Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Klein pensioen niet verevenen

15 januari 2015

Twee partners beëindigen hun geregistreerd partnerschap. In de beëindigingsovereenkomst komen zij een standaardverevening overeen. Eén van de ex-partners eist verevening van twee pensioenen die kleiner zijn dan afkoopgrens klein pensioen. Samen zijn  de twee kleine pensioenen groter dan de afkoopgrens. Wat vindt de rechtbank?

De kwestie 

X en Y beëindigen op  7 oktober 2004 hun geregistreerd partnerschap. Y bouwde pensioen op bij een verzekeraar en bij PGGM.
In de beëindigingsovereenkomst staat het volgende over de verdeling van de pensioenen: “De door de partijen opgebouwde pensioenaanspraken zullen worden verevend conform de in artikel 3 lid 1 van de wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding opgenomen standaardregeling”. 

Het PGGM liet Y weten dat het door haar opgebouwde ouderdomspensioen niet wordt verevend omdat het ouderdomspensioen te klein is. Daarop schreef Y aan X dat haar pensioen bij de verzekeraar en PGGM niet in de verdeling worden begrepen omdat het bedrag per jaar slechts een zakcent is en het alleen maar gedoe en kosten met zich brengt.

In een e-mail van 16 januari 2005 schrijft Y aan X: "gelukkig geeft de wet al aan dat kleine pensioenen niet verdeeld worden. “

De pensioenaanspraak van PGGM, tegenwoordig Pensioenfonds Zorg en Welzijn, ging in op 1 mei 2012. Y ontvangt met ingang van 1 mei 2012 € 673 per jaar ofwel een bedrag van € 56,08 per maand. Per 1 mei 2012 keerde de verzekeraar de afkoopwaarde van het pensioen, groot € 10.326 uit aan Y.

X eist de helft van de pensioenuitkeringen van het PGGM en de helft van het pensioenkapitaal van de verzekeraar, plus rente. Volgens X hadden hij en Y zich bij het opstellen van de beëindigingsovereenkomst zich niet gerealiseerd dat de pensioenen van Y onverdeeld zouden blijven. 

Y is het daarmee niet eens. Volgens haar heeft X geen recht op de uitgekeerde kleine pensioenen, omdat deze wettelijk niet onder het te verevenen pensioen vallen. De  advocaat van Y had X eerder al gewezen op de ondergrens van artikel 66 van de Pensioenwet die niet overschreden is, terwijl er evenmin een rechtstreekse aanspraak is.

Kantonrechter

De kantonrechter stelt X in het ongelijk. X is akkoord gegaan met de standaardregeling in de beëindigingsovereenkomst. X kon in de gegeven omstandigheden niet redelijkerwijs verwachten dat de kleine pensioenen van Y verdeeld zouden worden. 

In de beëindigingsovereenkomst is uitdrukkelijk opgenomen dat de pensioenaanspraken standaard worden verevend, conform de wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS). En die overeenkomst is opgesteld met behulp van een notaris. Met betrekking tot de pensioenen is door X en Y gekozen voor de zogenoemde en ook in de akte genoemde standaardverevening. Tot tweemaal toe wordt “standaard” gebruikt in de overeenkomst. Aangenomen moet worden dat partijen ter zake van het pensioen besloten hebben het hierbij te laten, aldus de rechter. Andere afspraken ter zake van het ouderdomspensioen zijn – in tegen stelling tot het partnerpensioen - niet kenbaar gemaakt. 

Op basis van de WVPS wordt een pensioen niet verevend indien op het tijdstip van scheiding het deel van het pensioen waarop recht op uitbetaling ontstaat lager is dan de afkoopgrens voor klein pensioen (in artikel 66 eerste lid van de Pensioenwet genoemd bedrag). Naar het oordeel van de kantonrechter zijn partijen desondanks niet overeen gekomen om alles gelijkelijk te verdelen, zoals X aanvoert. 

De kantonrechter geeft aan dat de twee pensioenen van Y ook buiten de verevening blijven wanneer deze samen wel hoger zijn dan de afkoopgrens voor klein pensioen. De ratio van de WVPS is immers dat kleine pensioenen veel rompslomp geven. In die ratio maakt het dan niet uit of er een of twee of zelfs drie kleine pensioenen zijn, want elk pensioen geeft op zich in verhouding tot het bedrag een te grote bureaucratische rompslomp. 

Commentaar 

Op grond van de WVPS worden kleine pensioenen (voor 2015: € 462,88) niet verevend. Partijen mogen afwijkende afspraken maken over de verdeling van de pensioenen bij scheiding. Dat hebben X en Y niet gedaan. 

De kantonrechter haalt de ratio van die wettelijke bepaling nog eens aan: verevening van kleine pensioenen geeft teveel rompslomp. De kosten van de verdeling van deze kleine pensioenen staan in geen verhouding tot het voordeel van verevening. De verdeling van deze kleine pensioenen kan daarom beter op een andere wijze worden opgelost. Bijvoorbeeld door compensatie met een gemeenschappelijke vermogensbestanddeel, zoals een lijfrente. 

Let wel: compensatie met een ander vermogensbestanddeel kan fiscale gevolgen hebben. Een goede adviseur let daar op.

 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Midden-Nederland, 23-7-2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:2939

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 15 januari 2015