Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Lijfrente ontslagvergoeding is geen stakingslijfrente

30 mei 2018

Een ondernemer die zijn onderneming staakte, betaalde een bedrag van € 100.000 in een lijfrente ontslagvergoeding. De inspecteur weigerde de lijfrentepremieaftrek. De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk.

Stakingslijfrente of lijfrente ontslagvergoeding?

De heer E staakt op 31 december 2011 zijn eenmanszaak. De koper van de onderneming maakte de koopsom van € 250.000 in januari 2012 op verzoek van E over naar een bankrekening van de BV van E. In de jaarrekening voor 2012 van de BV is een voorziening opgenomen voor een stamrecht ten behoeve van E.

In juli 2012 sloot E met B NV een overeenkomst “Banksparen OntslagVergoeding Aanvullende Uitkering” . Uit deze overeenkomst blijkt dat E € 150.000 zal storten bij B NV.

Op 29 juni 2012 maakt de BV van E € 100.000 over naar B NV ten behoeve van de lijfrenterekening van E. Op dezelfde datum maakte E € 50.000 over van zijn privébankrekening naar deze rekening bij B NV.

NV B stuurde aan E de volgende verklaring:

“Verklaring overdracht lijfrenteverplichting

NV B (…) verklaart, dat de overdrachtswaarde van de(…) gesloten verzekering/stamrechtrekening na ontvangst zal worden aangewend voor een stamrechtrekening welke voldoet aan de regelgeving voor periodieke uitkeringen zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet op de [loonbelasting 1964. Wij zullen elke uitkering uit deze stamrechtrekening beschouwen als loon (dus geen pensioen) en daarop de vereiste wettelijke inhoudingen verrichten.”

In 2013 meldt E aan B NV dat ten onrechte een product voor een ontslagvergoeding is aangevraagd in plaats van een product voor de omzetting van stakingswinst in een lijfrente. B NV meldt dat als zij toestemming van de belastingdienst krijgt, zij het fiscale etiket van het contract zullen wijzigen.

De inspecteur meldt aan E dat de betalingen niet kunnen worden aangemerkt als aftrekbare lijfrentepremie in verband met omzetten van stakingswinst in een lijfrente omdat het contract bij B NV niet voldoet aan de wettelijke eisen. Hij stelt E tijdens de bezwaarfase in de gelegenheid om alsnog met terugwerkende kracht tot 29 juni 2012 (moment van betalen) de ontslaglijfrente om te zetten in een lijfrente in verband met uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

E heeft van de door inspecteur geboden mogelijkheid slechts gebruik gemaakt ten aanzien van de betaling van € 50.000 en niet voor de betaling door de BV van € 100.000. In de aanslag inkomstenbelasting staat de inspecteur maar een lijfrentepremieaftrek toe van € 50.000.

Ontslaglijfrente is geen stakingslijfrente

De rechtbank onderzoekt de vraag of de inspecteur terecht een bedrag van € 100.000 weigerde als premies voor lijfrente wegens de omzetting van stakingswinst in een lijfrente.

In de wet staat dat een stakende ondernemer bij omzetting van de stakingswinst in een lijfrente een bepaald bedrag als lijfrentepremie in aftrek kan brengen mits die lijfrente voldoet aan de wettelijke eisen. De wettelijke eisen ten aanzien van deze lijfrente luiden: ”(…)  een aanspraak volgens een overeenkomst van levensverzekering op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden, welke aanspraak niet kan worden afgekocht, vervreemd, prijsgegeven, of formeel of feitelijk tot voorwerp van zekerheid kan dienen, (…), alsmede de met een zodanige aanspraak verband houdende aanspraak op winstuitkeringen.”

De rechtbank stelt vast dat dat de betaling van € 100.000 door de BV van E aan B NV op 29 juni 2012 zijn verricht uit hoofde van de overeenkomst “Banksparen OntslagVergoeding Aanvullende Uitkering”. En dat de aanspraak van E uit hoofde van die overeenkomst niet kan worden aangemerkt als een lijfrente voor uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom niet voldaan aan de vereisten voor de premieaftrek.

E stelde nog dat zijn BV een lijfrenteverplichting heeft overgedragen. Maar daarvan is niets gebleken en dit verandert niet dat de lijfrente ontslagvergoeding geen lijfrente is waarvoor premieaftrek kan worden verkregen in verband met uitgaven voor inkomensvoorzieningen.

Commentaar

E was erg onzorgvuldig met het bedingen van een lijfrente voor de stakingswinst die hij behaalde bij de overdracht van de onderneming. Hij sloot een lijfrenteproduct waarvoor geen premieaftrek gold. De inspecteur was erg coulant. Hij stelde E nog in de gelegenheid om zijn fout ongedaan te maken. En als E hiervan geen gebruik maakt, moet hij maar op de blaren zitten.

Bij de aanwending van de stakingswinst voor een lijfrente zijn vaak grote bedragen gemoeid. Het fiscale- en financiële belang is doorgaans groot. En een foutje is zo gemaakt. Vandaar dat wij ondernemers aanbevelen zich te laten begeleiden door ter zake kundige adviseurs.

                                                             

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Noord-Holland, 18 april 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 mei 2018