Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Koolmees stuurt Verzamelbrief pensioenonderwerpen naar de Kamer.

Koolmees stuurt Verzamelbrief pensioenonderwerpen naar de Kamer.

17 november 2020

Minister Koolmees stuurde op 12 november 2020 een Verzamelbrief pensioenonderwerpen naar de Tweede Kamer. Daarin informeert hij de Kamer over een vijftal door de Tweede Kamer aan de orde gestelde onderwerpen.

Aanvalsplan witte vlek pensioenen van de Stichting van de Arbeid

De Stichting van de Arbeid (StvdA) presenteerde op 17 juni 2020 een aanvalsplan witte vlek pensioenen. Koolmees is positief over de breed gedragen praktische oplossingsrichtingen. De StvdA keek volgens hem daarbij goed naar in hoeverre deze aansluiten bij de gesignaleerde oorzaken. Hij geeft aan dat in de toekomst - op basis van een goede monitoring - moet blijken welke van deze maatregelen effectief zijn. In eerste instantie moeten de oplossingsrichtingen worden uitgewerkt. In de brief gaat de minister in op de oplossingsrichtingen waarbij de overheid een rol heeft. Hij onderscheidt daarbij drie groepen:

  • A) Acties die betrekking hebben op werkgevers en hun werknemers die niet gebonden zijn aan een (verplicht) gestelde pensioenregeling in een sector;
  • B) Acties die betrekking hebben op werkgevers en hun werknemers die wel gebonden zijn aan een verplicht gestelde pensioenregeling in een sector;
  • C) Algemene acties die op alle werkgevers en werknemers zijn gericht.

 

Oostenrijkse casus over eigendomsrecht

Op verzoek van het Tweede Kamerlid Van Brenk (50PLUS) gaat Koolmees in op een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van 24 september 2020. Hierin was sprake van een Oostenrijkse gepensioneerde wiens pensioen als gevolg van een wetswijziging werd gekort en wiens onvoorwaardelijke indexatie werd geschrapt. De Oostenrijkse rechter stelde vragen aan het Europese Hof. Onder andere vroeg hij of het eigendomsrecht als erkend in artikel 17 van het Handvest zich verzet tegen een beperking of vermindering van het pensioen.

Het Hof concludeert in die uitspraak dat het pensioen en de contractueel overeengekomen indexatie een eigendomsrecht is en daarmee de bescherming van artikel 17 van het EU-Handvest heeft. Het Hof oordeelt ook dat het eigendomsrecht niet betekent dat het absolute gelding heeft in die zin dat een recht bestaat op een bepaald bedrag.

Het Hof bevestigt ook dat beperkingen op het eigendomsrecht zijn toegestaan als:

  • De beperking voortvloeit uit een wet;
  • De wezenlijke inhoud van het pensioenrecht wordt geëerbiedigd;
  • De beperking noodzakelijk is, en
  • beantwoordt aan doelstellingen van algemeen belang.

 

Omdat slechts een gedeelte van het pensioen werd ingehouden, vond het Hof in deze zaak de beperking niet zodanig dat de wezenlijke inhoud van het pensioenrecht daarmee werd aangetast. Het Hof oordeelde dat de beperking daarmee noodzakelijk lijkt te zijn geweest en aanvaardbaar in het licht van het betaalbaar houden van deze pensioenen en het verkleinen van inkomensverschillen.

Koolmees geeft aan dat het Europese Hof voor de rechten van de mens (EHRM) al eerder de conclusie trok dat het pensioenrecht een eigendomsrecht behelst. Deze conclusie is volgens de minister relevant in het licht van de stelseldiscussie en het omzetten van opgebouwde pensioenen naar nieuwe pensioenvermogen in het nieuwe stelsel. Zijn inschatting is dat deze uitspraak de voorgenomen wijzigingen van het pensioenstelsel niet in de weg staat. Koolmees geeft in de brief aan dat bij de onderhandelingen met sociale partners over het Pensioenakkoord reeds is geconcludeerd dat pensioen een eigendomsrecht betreft, waarvan de regulering kan worden gerechtvaardigd. Het EU-Hof bevestigt deze aanname. Koolmees verwijst verder naar de nog te verschijnen Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel waarin de afspraken uit het Pensioenakkoord zijn opgenomen, waarin het eigendomsrecht uitgebreid zal worden behandeld.

Pensioenlabel niet wettelijk verplicht

VCP Young Professionals (VCPYP) lanceerde het concept van een pensioenlabel. Tijdens het debat over de uitwerking van het Pensioenakkoord op 14 juli 2020 zegde Koolmees, op verzoek van de Kamerleden Smeulders (GroenLinks) en Van der Linde (VVD), toe in overleg te gaan met VCPYP om te kijken naar de meerwaarde van het pensioenlabel.
Het voorstel van VCPYP behelst een wettelijk verplicht pensioenlabel als een vergelijkende maatstaf voor een tweede pijler pensioenregeling. Dit label moet volgens VCPYP (aanstaande) werknemers attenderen op en waarschuwen tegen de afwezigheid van een pensioen (letter/categorie “E”) of tegen een beperkt pensioenresultaat (“D“). Daarnaast wil VCPYP met het label die werknemer in staat stellen in te kunnen schatten in hoeverre de pensioenregeling voldoende is voor het individu en in hoeverre (en welke) aanvullende maatregelen deze kan treffen.

Koolmees gaf tijdens het debat op 14 juli jl. al aan dat hij het label een interessant idee vindt. Hij voegt daar aan toe dat hij de invulling van het voorgestelde label te beperkt vindt. Het label ziet namelijk alleen op de vraag in hoeverre je na 42 jaar een ouderdomspensioen van 80% van het gemiddelde pensioengevende salaris kunt opbouwen. Volgens de minister gaat het echter om alle arbeidsvoorwaarden die van belang zijn bij een afweging. Daarnaast wijst hij erop dat er al een vergelijkingsinstrument beschikbaar is, namelijk de Pensioenvergelijker. Alles overwegende ziet hij geen aanleiding een nieuw, wettelijk verplicht instrument in te voeren. Bovendien zijn er voor de doelgroep van (jongere of aanstaanden) medewerkers diverse initiatieven om hen te bereiken aangaande het pensioen. Hoewel hij een wettelijke verplichting van het pensioenlabel niet gepast vindt, geeft Koolmees aan dat dit VCPYP als vakcentrale uiteraard niet in de weg staat om leden middels een label te informeren.

Korten door pensioenfondsen

Op verzoek van het Kamerlid De Jong (PVV) gaat Koolmees in op de berichten in de media dat diverse pensioenfondsen mogelijk de pensioenen moeten korten.

De minister geeft aan dat in de uitwerking van het Pensioenakkoord sociale partners en kabinet afspraken dat in het licht van het nieuwe pensioenstelsel fondsen die aan het einde van dit jaar een dekkingsgraad van 90% of meer hebben, volgend jaar niet onvoorwaardelijk hoeven te korten tot het reguliere niveau van circa 104%. Deze grens van 90% is volgens hem zorgvuldig gekozen omdat het enerzijds lucht geeft aan pensioenfondsen om geen omvangrijke kortingen door te voeren en anderzijds de rekening niet oneindig doorschuift naar de toekomstige generaties.
Koolmees wijst er in zijn antwoord op dat hij in zijn brief van 28 september 2020 reeds aangaf dat hij in overleg met bij het Pensioenakkoord betrokken partijen uitwerkt hoe de financiële situatie bij pensioenfondsen, gedurende de transitiejaren naar het nieuwe pensioenstelsel, moet worden bezien. Het gaat daarbij om de periode van de beoogde inwerkingtreding van de stelselherziening in 2022 tot uiterlijk 2026 wanneer de implementatie van wetgeving door fondsen uiterlijk dient te zijn afgerond. Koolmees wijst er op dat hij al aangaf bereid te zijn aanpassingen in het huidige financieel toetsingskader te doen als dat vanuit dat perspectief wenselijk is. Partijen kijken naar wat in de transitieperiode nodig is om een evenwichtige, uitlegbare en verantwoorde overstap naar het nieuwe stelsel te maken. Hierbij dienen de belangen van alle generaties, actieven en gepensioneerden, op korte en lange termijn te worden gewogen. De minister geeft aan dat de bij het Pensioenakkoord betrokken partijen bij de nadere uitwerking van dit wetgevingskader nauw zijn betrokken, net zo als toezichthouders en de Pensioenfederatie.

Geen ‘Kansrijk-publicatie’ voor het thema pensioenen door het CPB

In een motie verzocht het Kameridlid Van Brenk (50PLUS) de regering om met het Centraal Planbureau (CPB) te overleggen over de mogelijkheid van een zogenoemde “Kansrijk-publicatie” voor het thema pensioenen. Dit omdat volgens haar de Kansrijk-publicaties van het CPB een belangrijke rol spelen bij de afwegingen voor verkiezingsprogramma’s, maar dat de Kansrijk-publicatie voor het thema pensioenen ontbreekt. Koolmees gaf in reactie daarop in de Kamer aan dat hij hierover in gesprek zou gaan met het CPB, maar dat hij met betrekking tot dit punt geen toezegging kon doen, gegeven de onafhankelijkheid van het CPB.

In de Verzamelbrief antwoordt Koolmees verder dat het CPB aangeeft geen separate studie naar kansrijke maatregelen voor het thema pensioenen op te zullen leveren. Wel heeft het CPB de afgelopen jaren in het kader van de onderhandelingen over en de uitwerking van het Pensioenakkoord verschillende contractvarianten en scenario’s doorgerekend. Al deze studies zijn te vinden op de website van het CPB en veel van deze studies zijn ook als Kamerstuk met de Kamer gedeeld. Eveneens heeft het CPB enkele maanden geleden een studie gepubliceerd over de (optimale) verhouding tussen omslag- en kapitaaldekking. Hierover informeerde de minister de Kamer uitgebreid in zijn Kamerbrief van 22 september 2020.

Commentaar

Minister Koolmees informeert, zoals dat hoort, de Kamer periodiek over de stand van zaken over pensioenen en beantwoordt de vragen die de Kamer in de loop van de tijd stelde in zogenoemde Verzamelbrieven.
Ook deze Verzamelbrief bevat weer een aantal interessante en relevante onderwerpen. Maar helaas niet datgene waarop wij alle al enige tijd in spanning wachten; de concept wetsvoorstellen voor de uitwerking en implementatie van het Pensioenakkoord. Koolmees verwijst in deze Verzamelbrief zelf ook naar de nog te verschijnen Memorie van Toelichting. Het aangekondigde tijdschema (november 2020) blijkt niet haalbaar. Het is nog maar de vraag of de internetconsulatie dit jaar nog start. En daarmee neemt de tijdsdruk om alles vóór 1 januari 2022 door het parlement te loodsen steeds meer toe. Wij blijven de voortgang nauwgezet volgen en op deze site becommentariëren.

Bron: Verzamelbrief pensioenonderwerpen van minister Koolmees van 12 november 2020.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 17 november 2020.