Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Klijnsma vraagt DNB eventuele blokkades carve out te onderzoeken

15 juni 2017

Staatssecretaris Klijnsma stuurde op 13 juni 2017 een brief aan de Tweede Kamer waarin zij ingaat op een aantal tijdens de mondelinge behandeling van de Verzamelwet pensioenen aan de orde gestelde onderwerpen. Daarin geeft zij onder andere aan dat zij DNB heeft gevraagd de eventuele blokkades voor een ‘carve out’ tegen het licht te houden en haar (of haar opvolger) te informeren over haar bevindingen. De staatssecretaris zal de Kamer hierover in september nader informeren.

Aanleiding; motie Lodders

Helma Lodders (VVD) diende een motie in bij de behandeling van de Verzamelwet Pensioenen 2017. Zij constateert dat een carve out nu theoretisch mogelijk is, maar dat de Pensioenwet een praktische blokkade opwerpt, met name door artikel 58 PW. Zij vraagt de staatssecretaris aan DNB te vragen of DNB een blokkade van de carve out ervaart en hoe deze is op te lossen. Staatssecretaris Klijnsma gaf aan hierop per brief te zullen reageren, waarop Lodders haar motie aanhield. Door de vragen die Klijnsma inmiddels aan DNB stelde, is het doel van de motie bereikt en hoefde die niet meer in stemming te worden gebracht.

Carve out

Bij een carve out is sprake van een splitsing van diverse groepen van personen in een pensioenregeling over meerdere pensioenuitvoerders. De rechten van gepensioneerden worden bijvoorbeeld afgesplitst en ondergebracht bij een andere pensioenuitvoerder. De rechten van de overige deelnemers (actieven en slapers) blijven bij de huidige pensioenuitvoerder achter. Dit kan voordelig zijn voor alle betrokkenen.

Een carve out waarbij het pensioenfonds de pensioenrechten van de gepensioneerden overdraagt aan een verzekeraar kan tot hogere – en onvoorwaardelijke - toeslagen leiden dan bij het pensioenfonds. Daarnaast zijn de nominale pensioenrechten zekerder bij een verzekeraar. De pensioenrechten kunnen daar niet worden gekort. Voor de bij het pensioenfonds achterblijvende deelnemers kan er in het strategisch beleggingsbeleid een verschuiving naar zakelijke waarden plaatsvinden, hetgeen kan leiden tot hogere pensioenuitkomsten. Of het fonds daadwerkelijk een ander beleggingsbeleid gaat voeren, is een beslissing van het bestuur, waarbij sprake moet zijn van een evenwichtige afweging van de belangen van alle betrokkenen. Als hiervan naar het oordeel van DNB geen sprake is, legt DNB een verbod tot collectieve waardeoverdracht op.

Het knelpunt

Het door Lodders gesignaleerde probleem is dat ook ná een carve out sprake moet zijn van gelijke behandeling van gewezen deelnemers en gepensioneerden bij het toekennen van toeslagen (art. 58 PW). Cruciaal hierbij is dat het criterium voor het recht op dezelfde toeslag is dat sprake is van gewezen deelnemers en gepensioneerden die hebben deelgenomen aan dezelfde pensioenregeling. Wie de uitvoerder van (een deel van) die regeling is, is daarbij niet relevant.

Ook na de carve out blijft voor de gepensioneerden en de slapers sprake van pensioenrechten die zijn opgebouwd uit hoofde van dezelfde pensioenregeling. Dat betekent dat wanneer de nieuwe pensioenuitvoerder van de pensioenrechten van de gepensioneerden een toeslag verleent, de oude pensioenuitvoerder eenzelfde toeslag moet verlenen op de pensioenaanspraken van de bij hem achtergebleven slapers. Dat leidt niet alleen tot grote (administratieve) lasten en uitvoeringsproblemen, maar ook kan de situatie ontstaan waarin het niet mogelijk is om de overgedragen gepensioneerden een toeslag te verlenen, terwijl de pensioenuitvoerder daar wel financiële ruimte voor heeft.  Dat is het geval als de dekkingsgraad van het overdragende pensioenfonds zich tussen 100% en 110% bevindt. Als de gepensioneerden een toeslag krijgen, moeten de slapers immers eenzelfde toeslag krijgen. Maar de slapers zitten nog bij het pensioenfonds dat op basis van zijn dekkingsgraad van minder dan 110% geen toeslagen mag verlenen. En als de slapers geen toeslag kunnen krijgen, betekent een strikte toepassing van artikel 58 dat ook de gepensioneerden geen toeslag kunnen krijgen. Het pensioenbestuur kán in deze situatie dus geen evenwichtige belangenafweging maken.

Commentaar

Oplossing is om in artikel 58 Pensioenwet “in dezelfde pensioenregeling” te vervangen door “in de door dezelfde pensioenuitvoerder uitgevoerde dezelfde pensioenregeling”. Op deze wijze wordt recht gedaan aan het uitgangspunt dat slapers en gepensioneerden die aan dezelfde regeling hebben deelgenomen in beginsel gelijk moeten worden behandeld, met dien verstande dat dit wordt beperkt tot de situatie waarin die regeling door dezelfde pensioenuitvoerder wordt uitgevoerd. Daardoor is het mogelijk een carve out te realiseren, die voor alle direct betrokken een bevredigend resultaat oplevert.

Of en wanneer het pensioenfonds overgaat tot het daadwerkelijk uitvoeren van een carve out blijft, ook na deze wetswijziging, uiteraard een beslissing van het bestuur. Daarbij geldt de voorwaarde van evenwichtige belangenafweging onverminderd en toetst DNB of hiervan sprake is. De in de praktijk vaak onoverkomelijke hobbel van de verplichting om slapers en gepensioneerden dezelfde toeslagen te geven en de innerlijke inconsequentie tussen artikel 58 en 105 PW is in ieder geval weggenomen. Kortom; deze wetswijziging leidt er niet toe dat een pensioenfondsbestuur een carve out moét doen, maar leidt er toe dat zij dit kán doen als dat in het kader van de evenwichtige belangenbehartiging voor alle betrokkenen nuttig is. DNB blijft de bevoegdheid houden om een verbod tot waardeoverdracht op te leggen als zij van oordeel is dat hiervan geen sprake is.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis
Bron: Kamerbrief over Verzamelwet pensioenen 2017 en netto pensioen van 13 juni 2017, nr. 2017-000010830

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 juni 2017