Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Koolmees stelt invoering opname bedrag ineens uit. Eerste Kamer daarna akkoord met wetsvoorstel.

Koolmees stelt invoering opname bedrag ineens uit. Eerste Kamer daarna akkoord met wetsvoorstel.

14 januari 2021

De Eerste Kamer ging op 13 januari 2021 akkoord met het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen. Dit gebeurde echter pas nadat minister Koolmees toezegde de ingangsdatum voor de opname van het bedrag ineens een jaar uit te stellen. Zodat er meer tijd is om de regeling op zijn uitvoerbaarheid te beoordelen en te verbeteren.

Wetsvoorstel

Over het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen schreven wij al eerder. Zie ons nieuwsbericht van 7 september 2020 en ons nieuwsbericht van 12 oktober 2020. Op het allerlaatste moment kwam er via de tweede nota van wijziging nog een ingrijpende aanpassing op het wetsvoorstel. Daarover schreven we in ons nieuwsbericht van 17 november 2020. De Tweede Kamer nam het voorstel vervolgens aan, maar de Eerste Kamer tilde de behandeling over de jaarwisseling heen. Zie ons nieuwsbericht van 17 december 2020.

Eerste Kamer zeer kritisch over uitvoerbaarheid

De Eerste Kamer toonde zich zeer kritisch. Met name over de door de tweede nota van wijziging - op de valreep - toegevoegde mogelijkheid om het bedrag in eens op te nemen, of wel op de pensioeningangsdatum, ofwel in de maand januari van het jaar waarin de gerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars wezen direct nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel aannam al op de complexiteit en de daarmee gepaard gaande uitvoeringsproblematiek. De Eerste Kamer vroeg in het Verslag; “Zoals ook de regering aangeeft, staan de fondsen voor een ongekende organisatorische klus, namelijk het voorbereiden van het nieuwe stelsel. De uitvoeringsorganisaties, het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie, melden nu al dat de uitvoering van het bedrag ineens niet zal lukken. Hoe gaat de regering daarmee om, mede in het licht van de stelselwijziging die alle inzet en energie vergt?”

Het lukte de minister van SZW niet om in de Nota naar aanleiding van het verslag deze vraag afdoende te beantwoorden en de zorgen van de Eerste Kamer weg te nemen.
Tijdens de mondelinge behandeling kreeg de minister de wind van voren. Voor PvdA senator Crone was het “meer dan een graat in de keel”. De heer Kox (SP) vond het wetsvoorstel “in zijn vorm een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet”. Mevrouw Oomen (CDA) gaf aan dat “het naar haar gevoel de Eerste Kamer onwaardig is om wetgeving goed te keuren waarvan we op voorhand weten dat een deel daarvan de toets der kritiek niet doorstaat”. Zij deed er nog een schepje boven op door daarbij aan te geven dat de leden van de CDA-fractie: “op het punt van de eenmalige uitkering niet geacht willen worden verantwoordelijk te zijn voor de voorspelbare chaos die deze regeling gaat veroorzaken als wij die doorzetten zoals nu gepland is en uit de Tweede Kamer kwam”.

Vrijwel alle fracties pleitten voor uitstel tot 1 januari 2023 voor wat betreft het gedeelte over het bedrag in eens.

Minister Koolmees begon zijn antwoord met aan te geven echt geprobeerd te hebben om het vraagstuk van de complexiteit en uitvoerbaarheid op te lossen met de pensioenuitvoerders. Hij gaf eerlijk toe dat dat gewoon niet is gelukt. Daarom haalde hij aan het begin gelijk de angel uit dit debat door aan te geven dat hij bereid is om het wetsvoorstel een jaar later in te laten gaan, dus op 1 januari 2023, zodat ook de uitvoerders meer tijd hebben om dit in hun voorbereiding zorgvuldig in te richten en ook meer tijd hebben voor de informatievoorziening naar de deelnemers. Daarnaast beloofde hij die extra tijd gebruiken om samen met de pensioenuitvoerders te bekijken welke aanpassingen noodzakelijk zijn om de uitvoerbaarheid te verbeteren.

De Eerste Kamer nam het voorstel vervolgens zonder stemming aan.

Commentaar

In ons commentaar bij het nieuwsbericht van 17 december 2020 over het uitstel van de behandeling door de Eerste Kamer gaven wij aan dat dit uitstel de Eerste Kamer de gelegenheid gaf om rustig en zorgvuldig te kijken naar de uitvoeringstechnische problemen die de nota van wijziging veroorzaakt voor pensioenuitvoerders bij de opname van het bedrag ineens. De Eerste Kamer is de ‘Chambre de Réflection’ die zich niet laat opjagen of verleiden tot overhaaste besluitvorming. Gelukkig niet, want het resultaat is dat uiteindelijk aan de uitvoeringstechnische bezwaren van de pensioenuitvoerders tegemoet is gekomen. Het bestaansrecht van de Eerste Kamer is wat ons betreft hiermee weer eens aangetoond.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Eerste Kamer Behandeling wetsvoorstel Bedrag in eens, RVU en verlofsparen 12 januari 2021

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 14 januari 2021.