Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Korting op AOW is volgens CRvB geen indirecte discriminatie

5 april 2016

In hoger beroep deed de CRvB de uitspraak dat korting op de AOW als gevolg van wonen buiten Nederland geen indirecte discriminatie oplevert. Deze uitkomst is geen verrassing. Waarom voerde X dan deze procedure?

X woont in Polen en ontvangt een verlaagde AOW-uitkering

X heeft de Nederlandse nationaliteit en is geboren in 1948. Op 26 juni 1991 trouwde hij met Y. Zij heeft de Poolse nationaliteit en is geboren in 1956. In november 1992 emigreerde X, met behoud van een Nederlandse uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, met zijn echtgenote naar Polen. 

X verzocht de Sociale verzekeringsbank (Svb) in april 2013 om hem een AOW-uitkering toe te kennen, vermeerderd met een partnertoeslag. Het Svb kende X een gehuwdenpensioen toe vermeerderd met een partnertoeslag. Deze toeslag werd met 80% gekort wegens veertig niet verzekerde jaren. 

X was het hier niet mee eens en maakte bezwaar. Uiteindelijk deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in hoger beroep een uitspraak. 

Korting op AOW is verboden discriminatie?

In hoger beroep stelde X dat de Svb hem voor de toekenning van een AOW-uitkering ten minste gedeeltelijk als ongehuwde moet aanmerken. Hij wees erop dat hij tot medio 1991 als ongehuwde premies volksverzekeringen betaalde. Verder wees X erop dat zijn echtgenote ongeveer 40 jaar niet verzekerd was voor de AOW, omdat zij toen nog geen band met Nederland had. X vindt de door de Svb toegepaste wettelijke regels onverenigbaar met het verbod van discriminatie op grond van nationale afkomst dat is opgenomen in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). 

Svb voert de wet uit 

De CRvB gaat eerst in op de stelling van X dat de Svb hem als ongehuwde moet aanmerken. De Raad herinnert X eraan dat de wettelijke regels die de Svb toepast dwingendrechtelijk van aard zijn. Of iemand recht heeft op een AOW-uitkering naar de norm voor een gehuwde of naar de norm voor een ongehuwde, is afhankelijk van de leefsituatie in de periode waarover de AOW-uitkering plaatsvindt. En niet van de leefsituatie ten tijde van de verzekering. Van enig direct of indirect onderscheid naar nationale afkomst is in dit verband geen sprake. 

De Poolse echtgenote van X was voor een periode van 20 jaar niet verzekerd voor de AOW, hetgeen een korting op de partnertoeslag opleverde. Ook hier is geen sprake van discriminatie op grond van nationale afkomst. De Raad verwees hierbij naar zijn uitspraak van 4 april 2014. In deze uitspraak oordeelde de Raad dat er voor de uitsluiting van niet-ingezetenen een toereikende objectieve rechtvaardiging bestaat. Het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen sluit immers aan bij de basisgedachte van een volksverzekering. Die gedachte houdt in dat de overheid van een land alleen sociale bescherming door middel van een verplichte verzekering biedt aan personen die door ingezetenschap een voldoende band hebben met dat land. 

Op het argument dat de korting op de partnertoeslag onbillijk uitpakt, antwoordt de Raad dat de rechter de innerlijke waarde of billijkheid van een wet niet mag beoordelen. “Artikel 120 van de Grondwet houdt een verbod in om wetten te toetsen aan algemene rechtsbeginselen. De rechter mag niet treden in een belangenafweging die reeds door de wetgever is verricht of geacht moet worden te zijn verricht. Van in aanmerking te nemen “niet door de wetgever verdisconteerde omstandigheden”, welke aanleiding kunnen vormen strikte wetstoepassing achterwege te laten, is in dit geval niet gebleken.” aldus de Raad.

Commentaar

Een zaak als deze verbaast ons. Waarom begon X met de procedure van bezwaar, beroep en hoger beroep? Het is overduidelijk wat de uitspraak van de CRvB zou zijn. Zo verwijst de Raad naar een uitspraak van 4 april 2014 waarin negen uitspraken van de CRvB en de Hoge Raad staan opgesomd. Uit deze uitspraken blijkt heel duidelijk het standpunt van de hoogste rechtscolleges over het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen.

 

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: Uitspraak Centrale Raad van Beroep, 11 maart 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 5 april 2016