Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Levensloop omzetten in pensioen niet aangetoond

Levensloop omzetten in pensioen niet aangetoond

26 april 2021

Levensloopsaldo overdragen aan BV leidt tot belastingheffing. Levensloopsaldo is niet omgezet in pensioen. BV is geen kredietinstelling.

Levenslooptegoed door bank overgedragen aan BV

X is directeur en enig aandeelhouder (DGA) van BV A en heeft bij BV A pensioen in eigen beheer. Bij Bank B (hierna Bank) had X in het kader van de levensloopregeling een levenslooptegoed opgebouwd op een geblokkeerde levenslooprekening (hierna: het LevensloopPlan). Het saldo van het LevensloopPlan bedraagt op 31 december 2011 € 39.757.

Op het rekeningoverzicht van het LevensloopPlan van 4 april 2012 staat onder meer dat het tegoed van € 39.757 naar een ander rekeningnummer is overgeboekt met als omschrijving ‘Saldo levensloop (...) tnv X ivm beëindiging’ en dat in totaal € 8,97 aan (credit)rente eveneens is overgeboekt met in de omschrijving ‘beëindiging levensloop X’.

In de brief van BV A van 13 december 2016 staat onder meer met betrekking tot aan belanghebbende uitgekeerde bedragen: ‘Aan opgebouwd levenslooptegoed is in 2013 uitgekeerd een bedrag van € 46.549, ...’ (hierna: de levensloopuitkering).

Op 31 oktober 2017 laat de inspecteur X schriftelijk weten dat de aanspraak op de levensloopregeling ter grootte van € 39.766 in het jaar 2012 in de belastingheffing moet worden betrokken. Hij baseert zich daarbij op de stukken die X hem heeft aangereikt. Volgens de inspecteur is BV A geen kredietinstelling, waardoor het LevensloopPlan door het overmaken van het levenslooptegoed van de Bank naar BV A in 2012, niet langer voldoet aan de voor de levensloopregeling gestelde eisen. X is het daarmee niet eens. Volgens hem is er sprake omzetting van de levensloopregeling in pensioen.

Levensloop niet omgezet in pensioen

De rechtbank constateert dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat;

  • de pensioenaanspraak van X bij BV A na de overboeking door de Bank nog binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet LB gestelde begrenzingen is gebleven.
  • de overboeking van Bank is gedaan in het kader van een omzetting van de levensloopregeling in een pensioenaanspraak. Daarvoor ontbreekt volgens de rechtbank ieder bewijs en gezien de overboeking van het totale tegoed van BV A aan X in 2013 ook de intentie.

 

Verder constateerde de rechtbank dat BV A geen kredietinstelling is in het kader van de levensloopregeling. Nu het levenslooptegoed in 2012 naar BV A is overgemaakt, is de levensloopregeling niet langer als zodanig op dat tegoed van toepassing. De rechtbank vindt daarin ook steun in de omschrijvingen van de Bank bij het overmaken van het levenslooptegoed (…). Volgens de rechtbank heeft de inspecteur de aanspraak ingevolge de levensloopregeling terecht in 2012 als loon uit vroegere dienstbetrekking aangemerkt. Nu de hoogte van de aanspraak van € 39.766 tussen partijen niet in geschil is, is de navorderingsaanslag 2012 terecht aan belanghebbende opgelegd.

In hoger beroep voerde X geen nieuwe gronden aan. Het hof acht deze overwegingen van de rechtbank juist en op goede gronden gegeven.

Commentaar

Nu de levensloopregeling dit jaar ten einde loopt, krijgen wij regelmatig vragen over de aanwendingsmogelijkheden voor het levensloopsaldo. En omzetten in pensioen is één van de mogelijkheden. Aan die omzetting zijn wel voorwaarden verbonden. Bijvoorbeeld dat er in het verleden minder pensioen is opgebouwd dan nu fiscaal maximaal mogelijk is (inhaalruimte). X kon niet aannemelijk maken dat er inhaalruimte was. En had hij dat wel gekund, dan had hij waarschijnlijk maar een klein gedeelte kunnen aanwenden voor pensioen. En dat geldt voor de meeste deelnemers aan de levensloopregeling.

Wilt u lezen wat de mogelijkheden nog zijn met het levensloopsaldo? Kijk dan even naar onze praktijkvraag van 1 februari 2021. De mogelijkheden zijn beperkt.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch; Datum uitspraak 25-03-2021; ECLI:NL:GHSHE:2021:929

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 19 april 2021