Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Lijfrentepremie niet van invloed op vaststellen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw

13 februari 2017

Volgens rechtbank Den Haag hield de inspecteur bij het opleggen van de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw terecht geen rekening met de betaalde lijfrentepremie. De wetgever koos namelijk bewust voor deze systematiek.

Geen belastbaar inkomen; toch bijdrage Zvw

X staakt in 2014 zijn onderneming. De winst bedraagt na aftrek van ondernemingsaftrek en de MKB-winstvrijstelling in dat jaar € 18.305. X betaalt in 2014 een (stakings)lijfrentepremie van € 18.500. De inspecteur houdt bij de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) rekening met een bijdrage-inkomen van € 18.305. X vindt dat ook rekening moet worden gehouden met de betaalde lijfrentepremie. Volgens X betekent dit een feitelijke dubbele heffing, aangezien hij ook over de latere lijfrente-uitkering een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw betaalt.

Rechtbank: dubbele heffing is gevolg van de gekozen systematiek

De inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage over een jaar wordt geheven over het genoten bijdrage-inkomen van dat jaar. Dit bijdrage-inkomen bestaat - voor zover hier van belang – uit de belastbare winst uit onderneming die de verzekeringsplichtige in dat jaar geniet. Voor X is dat dus het bedrag van € 18.305. Er bestaat geen wettelijke regeling die bepaalt dat betaalde premies voor lijfrente in aftrek mogen worden gebracht op het bijdrage-inkomen. Volgens de rechtbank is het bijdrage-inkomen naar het juiste bedrag vastgesteld.

Voor wat betreft de ‘dubbele heffing’ stelt de rechtbank het volgende. Bij de vaststelling van de wetgeving aanvaardde de wetgever de ‘dubbele heffing’ uitdrukkelijk. De keuze van de wetgever om bij de bepaling van het bijdrage-inkomen geen rekening te houden met aftrekposten, vanwege verstrekkende juridische- en uitvoeringstechnische consequenties, is naar het oordeel van de rechtbank niet van elke redelijke grond ontbloot.

Commentaar

Soms kan het onrechtvaardig aanvoelen; premies betalen over stakingswinst terwijl je daar geen belasting over betaalt vanwege een even groot bedrag aan aftrekbare lijfrentepremie. En premies betalen over de lijfrentetermijnen wanneer die na pensioendatum worden uitgekeerd.

De wetgever accepteerde echter deze heffingssystematiek. Dat blijkt ook uit de Commissiebrief van 30 juni 2015 van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer. Daarin staat onder meer:

“Voor de bijdrage Zvw geldt een brede grondslag. Uitgangspunt is dat alle inkomensbestanddelen die als inkomen uit werk bij de inkomstenbelasting in box 1 worden betrokken, tot de heffingsgrondslag voor de bijdrage Zvw worden gerekend. Het betreft onder andere loon, pensioen, AOW-uitkeringen, alimentatie en lijfrente-uitkeringen. Voor de bepaling van het bijdrage-inkomen wordt geen rekening gehouden met aftrekposten zoals hypotheekrente of lijfrentepremies. Betaalde lijfrentepremies leiden dus niet tot een verlaging van de heffingsgrondslag voor de bijdrage Zvw.”

Hoewel de rechtbank wellicht sympathie voelt voor mijnheer X, kunnen de rechters niets voor hem betekenen. Het staat de rechter immers niet vrij formele wetgeving te toetsen op haar grondwettigheid, de innerlijke waarde of billijkheid van de wet.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationaal pensioen Aegon Adfis

Bron: Uitspraak Rechtbank Den Haag, 27 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:445

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 13 februari 2017