Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Koolmees beantwoordt vragen over looptijd uitkeringen Anw-hiaatverzekeringen

Koolmees beantwoordt vragen over looptijd uitkeringen Anw-hiaatverzekeringen

28 november 2019

Minister Koolmees geeft antwoord op vragen van de Tweede Kamerleden Slootweg en Nijboer over het tijdstip waarop de uitkeringen uit hoofde van een Anw-hiaatverzekering mogen stoppen. Op 65, of op de AOW-ingangsleeftijd? Dit is afhankelijk van de inhoudelijke bepalingen van de desbetreffende pensioenregeling.

65 jaar of AOW-ingangsleeftijd

Tv-programma Radar besteedde in september 2019 aandacht aan Anw-hiaatverzekeringen. Het bleek dat de betrokken verzekeraar de uitkeringen uit hoofde van dergelijke regelingen beëindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de partner van de deelnemer, terwijl de AOW-ingangsdatum inmiddels later ligt. Dit was voor de Tweede Kamerleden Slootweg (CDA) en Nijboer (PvdA) aanleiding om schriftelijke vragen te stellen aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij vroegen of het klopt dat de verzekeraar de uitkeringen stopt op 65-jarige leeftijd van de begunstigde ondanks dat in de voorwaarden staat dat de uitkering loopt tot de AOW-leeftijd of 67 jaar. Zij vroegen verder of dit ook bij andere producten is gebeurd dan de onderhavige verzekering voor (oud-)medewerkers.

Antwoorden minister Koolmees

Koolmees geeft in zijn antwoord aan dat alle uitvoerders van pensioenregelingen zich dienen te houden aan de geldende bepalingen. Voorop staat dat deelnemers of partners krijgen waarop zij volgens de bepalingen in hun pensioenregelingen recht hebben. Waarop een begunstigde recht heeft, behoort duidelijk in de bepalingen van de betreffende pensioenregeling te staan. Ook moet het duidelijk in de Pensioen 1-2-3 en op het UPO dan wel het pensioenoverzicht staan. Het kan voorkomen dat de einddatum van de uitkering afhankelijk is gemaakt van een bepaalde gebeurtenis, zoals het bereiken van een bepaalde leeftijd of de wettelijke AOW-leeftijd. De duur van de uitkering is dan volgens de minister weliswaar nog onzeker, maar wel bepaald. Hij geeft daarbij aan dat de uitvoerder die bepalingen moet naleven naar de letter en de geest van die bepalingen. De informatie over deze dekking moet telkens correct zijn.

Hij antwoordt dat hij inmiddels heeft begrepen dat de verzekeraar heeft erkend dat de desbetreffende begunstigde niet correct is voorgelicht en dat de verzekeraar dit inmiddels herstelde. Daarnaast heeft de verzekeraar onderzocht of er vergelijkbare gevallen waren en ook daar de problemen opgelost.

Koolmees roept uitvoerders op na te gaan of de deelnemers en begunstigden van hun Anw-hiaatverzekering kunnen weten en begrijpen hoe lang hun uitkering loopt of zal lopen en om zo nodig daar nogmaals op te wijzen. Mocht er sprake van zijn dat uitvoerders structureel problemen veroorzaken, dan kunnen DNB en/of AFM een onderzoek hiernaar beginnen en passend optreden, aldus Koolmees in zijn antwoord.

Commentaar

Een ANW-hiaatpensioen is bedoeld om de periode tussen het overlijden van een deelnemer en het bereiken van de AOW-leeftijd door zijn partner te overbruggen. In de tijd dat zowel de pensioenleeftijd als de AOW-leeftijd 65 jaar was, sloten de dekking en de AOW-uitkering naadloos op elkaar aan. Sinds 2014 lopen de pensioenrichtleeftijd en de AOW-leeftijd structureel uiteen en zullen deze, gezien de aanpassingsmechanismen aan de gestegen levensverwachting, ook nooit meer hetzelfde zijn.

Bij Anw-hiaatpensioenen die zijn afgesloten in de periode waarin de AOW-leeftijd nog 65 was, is het voor de vraag tot welke leeftijd deze uitkeert van groot belang hoe de aanspraken zijn gedefinieerd. Is de einddatum hard als het bereiken van de 65-jarige leeftijd omschreven, dan is er na het bereiken van die datum dus geen recht meer op een uitkering. Is hij – zoals in het onderhavige geval – omschreven als de AOW-ingangsdatum, dan schuift de uitkeringsperiode mee met de stijgende AOW-leeftijd en houdt de begunstigde ook na 65 recht op een uitkering tot aan de AOW-ingangsdatum.

Dit fenomeen speelt overigens niet alleen bij ANW-hiaatpensioenen, maar bij elke (aanvullende) uitkering die in eerste instantie bedoeld was om de periode tot de pensioendatum te overbruggen toen die nog 65 was. Zoals bijvoorbeeld een arbeidsongeschiktheidspensioen of premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid. Zoals Hof Den Bosch onlangs vaststelde is daarbij de inhoud van de overeenkomst bepalend. Contract is contract. Het opschuiven van de pensioenleeftijd doet niet in eens rechten ontstaan waarin de overeenkomst niet voorziet en waarvoor geen premie is betaald. Zie ons bericht van 22 augustus 2019.

De oproep van Koolmees om na te gaan of de in het verleden afgesloten regelingen nog voldoen aan de behoeften ten tijde van het afsluiten daarvan, is dan ook zeer terecht. Zo lang de uitkering nog niet is ingegaan, kan de regeling worden aangepast en kan de dekking tegen een aangepaste premie worden verlengd tot de AOW-ingangsdatum. Daarmee voldoet de regeling dan weer aan hetgeen werd beoogd met het sluiten er van. In veel gevallen gebeurde dat inmiddels ook. Maar voor gevallen waarin de uitkering al wel is ingegaan, zullen de pensioenuitvoerders niet meewerken aan een verruiming van de dekking zonder dat daarvoor een adequate premie wordt ontvangen. Contract is contract en de begunstigde ontvangt exact wat is overeengekomen en waarvoor premie is betaald.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: Beantwoording Kamervragen van de leden Slootweg (CDA) en Nijboer (PvdA) over Anw-hiaatverzekeringen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 november 2019.