Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Koolmees kijkt naar APF of PPI als speciaal pensioenfonds voor zelfstandigen

9 januari 2019

Minister Koolmees (SZW) geeft in antwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Van Weyenberg (D66) aan dat zelfstandigen voldoende op de hoogte zijn over de mogelijkheden tot het voorzien in een oudedagsvoorziening. Hij ziet mogelijkheden voor een APF of PPI als pensioenfonds voor zelfstandigen.

Netspar paper

Wim Zwinkels, Marike Knoef, Jim Been, Koen Caminada en Kees Goudswaard publiceerden onlangs het Netspar Design Paper 91 “Zicht op zzp-pensioen”.

Hun belangrijkste conclusies luiden als volgt:

  • Een groot deel van de huishoudens met zzp’ers heeft wel pensioen opgebouwd in de tweede pijler, maar de bedragen zijn aanzienlijk lager dan voor werknemers. Vrije besparingen en het vermogen in de eigen woning zijn gemiddeld groter voor zzp’ers dan voor werknemers. De rol van de derde pijler lijkt bescheiden.
  • Het doorsnee bruto vervangingspercentage, wanneer we alle vermogenscomponenten meetellen, bedraagt 76% voor huishoudens met alleen zzp’ers. Voor huishoudens met alleen werknemers is dit 83%. Het vervangingspercentage geeft de omvang weer van het bruto pensioen ten opzichte van het bruto huishoudinkomen. De spreiding in de pensioenopbouw is duidelijk groter onder zzp’ers dan onder werknemers.
  • Huishoudens met hoge inkomens kennen gemiddeld een lagere vervangingsratio dan huishoudens met lage inkomens. Voor de laagste inkomens is er weinig verschil tussen zzp’ers en werknemers (voor deze groep is de AOW voldoende om de levensstandaard op peil te houden), maar voor alle andere inkomensgroepen geldt dat zzp’ers minder pensioen opbouwen dan werknemers.
  • Van de huishoudens met zzp’ers zal naar verwachting 43% niet een pensioen van 70% van het bruto huishoudinkomen bereiken. Voor huishoudens met alleen werknemers geldt dat voor 31%. Zzp’ers bouwen dus, uitgaande van de norm van een vervangingsratio van 70%, vaker dan werknemers geen toereikend pensioen op.

 

Het D66-Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg stelde naar aanleiding van de conclusies in dit Netspar paper vragen aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Kamervragen

Minister Koolmees antwoordt daarop dat hij het beeld herkent dat een groot deel van de zelfstandigen op enigerlei wijze vermogen opbouwt dan wel heeft opgebouwd voor de oude dag. Er zijn volgens hem meerdere redenen denkbaar waarom een zelfstandige voor een bepaalde opbouw van vermogen voor de oude dag kiest. Bijvoorbeeld de flexibiliteit ten aanzien van de inleg of de wens om het opgebouwde vermogen aan de nabestaanden te laten uitkeren in geval van overlijden.

Van Weyenberg vroeg of de minister het beeld herkent dat veel zelfstandigen niet bekend zijn met de fiscale mogelijkheden voor het opbouwen van pensioen. Koolmees antwoordt dat hem geen signalen bekend zijn dat veel zelfstandigen onvoldoende op de hoogte zouden zijn over de mogelijkheden tot het voorzien in een oudedagsvoorziening. Er kunnen andere redenen voor een zelfstandige zijn om een vermogen voor de oude dag op andere wijze op te bouwen dan via de fiscale mogelijkheden. Uit onderzoek van ZZP Nederland en PZO blijkt bijvoorbeeld dat zelfstandigen meer flexibiliteit wensen ten aanzien van inleg en doeleinden dan binnen de fiscale regels mogelijk is.

Onwetendheid van de fiscale voordelen hoeft volgens Koolmees dan ook niet de reden te zijn dat er op een andere wijze een vermogen voor de oude dag wordt opgebouwd dan in een fiscaal gefaciliteerd derdepijlerproduct. Hij geeft aan het belangrijk te vinden dat alle werkenden in Nederland een toereikende oudedagsvoorziening opbouwen. Een goede voorlichting en informatievoorziening kan daarbij van belang zijn. De overheid besteedt hier ook aandacht aan, bijvoorbeeld via de website van Wijzer in Geldzaken en de Belastingdienst. Het afschaffen van de doorsneepremie maakt het pensioenstelsel beter toegerust op de mogelijkheid dat zelfstandigen zelfstandig vrijwillig kunnen aansluiten of aangesloten blijven. De minister geeft aan dat het daarnaast mogelijk is om te kijken of zelfstandigen makkelijker kunnen toetreden tot de tweede pijler via bijvoorbeeld het oprichten van een speciaal pensioenfonds voor zelfstandigen (bijvoorbeeld een APF of PPI). 

Commentaar

Het is opvallend dat het kennelijk een probleem is als zelfstandigen de fiscale faciliteiten voor de opbouw van een oudedagsvoorziening niet volledig benutten en hier op een andere wijze in voorzien. Het verlenen van fiscale faciliteiten om maatschappelijk gewenst gedrag te stimuleren is een middel en geen doel op zich. Overigens is het nog niet zo heel lang geleden dat de toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm de in zijn ogen te veel op het fiscale voordeel gerichte informatie die levensverzekeraars verstrekten over aftrekbare lijfrentepremies bekritiseerde en daarin (mede) aanleiding zag om de voorwaarden voor deze  aftrek fors aan te scherpen en de aftrek zelf te beperken. Het kan verkeren!

Opvallend is daarbij ook dat de auteurs van het Netspar-paper het feit dat zzp’ers vaker pensioen opbouwen via vrij vermogen als een risico zien. Dit brengt volgens hen namelijk het risico met zich dat dit vrije vermogen ook aan andere uitgaven dan pensioen besteed kan worden. Dat moge waar zijn, maar zouden we die keus niet aan de zzp’er zelf moeten laten?

De conclusie van de auteurs dat de uitkomsten van het onderzoek ondersteuning biedt voor de vaak uitgesproken wens om de pensioensituatie van zzp’ers te verbeteren, is naar onze menig voor nuancering vatbaar. Dat is alleen het geval indien en voor zover de overige besparingen van de zzp’ers onvoldoende zijn om als voorziening voor de oude dag te dienen.

Tenslotte is de verwijzing naar de PPI als mogelijke uitvoerder van pensioenvoorzieningen voor zzp’ers pikant. Bij het tot stand komen van de PPI in 2010 koos de Nederlandse regering er heel bewust voor om de werking te beperken tot pensioenen die onder de Pensioenwet vallen. Dit ondanks het feit dat in Europees perspectief pensioen voor een zelfstandigen valt onder het begrip “arbeidsgerelateerde pensioenregeling” die (dus) door een IORP mag worden uitgevoerd. Zie de memorie van toelichting blz. 34. Wellicht geven deze antwoorden ruimte voor een heroverweging van dit standpunt.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Beantwoording Kamervragen lid Van Weyenberg over opbouw pensioen zelfstandigen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 9 januari 2019.