Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Koolmees beantwoordt Kamervragen over terugvordering te veel uitbetaald pensioen

8 april 2019

Minister Koolmees geeft antwoord op Kamervragen van Pieter Omtzigt over het feit dat het ABP jarenlang uitbetaalde partnerpensioenen terugvordert. Hij geeft aan dat als de pensioenuitvoerder meer aan een deelnemer heeft uitbetaald dan waarop deze op grond van het pensioenreglement aanspraak heeft, er sprake is van onverschuldigde betaling aan een deelnemer. De pensioenuitvoerder kan het onverschuldigd betaalde bedrag terugvorderen.

ABP keert te veel of te weinig pensioen uit

Het ABP stuurde op 1 maart 2019 een, naderhand op 15 maart geactualiseerd, persbericht uit waarin het meldde 1.187 pensioenuitkeringen aan te passen. Voor 632 deelnemers leidt dit tot een verhoging, bij 555 deelnemers tot een verlaging. Oorzaak was een gebrekkige aanlevering van gegevens door de Sociale Verzekeringsbank. Het ABP geeft aan dat de deelnemers die te veel pensioen ontvingen dit te veel ontvangen pensioen moeten terugbetalen. Daarvoor krijgen deze deelnemers van het ABP zes jaar de tijd.

Motie Omtzigt

Naar aanleiding van deze affaire diende CDA Twee Kamerlid Pieter Omtzigt een motie in. Daarin geeft hij aan van mening te zijn dat deelnemers van een pensioenfonds een opgave van rechten moeten krijgen die rechtszekerheid biedt over de opgebouwde rechten, inclusief de hardheid en mogelijkheid tot kortingen. Hij vraagt de regering, binnen een halfjaar een voorstel uit te werken waardoor deelnemers rechtszekerheid kunnen krijgen van hun pensioenfonds over aanspraken en uitgekeerde pensioenbedragen en daarvoor zo nodig een wetswijziging voor te stellen. De Tweede Kamer nam de motie met grote meerderheid (112 stemmen voor) aan.

Reactie Koolmees

Minister Koolmees reageert op de motie met een brief aan de Tweede Kamer van 21 maart 2019. Daarin geeft hij aan begrip te hebben voor de wens van de Kamer, maar dat de verkenning van deze motie betekent dat hij diverse (juridische) aspecten moet onderzoeken.

Dit vergt naar zijn huidige inzichten een grondige analyse van diverse juridische en uitvoeringstechnische aspecten en dat kost volgens de minister tijd. Zodra hij zijn verkenning heeft afgerond, zal hij de Kamer informeren. Daarbij betrekt hij dan tevens de evaluatie van de Wet Pensioencommunicatie. Die evaluatie loopt nu en zal volgens de planning de tweede helft van dit jaar worden afgerond.

Kamervragen Omtzigt

Tegelijkertijd met zijn motie diende Omtzigt ook nog 21 Kamervragen in. Deze beantwoordde Koolmees op 4 april. Omtzigt vroeg onder andere; “betekent deze gang van zaken dat het ABP op elk moment een brief kan schrijven aan een deelnemer en kan zeggen dat (een deel van) de pensioenuitkering onterecht was of foutief berekend was en dat die kan worden teruggevorderd?” En; “deelt u de mening dat het zeer, maar dan ook zeer onwenselijk is om gepensioneerden een te hoge uitkering uit te betalen en dan, na een stamelend sorry gezegd te hebben, alles in te gaan houden?”

Antwoorden Koolmees

Koolmees begint zijn antwoord met te benadrukken dat hij het jammer vindt als pensioengerechtigden te maken krijgen met terugvordering van pensioen. Achteraf te moeten merken dat te veel pensioen is ontvangen is zuur. Dat geldt volgens de minister al helemaal indien een pensioengerechtigde te veel ontvangen pensioen moet terugbetalen. Maar, zo gaat Koolmees in op de hiervoor genoemde specifieke vragen van Omtzigt: “Elke pensioenuitvoerder is gehouden het door sociale partners overeengekomen pensioenreglement uit te voeren, aldus de Pensioenwet. Indien de pensioenuitvoerder of, onder diens verantwoordelijkheid de pensioenuitvoeringsorganisatie, een fout heeft gemaakt, dan kan deze via een brief de betrokken deelnemer daarvan op de hoogte stellen. De pensioenregeling bepaalt de hoogte van de pensioenaanspraken van de deelnemers. Als de pensioenuitvoerder meer aan een deelnemer heeft uitbetaald dan waarop deze op grond van het pensioenreglement aanspraak had, dan heeft de pensioenuitvoerder dat betreffende bedrag onverschuldigd betaald aan de deelnemer. De pensioenuitvoerder is gehouden het onverschuldigde bedrag terug te vorderen.” Koolmees geeft aan: “Met u vind ik het ongelukkig indien pensioengerechtigden verkeerde bedragen uitgekeerd krijgen. Pensioenuitvoerders mogen echter niet eigenstandig pensioenuitkeringen aanpassen. Uitsluitend het pensioenreglement bepaalt namelijk de aanspraken op pensioen of de uitkeringen. Nadat een fout is ontdekt, zijn zij daarom gehouden hetgeen te veel is betaald, terug te vorderen. En als te weinig is uitbetaald, het resterende bedrag alsnog uit te betalen. Bij terugvordering vind ik het van belang dat pensioenuitvoerders rekening houden met de omstandigheden van het geval.”

Omtzigt laat het hier niet bij zitten. Hij twitterde naar aanleiding van de brief van Koolmees: “Na lang wachten eindelijk antwoorden op vragen over het ABP dat pensioenen terugvordert. De antwoorden bevestigen dat deze mensen niet konden weten dat ze een verkeerd bedrag kregen. Lees hieronder. Vervolgvragen komen. Pensioen moet zekerder zijn.”

Commentaar

Informatie op de UPO moet juist zijn. Dat schrijft artikel 48, lid 1 Pensioenwet ook voor. De informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt is correct duidelijk en evenwichtig, zo bepaalt dit artikel. Maar, dat neemt niet weg dat - zoals Koolmees terecht stelt - het vaste jurisprudentie is dat het pensioenreglement de enige bron is van de aanspraken van een deelnemer. Zie ons nieuwsbericht van 25 mei 2018 en 26 november 2018. Als een pensioenuitvoerder meer uitkeert dan waarop een deelnemer recht heeft, is sprake van onverschuldigde betaling en mag hij op grond van het pensioenreglement het onverschuldigd betaalde terugvorderen.

Echter, door het verstrekken van incorrecte informatie overtreedt de pensioenuitvoerder de Pensioenwet en pleegt daarmee dus een onrechtmatige daad. Dat betekent dat degene aan wie het foute UPO is gericht die hierdoor schade lijdt, de uitvoerder daarvoor aansprakelijk kan stellen als er een causaal verband is tussen de incorrecte informatie en de schade. En daarmee zit het systeem wat ons betreft voldoende dicht. Deelnemers die door een foute UPO schade lijden, kunnen die claimen; ook als de uitkering niet conform het pensioenreglement is berekend. Deelnemers die geen schade hebben, kunnen dit niet en blijven dus in de positie waarin ze waren geweest als de uitvoerder het wel in een keer goed had gedaan. Anders zouden ze beter worden van de fouten van de pensioenuitvoerder. En dat kan toch nooit de bedoeling zijn.

Overigens zal de motie Omtzigt ertoe leiden dat de te hoge uitkeringen bij een pensioenfonds ten laste zullen komen van het collectief en dus mede worden betaald door deelnemers die daar part noch deel aan hebben. Is dat de mate van solidariteit die wij willen?

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: Antwoord op Kamervragen van het lid Omtzigt (CDA) over “het feit dat het ABP jarenlang uitbetaalde partnerpensioenen terugvordert.”

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 april 2019.