Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Klijnsma wil meer ouderen met AOW-gat compenseren

8 september 2016

Klijnsma beloofde de Tweede Kamer onderzoek te doen naar het (niet-) gebruik van de tijdelijke regeling Overbruggingsuitkering AOW (OBR). Op 2 september deelde zij de resultaten van dat onderzoek met de Kamer.

Tijdelijke regeling Overbruggingsuitkering AOW (OBR)

De OBR trad op 1 oktober 2013 in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013. Deze regeling kwam tot stand naar aanleiding van de verhoging van de AOW-leeftijd per 1 januari 2013.

De regeling is bedoeld voor mensen met een laag inkomen die op of voor 1 januari 2013 reeds deelnamen aan een VUT- en prepensioenregeling en zich niet konden voorbereiden op de voor hen geldende verhoging van de AOW-leeftijd. Uitgangspunt van de regeling is een toetsing op draagkracht in de periode vóór dat men 65 jaar wordt door een entreetoets op inkomen en vermogen.<>/p>

Op verzoek van de Kamer is de OBR uitgebreid en verlengd tot 1 januari 2023. Hierdoor kunnen ook mensen van wie de VUT of het prepensioen is ingegaan tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 gebruik maken van de OBR als zij aan de andere voorwaarden voldoen. Deze wijziging trad per 1 januari 2016 in werking. Zie ook ons nieuwsbericht van 16 oktober 2015. Het onderzoek dat Klijnsma door de Sociale verzekeringsbank (SVB) liet doen richt zich niet op de uitbreiding van de regeling per 1 januari 2016.

Maar 15% van het OBR-budget uitgegeven

Uit het onderzoek komt naar voren dat in respectievelijk 2013, 2014 en 2015 is aan 7.832, 7.105 en 2.387 personen OBR toegekend. Verder blijkt dat de totale instroom in de OBR in de periode 2013 –2015 circa 75% lager uitviel dan Klijnsma verwachtte. En waarmee bij de initiële raming van de uitkeringslasten (Begroting SZW 2014) vanuit is gegaan. Het kabinet had voor de periode 2013 tot 2015 bijna 150 miljoen euro voor de regeling uitgetrokken. Van dit bedrag is tot dusver nog maar 15 procent uitgegeven.
Klijnsma verklaart het lagere gebruik van de OBR doordat de potentiële doelgroep veel kleiner was dan bij de initiële raming verondersteld was, doordat de potentiële doelgroep het overbruggingsprobleem (gedeeltelijk) zelf heeft opgelost en doordat er sprake was van niet-gebruik.

Maatregelen om niet-gebruik terug te dringen

De uitkomsten ten aanzien van het mogelijk niet-gebruik van de OBR geeft aanleiding om dienstverlening vanuit de SVB te verhogen, aldus Klijnsma. De SVB is al gestart om de voorlichting aan potentiële OBR-gerechtigden te verbeteren. Zo meldt de SVB in uitdrukkelijk dat de OBR geen lening is. Ook gaat de SVB een rappelbrief verzenden op het moment dat iemand 64 jaar en 11 maanden is geworden. Daarnaast wil Klijnsma het mogelijk maken dat een OBR-uitkering met terugwerkende kracht, tot het moment waarop de AOW-leeftijd is bereikt, aan te vragen.

Zodra de wijziging van de OBR in werking treedt, zal de SVB, conform huidige werkwijze, mensen voor hun 65e jaar gericht aanschrijven als men in de doelgroep valt. En in aanvulling hierop die mensen vervolgens rappelleren bij 65 jaar en 3 maanden als geen aanvraag is ingediend, maar uit de inkomensgegevens van de administratie blijkt dat mogelijk wel recht zou bestaan.

De wijziging van de OBR in combinatie met een gerichte rappellering van OBR-gerechtigden, zal volgens Klijnsma het niet-gebruik van de OBR naar verwachting terugdringen. Verder zal door de (versnelde) verhoging van de AOW-leeftijd de overbruggingstermijn komende jaren toenemen. Dit zal eveneens leiden tot een vermindering van het niet-gebruik, aldus Klijnsma.

Commentaar

Klijnsma wil het mogelijk maken dat een OBR-uitkering met terugwerkende kracht, tot het moment waarop de AOW-leeftijd is bereikt, aan te vragen. De OBR wijzigt inhoudelijk niet maar wordt door de SVB beter onder de aandacht gebracht bij potentiële OBR-gerechtigden.

Klijnsma concludeert uit het onderzoek dat de beoogde doelgroep van de OBR beter in staat bleek te zijn om het AOW-gat op te vangen dan aanvankelijk gedacht. De verwachte "schrijnende" gevallen, waar met name de PvdA op wees, zijn wellicht minder of minder schrijnend.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Brief Klijnsma d.d. 2 september 2016 aan de Tweede Kamer

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 september 2016