Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Koolmees wijzigt voorwaarden affinanciering voorwaardelijke VPL-aanspraken weer

6 juni 2018

Minister Koolmees wijzigt de onlangs aangescherpte regels voor de inkoop van voorwaardelijke VPL-aanspraken opnieuw. Pensioenfondsen mogen deze aanspraken inkopen tegen het tarief dat ze gebruiken om hun premie vast te stellen. Hiermee versoepelt het kabinet de uitleg die DNB geeft aan de inkoopregels die sinds november 2017 zijn opgenomen in de regelgeving.

Korte terugblik

Met het besluit van 16 november 2017 wijzigde minister Koolmees het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004. Pensioenfondsen mogen voorwaardelijke VPL-aanspraken (de zogenoemde “15-jaars financiering”) uitsluitend financieren uit het pensioenvermogen dat ter dekking van de technische voorzieningen wordt aangehouden of uit het eigen vermogen indien zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 129 PW.

Deze voorwaarden houden onder meer in dat een pensioenfonds pas pensioenvermogen mag aanwenden voor andere doelen dan de reguliere pensioenregeling indien alle nominale pensioenaanspraken volledig zijn gedekt, zij de toegezegde indexatie naar de toekomst kan volhouden en de eventueel gemiste indexatie over de afgelopen tien jaar is goedgemaakt. DNB interpreteert dit zodanig dat inkoop van voorwaardelijke VPL-aanspraken moet gebeuren tegen de actuele marktrente, zodat deze inkoop niet ten koste gaat van het pensioenvermogen en dus geen nadelige gevolgen heeft voor de dekkingsgraad. Nadat de rechter deze interpretatie afwees, wijzigde het kabinet de regels, zodat de opvatting van DNB vast kwam te liggen in het Besluit uitvoering Pensioenwet. Zie ons bericht van 12 april 2018.

Koolmees draait aangescherpte regels terug.

Door het strikte standpunt van DNB ontstond grote commotie bij diverse pensioenfondsen. Zij voorzagen grote financiële consequenties als zij voor de inkoop van de voorwaardelijke VPL-rechten niet hetzelfde tarief zouden mogen gebruiken als voor de pensioenen in de basisregeling.

Minister Koolmees kondigt nu aan het Uitvoeringsbesluit opnieuw aan te passen. Hij geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat door de wijziging van november 2017 een aantal betrokken partijen plotseling gedwongen is om de financiële opzet van hun VPL-regeling te wijzigen, terwijl zij op basis van een eigen analyse reeds jarenlang van een andere opzet zijn uitgegaan. Volgens hem kunnen de financiële consequenties hiervan voor sociale partners of voor de deelnemers fors zijn. Dit effect wordt nog versterkt door het feit dat de VPL-afspraken eind 2022 volledig afgefinancierd moeten zijn. Het kabinet vindt het om deze redenen onwenselijk dat nu in een relatief laat stadium de financiële spelregels voor deze eindige, specifieke overgangsregeling worden aangepast. Er is volgens de minister in dit stadium onvoldoende ruimte om de gevolgen voor de betrokken partijen op te kunnen vangen en hierbij invulling te geven aan evenwichtige belangenafweging.

Daarom zal het kabinet de Uitvoeringsregeling wijzigen en opnemen dat een pensioenfonds bij de inkoop van VPL-aanspraken een lager tarief mag hanteren. Dit tarief moet op basis van evenwichtige belangenafweging, na het gebruikelijke overleg van het bestuur van het pensioenfonds met de organen van het betreffende fonds worden vastgesteld. Het tarief mag niet lager zijn dan het tarief dat het fonds voor de basisregeling gebruikt.

Deze gewijzigde regelgeving zal naar verwachting op zijn vroegst in het najaar van 2018 van kracht worden. Vanwege de ontstane discussie vindt het kabinet het van belang om daarop vooruitlopend via de brief nu al duidelijkheid te verschaffen. Dat stelt DNB, pensioenfondsen en sociale partners in de gelegenheid om daar nu al rekening mee te houden.

Commentaar

Een opmerkelijke draai van minister Koolmees. De argumenten die hij nu aandraagt, zijn niet tussen 16 november 2017 en vandaag ontstaan. Ook in november 2017 was bekend dat de VPL-afspraken eind 2022 volledig afgefinancierd moeten zijn.

Het heeft er alle schijn van dat de minister gevoelig is voor de lobby van de Pensioenfederatie. Waar op zich niks mis mee is. Of VPL-aanspraken met  gedempte premies gefinancierd mogen worden of niet, is een politieke keuze. De lasten worden nu verdeeld over het gehele bestand, ook over de deelnemers die geen VPL-aanspraken hebben en ook nooit zullen hebben. Ook dat is een politieke keuze. Maar ten opzichte van de in november 2017 gemaakte keuzen wel een opvallende.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

 

Bron: Kamerbrief voorwaarden affinanciering voorwaardelijke VPL-aanspraken.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 juni 2018.