Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Korting IOAW met afkoopsom klein pensioen

28 april 2016

Gemeente Stein vorderde één maand IOAW-uitkering terug. De heer X ontving in die maand een aantal afkoopsommen van kleine pensioenen. Was deze terugvordering terecht?

IOAW

De heer X ontving over de periode van 1 maart 2002 tot en met 2 mei 2013 een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). Het college van B en W van de gemeente Stein beëindigt de uitkering met ingang van 3 mei 2013 in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van X. In april 2013 ontving X van vier verschillende pensioenregelingen een afkoopsom. Het college besluit de IOAW-uitkering over de maand april 2013 in te trekken. Volgens de gemeente moeten de afkoopsommen als inkomen worden aangemerkt. Omdat de totale afkoopsom hoger is dan de geldende norm vordert het college de uitkering over de maand april 2013 terug.

De gemeente verklaart het bezwaar van X tegen deze terugvordering ongegrond. Ook de rechtbank verklaart de bezwaren van X in september 2014 ongegrond.

Centrale Raad van Beroep

In hoger beroep voert X aan dat onredelijk is dat het college de afkoopsommen volledig als inkomen in de maand april 2013 heeft aangemerkt. Deze afkoopsommen zijn bestemd voor de periode na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en moeten ook aan die periode worden toegerekend, aldus X.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) geeft X gelijk.
De CRvB: “De afkoopsom van een ouderdomspensioen in de zin van de Pensioenwet moet geacht worden bestemd te zijn voor de periode na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Een pensioen is immers bedoeld als aanvulling op het AOW-pensioen. Niet valt in te zien dat de afkoop van het pensioen bij iemand die een IOAW-uitkering ontvangt een ander doel zou dienen.”

Het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (Inkomensbesluit) bepaalt wat onder inkomen uit arbeid of overig inkomen wordt verstaan. En bepaalt dat het college de ruimte heeft om die inkomsten niet mee te laten tellen wanneer dit leidt tot een onredelijk resultaat. Volgens de Raad leidt het toerekenen van inkomen in de vorm van een afkoopsom van het ouderdomspensioen aan de maand gelegen vóór de pensioengerechtigde leeftijd tot een kennelijk onredelijk resultaat. Dit overwoog de Raad al eerder in aantal uitspraken in 2014 ten aanzien van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw). Meer daarover leest u in ons nieuwsbericht van 26 december 2014. Deze uitleg acht de CRvB ook in overeenstemming met het Inkomensbesluit.

Hieruit volgt dat het college niet bevoegd was de IOAW-uitkering over de maand april 2013 in te trekken. Daarmee is tevens de grondslag aan de terugvordering over deze periode komen te ontvallen.

X krijgt de ten onrechte teruggevorderde IOAW-uitkering over de maand april 2013 terug. De CRvB veroordeelt het college tot vergoeding van de kosten die X heeft gemaakt voor rechtsbijstand en de proceskosten. Een bedrag van in totaal € 1.984. Ook moet het college de wettelijke rente vergoeden over de teruggevorderde uitkering.

Commentaar

Sinds 1 januari 2015 mogen pensioengerechtigden afkoop van klein pensioen uitstellen tot na de pensioeningangsdatum. Hiervoor is in artikel 66 van de Pensioenwet een twaalfde lid toegevoegd. In haar uitspraak op 19 december 2014 refereerde de CRvB al aan die wetswijziging. Kennelijk was de rechtbank in september 2014 daarvan nog niet op de hoogte.

De staatssecretaris liet in december 2015 onderzoek doen naar de uitvoeringspraktijk van de afkoop klein pensioen door de SVB. Dit mede op basis van een aantal casussen dat is aangereikt door de ombudsman van omroep Max. Uit dit onderzoek bleek dat er bij de SVB-kantoren een verschil in de uitvoering was. Die verschillen zijn wettelijk toegestaan, maar het heeft wel tot gevolg dat mensen hierdoor verschillend zijn bejegend. Daarnaast is het mogelijk dat bij sommige mensen verwarring is ontstaan of zij wel of niet in bezwaar moesten gaan. De mensen die dit niet hebben gedaan, kwamen niet in aanmerking voor het terugdraaien van de korting. Dat vond Klijnsma onrechtvaardig. Zij besloot om ook deze mensen tegemoet te komen. Het gaat daarbij om maximaal 6.000 AOW-gerechtigden met partnertoeslag en circa 450 Anw-gerechtigden. Deze herstelactie kost maximaal € 3 miljoen. Lees meer over deze herstelactie in ons nieuwsbericht van januari 2016. Deze herstelactie richtte zich op AOW-gerechtigden met partnertoeslag en Anw-uitkering. Buiten beschouwing bleven daarbij bijstands- en IOAW-gerechtigden. Zij krijgen hun uitkering van de gemeente. Ook gemeenten kunnen verschillend omgaan met de die afkoopsommen van kleine pensioenen. Een goede zaak dat X zich niet zonder meer heeft neergelegd bij het standpunt van de gemeente.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 22 april 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 28 april 2016