Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Kostenvergoeding lijfrente belast in box 1

2 juni 2016

Een belastingplichtige met een lijfrenteverzekering krijgt van zijn verzekeraar een kostenvergoeding. De inspecteur en de rechtbank vinden dat de vergoeding hoort tot het inkomen in box 1.

De feiten

X ontvangt lijfrentuitkeringen van Reaal. In 2013 ontvangt hij van Reaal een vergoeding van € 791 wegens te veel in rekening gebracht kosten. De inspecteur merkt de kostenvergoeding aan als inkomen in box 1. X maakt bezwaar maar is te laat. De inspecteur wijst daarna het verzoek van X om ambtshalve vermindering ook af.

Rechtbank Zeeland – West - Brabant

De rechter is ook van mening dat X te laat was met zijn bezwaar tegen de aanslag IB 2013. De afwijzing door de inspecteur van het verzoek om ambtshalve vermindering is volgens de rechtbank ook juist.

Het bedrag van € 791 is terecht tot het belastbaar inkomen uit werk en woning gerekend. De ontvangen compensatievergoeding is volgens de rechter onderdeel van de lijfrente-uitkeringen en valt daarom onder de belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in de Wet IB. Als dat niet het geval zou zijn, dan zou het bedrag van € 791 beschouwd moeten worden als een teruggaaf van een deel van de eerder betaalde (en afgetrokken) lijfrentepremies en dus als negatieve uitgaven voor inkomsensvoorzieningen als bedoeld in de Wet IB, belast zijn. In beide gevallen leidt dat tot belastbaarheid van het bedrag.

Het verweer van X dat de compensatievergoeding over de periode waarin hij de lijfrentuitkeringen ontvangt moet worden uitgesmeerd, vindt ook geen genade. Immers de Wet IB bepaalt dat inkomen wordt genoten en belast op het moment dat X de compensatievergoeding ontvangt. Volgens de rechter bestaat er geen wettelijke grondslag om de uitkering aan andere jaren toe te rekenen.

Commentaar

Deze uitspraak is niet verrassend en conform het beleidsbesluit van 20 december 2011. In dat besluit rekent de staatssecretaris een vergoeding voor kosten toe aan de lijfrente. Hij gaat in de besluit zelfs verder. Hij keurt goed dat de eenmalige uitkering niet wordt aangemerkt als afkoop van de lijfrente-uitkering.
Van dat laatste “profiteert” X nu ook. De vergoeding die hij krijgt van Reaal voor te veel in rekening gebrachte kosten had er anders toe geleid dat de lijfrente van X in één keer belast zou worden. En hij ook nog eens revisierente verschuldigd zou zijn. Gelukkig voor X is dat niet het geval.

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Zeeland - west - Brabant, 26 april 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 mei 2016