Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Lage WW-premiepercentage voor BBL-leerling met uitzendbeding

Lage WW-premiepercentage voor BBL-leerling met uitzendbeding

27 mei 2021

Een uitzendbureau mag in 2021 onder voorwaarden het lage WW-premiepercentage toepassen voor een werknemer die een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgt via een uitzendovereenkomst met uitzendbeding. Vanaf 2022 geldt wel het hoge WW-premiepercentage.

WW-premiepercentage voor een BBL-leerling

Voor alle uitzendkrachten met een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding geldt het hoge WW-premiepercentage. Bij een uitzendbeding eindigt de arbeidsovereenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau op het moment dat de inlener die de uitzendkracht van het uitzendbureau inhuurt de opdracht beëindigt. Een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding is dus geen overeenkomst voor onbepaalde tijd en dus geldt het hoge WW-premiepercentage. Dit geldt ook voor een werknemer die de BBL volgt via een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding.

Uitzondering in 2021 voor toepassen hoge WW-premiepercentage

Omdat de regelgeving hier niet duidelijk over is, mag een uitzendbureau voor de BBL-leerling in 2021 het lage premiepercentage gebruiken. Het uitzendbureau moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Uit de arbeidsovereenkomst tussen de BBL-leerling en het uitzendbureau blijkt dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor een leerwerktraject in de beroepsbegeleidende leerweg zoals beschreven in de Wet educatie en beroepsonderwijs.
  • Het uitzendbureau heeft de ondertekende en gedagtekende praktijkovereenkomst in de administratie opgenomen. Dit geldt ook als het uitzendbureau zelf geen partij is bij de praktijkovereenkomst.
  • De praktijkovereenkomst is gedagtekend en ondertekend door alle betrokken partijen. Dit zijn de onderwijsinstelling, de student en het bedrijf dat de beroepspraktijkvorming verzorgt.

 

Wijziging in 2022

Een uitzendbureau mag het lage WW-premiepercentage blijven toepassen totdat het ‘Besluit Wet financiering sociale verzekeringen’ (Wfsv) op dit punt wordt aangepast. Naar verwachting gaat de wijziging in op 1 januari 2022. Vanaf dan moet het uitzendbureau het hoge WW-premiepercentage toepassen.

Commentaar

Het is nooit de bedoeling geweest dat voor een BBL-leerling met uitzendbeding het lage WW-premiepercentage zou gelden. Doordat de Wfsv op dit punt niet duidelijk genoeg is, mag een uitzendbureau tot het moment dat de Wfsv is aangepast toch het lage WW-premiepercentage toepassen.

Auteur: Leo van Leeuwen, Expert sociale zekerheid en inkomensverzekeringen

Bron: Vraag 2.7 en 2.8 uit het Kennisdocument Premiedifferentiatie WW van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 mei 2021