Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Lijfrente afkopen voor schuldsanering niet toegestaan

Lijfrente afkopen voor schuldsanering niet toegestaan

3 mei 2021

Een gerichte lijfrenteverzekering is niet afkoopbaar voor schuldsanering. Dit volgt uit de Faillissementswet.

RC besluit tot afkoop lijfrentebankspaarrekening ten behoeve van schuldeisers

X en Y komen op 6 juli 2020 in de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Op 4 september 2020 verzoekt de bewindvoerder aan de rechter-commissaris (RC) toestemming om de twee pensioenvoorzieningen van X en Y, een lijfrenteverzekering en een lijfrentebankspaarrekening niet af te kopen en deze te behouden als pensioenvoorziening voor X en Y. De RC beslist op 28 september 2020 dat de lijfrentebankspaarrekening behouden mag blijven maar dat de lijfrenteverzekering moet worden afgekocht tenzij X en Y de afkoopwaarde daarvan minus inkomstenbelasting en revisierente vergoeden aan de boedel.

X en Y zijn het daarmee niet eens en gaan in beroep.

Uitzonderingen Fw gelden ook voor wettelijke schuldsanering

X en Y leggen aan het beroep ten grondslag dat de lijfrenteverzekering niet mag worden afgekocht omdat het een pensioenvoorziening betreft die niet ten goede aan de schuldeisers dient te komen. De bewindvoerder geeft tijdens de zitting aan dat de lijfrenteverzekering volgens haar behouden mag worden door X en Y omdat uit berekeningen van hun boekhouder volgt dat zij zonder de uitkeringen van de lijfrenteverzekering maandelijks te weinig inkomsten hebben vanaf de pensioengerechtigde leeftijd.

De rechtbank overweegt als volgt:

“Het uitgangspunt is dat een schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor de schulden en dat in het kader van het doorlopen van de wettelijke schuldsaneringsregeling en het verkrijgen van de schone lei, hij geacht wordt zich zo veel mogelijk in te spannen voor een zo hoog mogelijke uitkering aan zijn schuldeisers. Uitzonderingen hierop zijn neergelegd in artikel 21 en 22a Fw, welke artikelen op grond van artikel 295 Fw ook gelden voor de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Voor een belangrijk deel strekken deze uitzonderingen ertoe te waarborgen dat de schuldenaar over het hoogstnoodzakelijke voor zijn levensonderhoud kan beschikken (zie ook Hoge Raad 22 november 2002, NJ 2003,32). Tot die uitzonderingen behoort het recht op het doen voortbestaan van een levensverzekering indien door het te gelde maken c.q. afkopen daarvan de verzekeringnemer onredelijk wordt benadeeld.”

Gerichte lijfrente mag niet worden afgekocht

De rechtbank concludeert dat de lijfrenteverzekering niet mag worden afgekocht omdat er sprake is van een gerichte lijfrente als bedoeld in artikel 7:986 lid 4 BW. Wanneer sprake is van een dergelijke verzekering kan deze niet worden afgekocht ten gunste van de schuldeisers in een schuldsaneringsregeling.

De rechtbank haalt hierbij de toelichting aan bij artikel 7:986 lid 4 BW. Daarin staat: “In bepaalde gevallen kan contractuele beperking van het afkooprecht ook worden tegengeworpen aan de schuldeisers, de curator en de bewindvoerder. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de zogenaamde «gerichte lijfrenten» (…). Dergelijke verzekeringen vormen veelal oudedags- of nabestaandenvoorzieningen waarvan het karakter zozeer gelijkt op dat van pensioenen, dat net als bij pensioenaanspraken vervreemding, bezwaring en afkoop niet mogelijk dienen te zijn. Ten aanzien van gerichte lijfrenten is door de wetgever in de wet vastgelegd dat deze niet afkoopbaar dienen te zijn, waarbij mede beoogd werd dat zij buiten het bereik van schuldeisers zouden worden gebracht. Deze voorzieningen dienen niet in gevaar te worden gebracht door het onderhavige wetsvoorstel. (…) Door de eis dat het in aanmerking kunnen nemen van de ter zake voldane premies mede het gevolg is van de uitsluiting van de mogelijkheid van afkoop, vallen slechts die verzekeringen onder de uitzondering waarvan de fiscale wetgever heeft gemeend dat deze niet afkoopbaar dienen zijn.” (Kamerstukken II 1999-2000, 19 529, nr. 5, p. 56).

Volgens de rechtbank volgt uit deze toelichting dat is beoogd een koppeling te leggen met fiscaal gefaciliteerde pensioenvoorzieningen. Het gaat dan om gevallen waarin de wetgever mede heeft beoogd dat de aanspraak buiten het bereik van schuldeisers zou vallen. Voor die fiscale facilitering is vereist dat de desbetreffende levensverzekering niet afkoopbaar is. (HR, 06-10-2017, nr.16/05173).

Ook volgt uit artikel 7:986 lid 4 BW dat het afkoopverbod alleen tot op zekere hoogte aan de curator kan worden tegengeworpen. Daartoe wordt volgens de rechtbank verwezen naar de mate waarin de ter zake voldane premies in aanmerking konden worden genomen voor de heffing van inkomstenbelasting voor de bepaling van het belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1).

X en Y kunnen aantonen dat zij de premies van de lijfrenteverzekering als aftrekpost in box 1 in aanmerking konden nemen bij de aangiftes inkomstenbelasting en dat de Belastingdienst de aangiftes heeft gevolgd. Naar oordeel van de rechtbank kan voldoende worden vastgesteld dat de lijfrenteverzekering een zogeheten ‘gerichte lijfrenteverzekering’ is en deze daarom niet kan worden afgekocht ten gunste van de schuldeisers van X en Y.

De Rechtbank vernietigt de beschikking van de RC voor zover deze betrekking heeft op de afkoop van de verzekering

Commentaar

De lijfrenten van X en Y waren, in tegenstelling tot de uitspraak die wij bespraken in ons nieuwsbericht van 9 maart 2020 nog niet in de uitkeringsfase, waardoor zij de bescherming van de Faillissementswet zouden verliezen Daardoor is het voor de rechter in de zaak X en Y voldoende om vast te stellen dat er sprake is van een ‘gerichte lijfrente’ en hoeft is het niet nodig om vast te stellen dat de afkoop leidt tot een onredelijke benadeling van X en Y.

Opmerkelijk is dat de RC – in afwijking van het verzoek van de bewindvoerder – van mening was dat de lijfrenteverzekering moest worden afgekocht ten behoeve van de schuldeisers. Wij vragen ons af waarom de RC afweek van het verzoek van de bewindvoerder. Of de schuldeisers daar eerder om gevraagd hebben, blijkt niet uit de uitspraak.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, Datum uitspraak 04-03-2021, Datum publicatie 17-03-2021; ECLI:NL:RBMNE:2021:1034

Dit bericht is aangepast naar de stand van zaken op 30 april 2021