Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kifid over aankoop lijfrente na emigratie

20 oktober 2016

Het aankopen van een lijfrente na emigratie is niet zo makkelijk als het lijkt. Niet alle Nederlandse lijfrenteaanbieders sluiten een overeenkomst met iemand die niet meer in Nederland woont. De Geschillencommissie van het Kifid deed een bindende uitspraak in een zaak die door iemand was aangespannen die geen direct ingaande lijfrente kon aankopen.     

Wat is eigenlijk het probleem?

Wanneer geëmigreerde Nederlanders hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken, verwachten zij hun lijfrente-inkomen te kunnen genieten. Dat kan in een aantal situaties problemen opleveren. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een lijfrentekapitaal dat volgens de Nederlandse wetgeving omgezet moet worden in een periodieke uitkering. De Nederlandsche Bank (DNB) beschouwt deze omzetting als het aangaan van een nieuwe overeenkomst. Dit standpunt heeft tot gevolg dat verzekeraars geconfronteerd worden met grensoverschrijdende dienstverrichting. Vanwege het toepasselijke recht van een andere lidstaat dat van toepassing is op de overeenkomst, bieden Nederlandse verzekeraars niet altijd grensoverschrijdende verzekeringen aan. Hierdoor kan de pensioengerechtigde in veel gevallen geen verzekeraar vinden en kan hij het kapitaal niet omzetten in een (direct ingaande) uitkering. Dit kan hem een forse fiscale claim opleveren (negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en revisierente).  

Mijnheer X kon geen lijfrente aankopen

Mijnheer X (met een buitenlandse nationaliteit) sloot in de jaren '90 twee lijfrenteverzekeringen bij een Nederlandse verzekeraar met expiratiedatum in 2014. Voor de expiratiedatum van deze lijfrenten remigreert X en stelt de verzekeraar hier niet van op de hoogte. Na de expiratie meldt de verzekeraar dat X een direct ingaande lijfrente (DIL) moet aankopen. De verzekeraar biedt hem echter geen direct ingaande lijfrente aan omdat X op dat moment in het buitenland woont. De Belastingdienst beschouwt het vrijgekomen kapitaal als belaste afkoop omdat X geen lijfrente aankoopt. X vordert een schadevergoeding van de verzekeraar ter grootte van de revisierente en verschuldigde inkomstenbelasting.

Kifid: verzekeraar niet verplicht een DIL aan te bieden

Het Kifid geeft in haar beoordeling antwoord op drie vragen:

  1. Is de verzekeraar gehouden om, conform de polisvoorwaarden, X een direct ingaande lijfrente aan te bieden?
  2. Had de verzekeraar bij het sluiten van de lijfrenteverzekeringen de plicht om X te waarschuwen voor de fiscale consequenties indien hij zou remigreren?
  3. Is het beleid van de verzekeraar discriminatoir?

 

De eerste vraag beantwoordt het Kifid ontkennend. Zij concludeert dat X had kunnen en moeten begrijpen dat hij na de expiratie van de verzekeringen een nieuw lijfrenteproduct moest aanschaffen, waarvoor hij een nieuwe overeenkomst zou moeten afsluiten. Het Kifid overweegt dat de verzekeraar niet gehouden was aan X een direct ingaande lijfrente aan te bieden.

Als antwoord op de tweede vraag overweegt het Kifid dat op het aanvraagformulier een Nederlands postadres is opgegeven. X hoefde zijn nationaliteit bij de aanvraag niet op te geven. Volgens het Kifid hoefde de verzekeraar X niet te vragen naar zijn nationaliteit of zijn (r)emigratieplannen, nu hij daartoe geen aanleiding had. Het blijkt dat X al ten tijde van het afsluiten van de verzekeringsovereenkomsten het voornemen had om te remigreren. Hij informeerde de verzekeraar daar niet over. Volgens het Kifid heeft X de verzekeringsovereenkomsten dan ook niet door toedoen van de verzekeraar onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken gesloten. Het lag op de weg van X om de verzekeraar te informeren over zijn remigratieplannen. Hij heeft dit nagelaten, waardoor de gevolgen ervan voor zijn risico komen.

Het Kifid is het niet eens met de stelling van X dat het beleid van verzekeraar discriminatoir is. Volgens X is dat het geval omdat de verzekeraar hem geen direct ingaande lijfrente aanbood vanwege zijn buitenlandse nationaliteit én omdat hij in het buitenland woont. Uit het dossier kwam echter naar voren dat de verzekeraar het beleid heeft om geen direct ingaande lijfrenteproducten aan te bieden aan personen met een buitenlandse nationaliteit die woonachtig zijn in het buitenland omdat de verzekeraar onvoldoende op de hoogte is van de fiscale en juridische wetgeving in het buitenland. Alleen in het geval dat het land waar de klant op dat moment woont de rechtskeuze toelaat voor Nederlands recht, kan het zijn dat verzekeraar wel een direct ingaande lijfrente aanbiedt. Ook volgt uit de stukken dat in de gevallen waarin een klant wel de Nederlandse nationaliteit heeft niet zonder meer door verzekeraar een lijfrenteproduct wordt aangeboden. Het Kifid komt tot de conclusie dat er geen sprake is van discriminatoir beleid. De nationaliteit is namelijk niet van doorslaggevende betekenis gebleken bij de beleidsvoering van de verzekeraar.

Commentaar

Het probleem dat ge(r)emigreerde verzekeringnemers niet altijd een direct ingaande lijfrente kunnen aankopen, speelt al jaren. Zie bijvoorbeeld het artikel van Herman Kappelle “Geëmigreerde pensioengerechtigde kan geen kant uit” in het Weekblad Fiscaal Recht. Een mogelijke optie om aan de genoemde gevolgen te ontkomen is de volgende.

Voordat de expiratiedatum is aangebroken, spreekt de verzekeringnemer met zijn verzekeraar af dat hij te zijner tijd een lijfrente zal bedingen bij dezelfde verzekeraar en dat de uitkeringsfase onlosmakelijk is verbonden met de opbouwfase. Er is dan geen sprake van een nieuwe overeenkomst als de verzekeringnemer een direct ingaande lijfrente aankoopt, maar van een transactie op basis van Nederlands recht. Er is dan geen sprake van buitenlandse wetgeving en dus ook niet van de gevolgen daarvan. Wat overblijft, zijn de normale fiscale gevolgen van het ontvangen van een periodieke uitkering in het buitenland. De prijs die de verzekeringnemer bij deze optie betaalt, is dat hij op de expiratiedatum zijn keuzevrijheid kwijt is met betrekking tot de lijfrente-uitvoerder. Hierdoor kan hij niet shoppen met het lijfrentekapitaal.

In de uitspraak adviseert het Kifid verzekeraars: “gelet op de toenemende migratie van klanten naar het buitenland acht de Commissie het wenselijk dat Verzekeraars expliciet aangeven dat het door hen aangeboden financiële product uitgaat van het feit dat het Nederlands belastingstelsel van toepassing is en om die reden deze producten zich niet lenen voor verstrekking in situaties waarin een ander belasting- of rechtsstelsel van toepassing kan zijn. Op deze wijze kan onduidelijkheid hierover in de toekomst worden.”

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

Bron: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-466, 4 oktober 2016.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 oktober 2016.