Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Korting pensioen op uitkering WW

12 september 2017

Het Uwv kort een WW-uitkering met de pensioenuitkeringen die de uitkeringsgerechtigde ontvangt. Deze korting vindt niet plaats als de pensioenuitkering door de uitkeringsgerechtigde voor het intreden van de werkloosheid werd ontvangen en voor zover die  betrekking heeft op een eerder verlies van arbeidsuren. In twee procedures scherpt de Centrale Raad van Beroep de uitzonderingsbepaling aan.

Wel korting pensioen op uitkering WW

De heer X  ontving vanaf 1 november 2011 een (pre)pensioenuitkering vanwege zijn dienstverband bij werkgever A. X is vanaf in 2006 in loondienst bij werkgever B. De dienstbetrekking bij werkgever B werd in 2015 om bedrijfseconomische redenen beëindigd.  X heeft in verband met de beëindiging van deze dienstbetrekking recht op een WW-uitkering. Het UWV kort de WW-uitkering met het prepensioen. X vindt dat het prepensioen onder de uitzondering valt omdat het prepensioen werd uitgekeerd vanuit een andere dienstbetrekking.

De Centrale Raad van Beroep vindt  - onder verwijzing naar eerdere rechtspraak (CRvB 29 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3504 – dat de uitzondering op de hoofdregel restrictief moet worden uitgelegd. De uitzonderingsbepaling is alleen van toepassing als het prepensioen samenhangt met dezelfde (resterende) dienstbetrekking als waaruit de werknemer werkloos is geworden. Alleen in die situatie wordt een prepensioen niet gekort op de WW-uitkering. Dus voor alle gevallen waarin een prepensioen wordt ontvangen uit een eerdere dienstbetrekking dan waaruit een WW-recht is ontstaan, moet dit prepensioen in mindering worden gebracht op de WW-uitkering.

Geen korting pensioen op uitkering WW

Mevrouw Y ging op 1 maart 2015 acht uur minder werken. Vanwege de vermindering van de arbeidsuren ontvangt zij een prepensioen.  Op 1 juni 2015 is de dienstbetrekking van Y volledig geëindigd. Het Uwv brengt het prepensioen volledig in mindering op de WW-uitkering van Y.

Volgens het Uwv voldoet Y niet aan de voorwaarde van het verlies van arbeidsuren. Bij de bepaling van de omvang van de WW-uitkering gaat het Uwv uit van het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA). In dit geval heeft het verlies van arbeidsuren van Y geen of een beperkte invloed op de GAA en moet volgens het Uwv het prepensioen gekort worden op de WW-uitkering.

De Centrale Raad van Beroep volgt het standpunt van het Uwv niet. Het al voor het intreden van werkloosheid (1 juni 2015) ontvangen prepensioen heeft betrekking op een eerder verlies van arbeidsuren, te weten de acht uren per week vanaf 1 maart 2015. Hiermee voldoet Y aan de voorwaarden van de uitzonderingsbepaling die is opgenomen in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) Deze tekst van deze bepaling luidde op 1 maart 2015: “in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, niet tot het inkomen wordt gerekend de uitkering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voor zover die uitkering door de uitkeringsgerechtigde voor het intreden van de werkloosheid werd ontvangen en die betrekking heeft op een eerder verlies aan arbeidsuren.”

Volgens de Raad geeft de duidelijk tekst van de uitzonderingspaling geen aanleiding dat het GAA van de WW-uitkering in het geheel niet beïnvloed mag zijn door het arbeidsurenverlies ter zake waarvan het prepensioen is ontstaan.

Commentaar

De hoofdregel is dat een WW-uitkering gekort wordt met pensioenuitkeringen. Deze korting blijft alleen dan achterwegen als de gerechtigde vóór het ontslag al een pensioenuitkering ontving en deze betrekking heeft op eerder het verlies van arbeidsuren. In de praktijk blijkt leidt deze uitzonderingsregel tot verschillende complicaties. Zie ook het bericht dat wij hierover plaatsten op 10 april 2017.

De uitzondering ziet volgens de wetsgeschiedenis op de situatie waarin een werknemer tijdens zijn dienstbetrekking besluit een gedeelte van zijn werktijd in te ruilen voor een prepensioen. Als deze werknemer vervolgens werkloos wordt en voor de resterende uren WW-uitkering aanvraagt, zou zonder deze bepaling het prepensioen in mindering moeten worden gebracht op de WW-uitkering.

De Centrale Raad van Beroep legt deze uitzonderingsregeling beperkt en letterlijk uit. Er moet sprake zijn van een verlies van arbeidsuren in de laatste dienstbetrekking. In het geval van vermindering arbeidsuren kort voor het ontslag is er wel degelijk sprake van verlies van arbeidsuren. Daarbij is niet van belang dat  het Uwv in verband met toepassing van GAA niet of slechts beperkt rekening houdt met de vermindering van de arbeidsuren. 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Centrale Raad van Beroep, 6 september 2017,  nr. 2863 en nr. 2864

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 11 september 2017.