Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Koolmees voorkomt ‘onnodige’ pensioenkortingen

Koolmees voorkomt ‘onnodige’ pensioenkortingen

21 november 2019

Minister Koolmees geeft in een brief aan de Tweede Kamer uitvoering aan een motie van Gijs van Dijk en geeft pensioenfondsen onder drie voorwaarden een jaar langer de tijd om te voldoen aan de huidige gestelde financiële eisen.

Motie Gijs van Dijk

PvdA Tweede Kamerlid Gijs van Dijk diende op 5 september 2019, samen met Paul Smeulders (GL) en Chris Stoffer (SGP) een motie in, waarin hij de regering verzoekt “onnodige pensioenkortingen te voorkomen en hiervoor zo snel mogelijk handelingsperspectieven te ontwikkelen waarbij de houdbaarheid van het stelsel op de korte en de lange termijn in ogenschouw wordt genomen”.

Kamerbrief minister Koolmees

Minister Koolmees (SZW) voert deze motie uit door een brief aan de Tweede Kamer van 19 november 2019. Daarin schetst hij het gevraagde ‘handelingsperspectief voorkomen onnodige pensioenkortingen’.

Hij constateert dat de uitzonderlijke economische situatie waarin een groot aantal pensioenfondsen zich bevindt, leidt tot dreigende kortingen, maatschappelijke onrust en twijfel over de toekomst van het huidige pensioenstelsel. Daarom geeft hij, op basis van de vrijstellingsbevoegdheid die artikel 142 Pensioenwet hem biedt, pensioenfondsen onder een aantal voorwaarden langer de tijd om te voldoen aan de huidige gestelde financiële eisen. Met de toepassing van artikel 142 Pensioenwet wil Koolmees rust creëren in de sector, zodat het kabinet en de sociale partners de uitwerking van het pensioenakkoord voortvarend ter hand kunnen nemen. Hij herhaalt zijn streven om voor de zomer van 2020 een hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer te sturen met daarin de uitwerking van het pensioenakkoord. Daarin zal hij een doorkijk geven van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel en eveneens stil staan bij de financiële positie van de pensioenfondsen op dat moment.

Drie voorwaarden

De eerste voorwaarde die Koolmees stelt is dat de regeling geldt voor het komende jaar waarin het pensioenakkoord wordt uitgewerkt. Ten tweede blijft er een ondergrens waarbij fondsen wél onvoorwaardelijk moeten korten. En ten derde moeten fondsen verantwoorden waarom gebruik van de regeling evenwichtig is voor alle deelnemers.

Koolmees wil regelen dat fondsen met een actuele dekkingsgraad van minimaal 90% of fondsen die een onvoorwaardelijke korting doorvoeren tot zij een dekkingsgraad hebben van 90% een jaar langer de tijd krijgen om hun dekkingsgraad op orde te krijgen. Dit geldt zowel voor het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) als voor het vereist eigen vermogen (VEV).

Vereist eigen vermogen

Pensioenfondsen zijn verplicht een VEV aan te houden. De hoogte hiervan is fondsspecifiek en afhankelijk van bijvoorbeeld het beleggingsbeleid en het deelnemersbestand van een pensioenfonds. Als een pensioenfonds een te laag eigen vermogen heeft, moet het een herstelplan indienen waarin het aangeeft hoe zij binnen tien jaar voldoet aan het VEV. Als de dekkingsgraad van een pensioenfonds zodanig laag is dat herstel tot het VEV binnen tien jaar niet mogelijk is (de zogenoemde ‘kritische dekkingsgraad’), moet het pensioenfonds korten, de premie verhogen en/of de opbouw verlagen.

Minimaal vereist eigen vermogen

Pensioenfondsen moeten een MVEV hebben van ongeveer 104,3%. Zij mogen gedurende vijf jaar (zes meetmomenten) minder eigen vermogen hebben. Als een pensioenfonds op het zesde achtereenvolgende meetmoment te weinig eigen vermogen heeft, moet het bijvoorbeeld door een onvoorwaardelijke korting ervoor zorgen dat de dekkingsgraad stijgt tot het MVEV van 104,3%.

Verlenging termijnen

Koolmees verlengt de termijnen waarbinnen pensioenfondsen dienen te voldoen aan de VEV- en de MVEV-vereisten. Hij verleent vrijstelling van het zesde meetmoment voor het MVEV-vereiste tot 31 december 2020. Fondsen waarvoor het zesde meetmoment op 31 december 2019 ligt en die een dekkingsgraad onder de 104,3% hebben, hoeven dus geen korting op grond van het MVEV-vereiste door te voeren.

Daarnaast geeft de minister de pensioenfondsen in 2020 langer de tijd om te herstellen naar het VEV. Hij verlengt de hersteltermijn daartoe van tien naar twaalf jaar. Voorwaarde daarbij is dat de dekkingsgraad ten minste 90% is.

Garanties op het volledig voorkomen van kortingen kan en wil Koolmees niet geven. De economische ontwikkelingen zijn immers van grote invloed. Om het discontinuïteitsrisico te beperken is volgens de minister een ondergrens van belang. Hij geeft daarbij aan dat zodra deze tijdelijke ministeriële regeling komt te vervalen, de huidige wet- en regelgeving weer van toepassing is.

Commentaar

Artikel 142 Pensioenwet geeft de minister van SZW de mogelijkheid om, na overleg met de toezichthouder, vrijstelling te verlenen van de termijn van tien jaar voor het VEV en de zes meetmomenten bij het MVEV als sprake is van een uitzonderlijke economische situatie waardoor een groot aantal pensioenfondsen niet kan voldoen aan de bij of krachtens de Pensioenwet gestelde eisen inzake het VEV en het MVEV.

Minister Koolmees vindt dat er sprake is van een uitzonderlijke economische situatie. De situatie van de lage rente is weliswaar niet uniek, de rente is inmiddels al decennia aan het dalen. Wel bijzonder is volgens hem dat we in een situatie van negatieve rente zijn terechtgekomen wanneer het gaat om rentes met lange looptijden. Ook de uitwerking van de spelregels van een nieuw stelsel is een bijzondere omstandigheid, aldus de minister.

Gezien het huidige politieke klimaat een begrijpelijke keuze. Zonder dergelijke maatregelen is er geen maatschappelijk en politiek draagvlak meer voor het pensioenakkoord. Het is echter een politieke keuze en geen ultieme oplossing. De dekkingsgraden en het voor pensioenen beschikbare vermogen worden hierdoor niet groter. Het pensioenvermogen wordt alleen anders verdeeld tussen oud en jong. Wat dat betreft is het (weer) uitstel van executie en speculeren op verbeterde marktomstandigheden. De toekomst zal moeten leren of dit verdere uitstel een goede keuze is geweest.

 

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis 

Bron: Kamerbrief minister Koolmees, 19 november 2019

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 november 2019.