Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Koolmees beantwoordt Kamervragen over carve out

15 december 2017

De Tweede Kamerleden Lodders (VVD) en Van Dijk (PvdA) stelden schriftelijke vragen aan minister Koolmees over een carve out voor gepensioneerden. Koolmees beantwoordt ze en ziet geen reden om terug te komen op het standpunt van de inmiddels afgetreden staatssecretaris Klijnsma.

Kamervragen

Helma Lodders diende bij de behandeling in de Tweede Kamer van de Verzamelwet pensioenen 2017 een motie in. Daarin verzocht zij de staatssecretaris van SZW om DNB te vragen naar eventuele blokkades voor een zogenoemde ‘carve out’.  Zie ons bericht van 13 oktober 2017.

DNB reageerde per brief van 22 september 2017 naar de toenmalige staatssecretaris Klijnsma. Die informeerde op haar beurt de Tweede Kamer met een brief van 6 oktober 2017. De staatssecretaris gaf daarin aan dat de discussie over het wegnemen van de belemmeringen door haar opvolger en in het kader van de bredere hervorming van het pensioenstelsel gevoerd zou moeten worden. Lodders en Van Dijk  vroegen daarop de minister van SZW of hij bereid is om op basis van de brief van DNB de wetgeving aan te passen zodat de belemmeringen worden opgeheven. Ook vroegen zijde minister over te gaan tot het invullen van een kader ter beoordeling van evenwichtige belangenbehartiging. Zie ons bericht van 20 november 2017 .

Antwoorden

Op de vraag of de minister bekend is met het feit dat enkele (grotere) ondernemingspensioenfondsen een carve out voor hun gepensioneerden overwegen maar dat zij tegen belemmeringen in de Pensioenwet aanlopen, antwoordt de minister dat hem geen pensioenfondsen bekend zijn die een carve out van gepensioneerden concreet overwegen. Dat wil volgens hem echter niet zeggen dat er geen fondsen zijn die hiervoor zouden willen kiezen, als een carve out mogelijk gemaakt wordt.

Naar aanleiding van de vraag of hij bereid is de wetgeving aan te passen zodat de belemmeringen worden opgeheven en over te gaan tot het invullen van een kader ter beoordeling van evenwichtige belangenbehartiging geeft hij aan dat het goed is dat er wordt nagedacht over mogelijkheden om de belangen van verschillende (deelnemers)groepen in een collectief pensioenfonds goed te kunnen behartigen. Hij vindt echter dat een discussie over de wenselijkheid van het wegnemen van wettelijke belemmeringen en het nader invullen van het kader ter beoordeling van evenwichtige belangenbehartiging niet geïsoleerd staat van de vernieuwing van het pensioenstelsel. Hij acht het verstandig om besluitvorming rondom de mogelijkheid van een carve out van gepensioneerden samen te laten lopen met de discussie over deze vernieuwing van het stelsel.

Commentaar

De antwoorden van de minister zijn wat ons betreft wat teleurstellend. Het is verbazingwekkend dat hij (en zijn ambtenaren) niet weten dat er enkele grote ondernemingspensioenfondsen serieus over een carve out nadenken. En simpele navraag bij de grotere consultants op ‘no name-basis’ had waarschijnlijk het gewenst resultaat gehad. Daarnaast koppelt de minister door de carve out te verbinden met de stelseldiscussie deze discussie met name aan de bedrijfstakpensioenfondsen. Die zijn tenslotte een van de belangrijkste partijen in deze discussie. Maar een carve out speelt met name bij ondernemingspensioenfondsen.

Tenslotte voert hij als argument voor zijn standpunt aan dat in de huidige Pensioenwet geen kader bestaat met waarderingsregels dat nader invulling geeft aan welk  deel van het aanwezige collectieve vermogen aan welke deelnemers(groep) behoort. Dat is waar, maar wat ons betreft geen reden om te wachten. De Pensioenwet voorziet in het voorschrift van een evenwichtige belangenafweging door pensioenfondsbesturen en toezicht van DNB daarop. Door de inmiddels zware deskundigheidseisen die aan pensioenfondsbesturen worden gesteld, mogen wij toch aannemen dat die heel goed in staat zijn een dergelijke belangenafweging te maken. Dat is tenslotte een van hun belangrijkste wettelijke taken. En als DNB zijn toezichtstaak naar behoren vervult en tot de conclusie komt dat er van een evenwichtige belangenafweging geen sprake is geweest, legt DNB een verbod op voor de collectieve waardeoverdracht die met de carve out gepaard gaan. Naar onze mening biedt dat voldoende borging. En wij gaan ervan uit dat de minister met zijn antwoorden niet bedoelt te zeggen dat de pensioenfondsbestuurders en DNB niet in staat zijn hun taken naar behoren uit te voeren. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de Kamer.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

 

Bron: Antwoorden van de minister van SZW op de Kamervragen van de leden Lodders en Van Dijk over de “carve out van gepensioneerden”.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 december 2017.