Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Leeftijdsdiscriminatie? Ja, maar niet verboden

20 oktober 2016

Shell voert een andere pensioenregeling in voor nieuwe medewerkers. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat Shell geen verboden onderscheid op leeftijd maakt.

FNV: Shell discrimineert jonge werknemers

Shell biedt werknemers die na 30 juni 2013 in dienst treden een individuele beschikbarepremieregeling aan. Werknemers die voor 1 juli 2013 in dienst waren, mogen blijven deelnemen aan een middelloonregeling.

De Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) vindt dat Shell de groep nieuwe medewerkers benadeelt ten opzichte van de groep werknemers die al in dienst was. Vanwege de hogere risico’s op een lager pensioen vindt de FNV de beschikbarepremieregeling een minder goede regeling dan de pensioenregeling voor medewerkers van vóór 30 juni 2013. Volgens de FNV maakt Shell daarmee onderscheid op leeftijd. De werknemers die na 30 juni 2013 in dienst traden, zijn met name jongere mensen. Terwijl de groep werknemers die op 30 juni 2013 in dienst was vooral bestaat uit oudere werknemers. Het FNV vraagt het College van de Rechten voor de Mens (hierna: College) hierover te oordelen.

FNV versus Shell

De FNV vindt dat Shell onderscheid op grond van leeftijd maakt. Shell stelt dat de beschikbarepremieregeling een goede regeling is, die tot dezelfde en mogelijk zelfs betere pensioenresultaten kan leiden dan de middelloonregeling. Volgens Shell is daarom geen sprake van een nadeel. Voor zover sprake is van onderscheid op grond van leeftijd, is Shell van mening dat hiervoor een objectieve rechtvaardiging bestaat.

Oordeel College

Het College is het eens met de FNV dat er sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Het College hierover: “Bij een beschikbarepremieregeling liggen de risico’s die kunnen leiden tot een lager pensioen bij de werknemers. Bij een middelloonregeling liggen die bij de werkgever. Daardoor is er bij de middelloonregeling een minimumgarantie op pensioen, die bij de beschikbarepremieregeling ontbreekt. Er is dan ook een nadeel voor de werknemers die na 30 juni 2013 in dienst zijn getreden. Aangenomen wordt dat de gemiddelde leeftijd van de benadeelde groep lager ligt dan die van de andere groep. Daarom is sprake van onderscheid op grond van leeftijd.”

Met Shell is het College van mening dat er een objectieve rechtvaardiging is voor dit onderscheid. Shell heeft de twee groepen werknemers verschillend behandeld, omdat zij aan de ene kant de rechten van het zittende personeel wilde respecteren, maar aan de andere kant ook een pensioenregeling wilde die voor Shell minder risicovol was. Het College vindt dit legitieme doelen. Het College oordeelt dat niet is gebleken dat de doelen ook op een andere manier bereikt konden worden. Verder staat het verschil in behandeling in redelijke verhouding tot het doel. Er is aangetoond dat de beschikbarepremieregeling ondanks de daarbij behorende risico’s, een ruime pensioenregeling is. Het College oordeelt daarom dat het leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd is en Shell geen verboden onderscheid op grond van leeftijd maakt met betrekking tot haar werknemers die na 1 juli 2013 in dienst zijn getreden.

Commentaar

Opmerkelijk is dat het College ervan uit gaat dat een beschikbarepremieregeling per definitie een nadeel meebrengt voor de deelnemer. Naar onze mening is dat niet juist. Een beschikbarepremieregeling is niet per definitie slechter dan een middelloonregeling. In tegenstelling tot een middelloonregeling ligt het risico bij de deelnemer. Maar, dat geldt zowel voor het neerwaartse risico als voor de opwaartse potentie.

Deze casus laat zien dat het niet onmogelijk is om voor nieuwe medewerkers een andere pensioenregeling te treffen. En dat dit wellicht discriminatie oplevert (zoals in deze casus), maar dat die discriminatie niet per definitie verboden is. Discriminatie is verboden, tenzij er een objectieve rechtvaardigingsgrond is. Voor de beoordeling of er sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond moet er sprake zijn van een legitiem en passend doel. En daarbij moeten het doel en middel in verhouding staan tot elkaar. Het College oordeelt dat Shell aan die drie voorwaarden voldoet.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: College voor de rechten van de mens 3 oktober 2016, oordeel 2016-101

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 20 oktober 2016