Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Koolmees beantwoordt Kamervragen over witte vlek bij uitzendkrachten

Koolmees beantwoordt Kamervragen over witte vlek bij uitzendkrachten

30 januari 2019

Minister Koolmees (SZW) beantwoordde Kamervragen van het SP-Tweede Kamerlid Van Kent over het feit dat 136.000 uitzendkrachten, ondank een verplichtstelling, geen pensioen opbouwen. Koolmees geeft daarbij aan dat de uitzendsector relatief veel groepen werknemers kent die niet onder de verplichtstelling vallen.

CBS-onderzoek; 856.000 werknemers bouwen geen pensioen op

Het CBS deed in opdracht van het ministerie van SZW onderzoek naar de zogenoemde ‘witte vlek’. De witte vlek bestaat uit werknemers die geen pensioen opbouwen. In november 2018 publiceerde het CBS de resultaten. In eerste instantie trokken deze niet veel aandacht, maar na een publicatie in Trouw van 14 december 2018 veranderde dat. De kop “856.000 Nederlanders in loondienst bouwen geen pensioen op” leidde tot de nodige ophef en Kamervragen door het Tweede Kamerlid Van Kent (SP). 

Kamervragen en antwoorden

Van Kent ging in zijn vragen met name in op de uitzendsector. Uit het CBS onderzoek blijkt namelijk dat 136.000 werknemers in de uitzendsector geen pensioen opbouwen. Dit is 1 op de 3 van het totaal aantal in deze sector werkzame werknemers. Van Kent vraagt zich af hoe dit kan ondanks de verplichtstelling die geldt voor de pensioenregeling in de sector.

Koolmees antwoordt dat de uitzendsector relatief veel groepen werknemers kent die niet onder de verplichtstelling vallen. Bijvoorbeeld jongeren onder de 21 jaar en werknemers die korter dan de wachttermijn van 26 weken werkzaam zijn als uitzendkracht omdat men binnen die termijn doorstroomt naar een andere baan of een dienstbetrekking bij de opdrachtgever. Hij geeft aan dat onder meer door deze reden niet alle uitzendkrachten pensioen opbouwen, ondanks dat er een verplichtstelling geldt in deze bedrijfstak.

Koolmees geeft aan dat StiPP, het pensioenfonds van de uitzendsector, hem liet weten dat de uitkomsten genuanceerder liggen dan uit het onderzoek blijkt en dat het werkelijke aantal uitzendkrachten dat geen pensioen opbouwt waarschijnlijk kleiner is dan het CBS-onderzoek concludeert. Het administratieve proces van verwerking van de pensioenopbouw leidt, gezien de kenmerken van uitzendarbeid, tot achterstanden in de verwerking van pensioendeelname. Daarnaast rekent de sector met gewerkte weken en het CBS met een half kalenderjaar.

Koolmees heeft geen signalen dat de verplichtstelling, naast de wettelijke afwijkingsmogelijkheden, op grote schaal wordt ontweken. StiPP liet hem weten een verdiepingsonderzoek te gaan uitvoeren.  

Commentaar

De publicatie in Trouw deed nogal wat stof opwaaien.”Shockerend” was de reactie. Van Kent was er als de kippen bij om Kamervragen te stellen. Bij het onderzoek passen een paar kanttekeningen. Het CBS nam ook, anders dan in voorgaande onderzoeken, ook werknemers mee van wie het jaarloon lager is dan het wettelijk minimum loon. Door de koppeling van de AOW aan het minimum loon, komt iemand met een voltijd dienstverband die het minimum loon verdient met zijn pensioengevend salaris niet uit boven de AOW-franchise. Uit dien hoofde bouwt het per definitie dus geen aanvullend pensioen op.
Daarnaast koos de wetgever er bij de totstandkoming van de Pensioenwet nadrukkelijk voor om de algemene wacht- of drempelperiode van twee maanden voor uitzendkrachten te verlengen tot 26 weken. Dit om te voorkomen dat er administratief veel mutaties wegens in- en uitdiensttreding verwerkt moeten worden met hele kleine pensioenen tot gevolg. De vraag is gerechtvaardigd of de nieuwe regelgeving op het gebied van de automatische waardeoverdracht van kleine pensioen (zie ons nieuwsbericht van 20 februari 2018) aanleiding is om deze uitzondering nog eens goed tegen het licht te houden. Dat is echter, zoals Koolmees terecht aangeeft, primair aan de sociale partners. Die kunnen afspraken maken over een aanpassing ion de pensioenregeling en de daarin te hanteren wacht- op drempelperiode. Minder dan het wettelijk voorgeschreven maximum mag immers altijd.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Antwoorden op de Kamervragen van het lid Van Kent (SP) over het bericht “856.000 Nederlanders in loondienst bouwen geen pensioen op”.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 januari 2019.