweede Kamerleden Lodders en De Vries stellen Kamervragen over de gevolgen van deze uitspraak voor Nederlandse beschikbare premieregelingen.

De uitspraak van het Hof van Justitie

Het Hof stelt dat het de taak is van rechterlijke instanties om de volle werking van het EU-recht te waarborgen. De rechter moet de nationale regeling conform het recht van de EU (de richtlijn) uitleggen. Dit kan volgens het Hof ook inhouden dat vaste rechtspraak in Denemarken wordt gewijzigd. Als dit niet kan, moet de nationale regeling die in strijd is met het EU-recht buiten toepassing worden gelaten. De nationale rechter mag in dat geval het beroep van de werkgever op het rechtszekerheidsbeginsel of vertrouwensbeginsel niet honoreren.

In een eerdere uitspraak van 26 september 2013 (Danmark/Experian, zie ons bericht van 1 november 2013) oordeelde het HvJ dat aan de uitzondering voor actuariële berekeningen waarbij met leeftijd rekening wordt gehouden (art. 8, lid 3 WGBL) geen zelfstandige betekenis toekomt. Dat is slechts het geval bij de uitzonderingen voor toetredingsleeftijden en pensioengerechtigde leeftijden.

De Kamervragen

Lodders en De Vries vragen de staatssecretarissen van SZW en van Financiën nu of het zogenaamde Staffelbesluit voor beschikbare premieregelingen is getoetst aan internationale wetgeving. Zij vragen of de staatssecretarissen de mening delen dat uit de uitspraak Danmark/Experian al kon worden afgeleid dat de uitzondering op het verbod van leeftijdsonderscheid geen juiste implementatie is van de Europese richtlijn waarop de WGBL is gebaseerd en dat dit met de uitspraak van 19 april wederom een bevestiging lijkt. Zij zijn bang dat dit arrest grote financiële gevolgen kan hebben voor werkgevers in Nederland die werken met de staffels uit het Staffelbesluit en vragen of deze uitspraken aanleiding zijn voor de Belastingdienst om het Staffelbesluit in te trekken dan wel gelijkblijvende staffels toe te staan.

Commentaar

Naar onze mening zien Lodders en De Vries beren op de weg die er niet zijn. Met het Danmark/Experian arrest oordeelde het HvJ dat de uitzondering van artikel 8, lid 3 WGBL geen zelfstandige betekenis heeft en dat een beschikbare premie staffel die is gebaseerd op met de stijgen van de leeftijd stijgende percentages als zodanig dus niet wordt gerechtvaardigd door een beroep op de actuariële berekeningen waarbij met leeftijd rekening wordt gehouden. In Dansk Industrie/Rasmussen voegt het HvJ daar aan toe dat nationale rechters nationale regelingen conform het EU-recht moeten uitleggen en toepassen. Dat lijkt me nog evident.
Maar, de WGBL kent echter nog een belangrijke uitzondering. Namelijk het onderscheid dat anderszins objectief is gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor dat doel passend en noodzakelijk zijn (artikel 7, lid 1, onderdeel c WGBL).
De beschikbare premies op basis van het Staffelbesluit zijn zodanig bepaald dat voor werknemers met een verschillende leeftijd, die overigens in dezelfde omstandigheden verkeren, het pensioenresultaat op de pensioeningangsdatum hetzelfde is. Het bereiken van een voor alle werknemers gelijk pensioenresultaat is een legitiem doel, het middel – de stijgende staffel – is passend en noodzakelijk. Want er is geen ander middel dat dit doel kan bereiken waarbij er geen of minder leeftijdsonderscheid is. In het geval van Danmark/Experian was weliswaar sprake van verschillende percentages voor de beschikbare premies, maar niet zodanig dat hierdoor het pensioenresultaat op pensioeningangsdatum hetzelfde was. Daarom was er in dat geval geen sprake van toegestaan leeftijdsonderscheid.

Kortom; artikel 8, lid 3 WGBL mag op zichzelf in strijd zijn met de Europese Richtlijn waarop de WGBL is gebaseerd, dat brengt echter niet met zich dat de staffels op basis van het Staffelbesluit dat ook zijn. Het daarin gemaakte onderscheid is gebaseerd op een objectieve rechtvaardigingsgrond en dus toegestaan. Geen reden dus om het Staffelbesluit in te trekken of aan te passen.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 29 juni 2016.