Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Lodders stelt pensioen in eenheden voor

16 juli 2015

De Kamer is met zomerreces. Maar niet iedereen. VVD-kamerlid Lodders kennelijk niet. Zij diende op 14 juli het inititatiefwetsvoorstel “Wet uitbetaling pensioen in pensioeneenheden” in. 

Ontwikkelingen en huidige wetgeving 

Werkgevers kiezen steeds vaker voor een premieovereenkomst in plaats van een uitkeringsovereenkomst. Hierdoor komen de risico’s, zoals beleggingsrisico’s en renterisico’s steeds meer bij de deelnemer te liggen. 

Volgens de huidige wetgeving moet het opgebouwde kapitaal van een premieregeling uiterlijk op de pensioeningangsdatum worden omgezet in een levenslange uitkering. De pensioenuitkering moet volgens de wet worden vastgesteld in Nederlandse valuta en kan vanaf de pensioendatum niet meer fluctueren. 

Het voordeel hiervan is dat de gepensioneerde op de pensioeningangsdatum weet waar hij aan toe is. Hij krijgt een gegarandeerd levenslang pensioen. Een nadeel is dat het aangekochte pensioen niet meer kan worden gewijzigd. Bijvoorbeeld wanneer de huidige extreem lage rente in de toekomst stijgt. 

Een ander nadeel is dat pensioenuitvoerders voor de pensioendatum geleidelijk het beleggingsrisico moeten afbouwen vanwege het prudent-person beginsel in de Pensioenwet. Hierdoor kan de beleggingshorizon niet volledig benut worden. En dat verkleint de kans op een hoger pensioen. Immers uit onderzoek is gebleken dat een langere beleggingshorizon in het algemeen leidt tot hogere rendement.

Lodders voorstel: uitkering in eenheden 

Lodders stelt voor om de wet zodanig te wijzigen dat doorbeleggen van een premie- of kapitaalovereenkomst in de uitkeringsfase mogelijk is. Dit kan door het pensioen uit te drukken in pensioeneenheden in plaats van in een vast bedrag in euro’s. Hierdoor is er geen sprake meer van één vast aankoopmoment. De levenslange uitkering wordt immers in eenheden uitgekeerd. Het karakter van een levenslange uitkering verandert hierdoor niet. 

Uit de memorie van toelichting: “Concreet betekent dit dat een deelnemer ervoor kan kiezen om zijn pensioen geheel of gedeeltelijk op te bouwen in pensioeneenheden. Bij aanvang of beëindiging van zijn deelneming, en uiterlijk op de pensioeningangsdatum heeft hij de mogelijkheid het gespaarde kapitaal om te zetten naar pensioeneenheden. Wanneer dat laatste plaatsvindt, kiest de deelnemer dus voor een flexibel pensioen waarvan de waarde in euro’s kan fluctueren.” 

(…)
“Het voordeel van het beleggen in eenheden is dat de pensioenuitkering niet een levenslang vast bedrag in euro’s is, maar kan meebewegen met beleggingsopbrengsten en de stand van de rente. Het wordt dus een flexibele uitkering. Door niet een vaststaande gegarandeerde uitkering in euro’s aan te kopen wordt het mogelijk voor de pensioenuitvoerder om langer door te beleggen. De onderliggende beleggingen worden dan niet ineens, maar gefaseerd te gelde gemaakt. De beleggingshorizon in de opbouwfase wordt dus verlengd met de periode in de uitkeringsfase. Daar kan immers nu ook actief doorbelegd worden. De winst hiervan is dus dat er in de periode vóór de pensioenleeftijd nog geen beleggingsrisico afgebouwd hoeft te worden. De beleggingshorizon wordt dus met gemiddeld 20 jaar verlengd wat de kans op een hoger pensioen vergroot.”

Keuzemogelijkheden en keuzemomenten

Het wetsvoorstel biedt een extra keuzemogelijkheid. Naast de huidige situatie, waar deelnemers verplicht zijn gegarandeerde pensioenuitkering aankopen, kan de deelnemer in de nieuwe situatie ook kiezen voor een uitkering in beleggingseenheden. Dit risicovoller product geeft de deelnemer de kans op een hogere pensioenuitkering, maar ook op een lagere pensioenuitkering. Als de deelnemer geen keuze maakt, dan ontvangt hij een pensioen in euro’s. 

Pensioenuitvoerders worden niet verplicht een product in pensioeneenheden aan te bieden. Als uitvoerders dit product aanbieden moeten zij de deelnemers in ieder geval op drie momenten de keuze geven voor een pensioen in eenheden:

  • bij aanvang van deelneming aan het pensioen, 
  • bij beëindiging van deelneming en 
  • op de pensioeningangsdatum. 

 

De uitvoerder mag deze keuze vaker aanbieden.

(Gewezen) deelnemers die gekozen hebben voor een pensioen in pensioeneenheden hebben de mogelijkheid om pensioeneenheden te verkopen en deze om te zetten in euro’s. Deelnemers die uiteindelijk de zekerheid willen hebben van een gegarandeerde uitkering die niet in hoogte fluctueert kunnen hiervan gebruik maken. De (gewezen) deelnemer kan eenmaal van deze mogelijkheid gebruik maken. De pensioenuitvoerder is volgens dit wetsvoorstel niet verplicht om de (gewezen) deelnemer dit aanbod te doen. 

Commentaar

Met dit wetsvoorstel reageert Lodders op de wens van de Tweede Kamer om meer mogelijkheden te bieden bij aankoop van het pensioen. En om de afhankelijkheid van het ene aankoopmoment te verminderen. Wanneer er wordt gekozen voor pensioeneenheden, is er geen sprake meer van één vast aankoopmoment. De pensioenuitkeringen worden in eenheden uitgekeerd en de hoogte van die uitkeringen is afhankelijk van de waarde van die eenheden op het moment van uitkering. In tijden van lage marktrentes – zoals nu – biedt dit voordelen voor de pensioengerechtigden.

Een andere (tijdelijke) oplossing is de Pensioenknip. Die Klijnsma voor deelnemers die nu of binnen twee jaar pensioneren weer van stal haalde. Wij schreven over de Pensioenknip in ons nieuwsbericht van 3 juli. De Regeling Pensioenknip is verlengd tot 1 januari 2017. De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is vóór 1 januari 2017. 

Opvallend is dat dit wetsvoorstel volgens Lodders de mogelijkheid biedt om een PPI de uitkering van het pensioen in eenheden uit te laten voeren. Maar hoe zit het dan met de garantie van een levenslange uitkering? Want hoewel de uitvoerder geen beleggingsrisico loopt zal ze nog wel lang levenrisico lopen. Een dergelijk risico is thans niet geoorloofd voor een PPI.

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Wetsvoorstel 34255, Tweede Kamer d.d. 16 juli 2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 16 juli 2015