Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Luxemburgs belastingkrediet voor gepensioneerden strijdig met EU-recht

3 juni 2016

Het Hof van Justitie van de EU bepaalt dat het Luxemburgse belastingkrediet voor gepensioneerden in strijd is met het EU-recht. Aan de voorwaarde van een loonbelastingverklaring kan een iemand die een buitenlandse pensioenuitkering ontvangt niet voldoen.

Mijnheer Kohll krijgt geen belastingkrediet

De heer Kohll en zijn echtgenote hebben de Luxemburgse nationaliteit en wonen beiden in Luxemburg. Hij ontvangt twee pensioenen uit Nederland: een pensioen van Shell en een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank. Hij betaalt belasting in Luxemburg maar hij krijgt geen belastingkrediet omdat hij niet aan alle voorwaarden voldoet. Een belastingkrediet is een korting van € 300 per jaar op de te betalen belasting over pensioen. Voor deze korting gelden de voorwaarden dat Luxemburg heffingsbevoegd is en dat de belastingplichtige over een loonbelastingverklaring beschikt.

Op grond van het belastingverdrag tussen Luxemburg en Nederland komt de heffing toe aan Luxemburg. Aan de eerste voorwaarde voldoet Kohll dus. Aan de tweede voorwaarde voldoet hij niet. Hij krijgt geen loonbelastingverklaring omdat de pensioenuitvoerder geen Luxemburgse bronbelasting inhoudt. Dat komt omdat deze in een andere lidstaat is gevestigd. Volgens de Luxemburgse rechter zou dit indirecte discriminatie kunnen betekenen en stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU (het Hof). Het Hof komt tot een oordeel door de volgende vragen te beantwoorden:

  • Welk EU-recht is van toepassing?
  • Is er sprake van een beperking van één van de vrijheden?
  • Is er een rechtvaardiging?

 

Welk EU-recht is van toepassing?

Het Hof bekijkt eerst of artikel 45 VWEU van toepassing is op de zaak Kohll. Dit artikel uit het Europese recht regelt het vrij verkeer van werknemers. Het Hof oordeelt dat Kohll zich op artikel 45 VWEU kan beroepen, ondanks dat hij gepensioneerde is en geen werknemer. Hij ontvangt een ouderdomspensioen uit een andere lidstaat (Nederland) dan waar hij als gepensioneerde woont (Luxemburg). Volgens het Hof maakt het daarbij geen verschil of hij na zijn dienstbetrekking in Nederland terug naar Luxemburg ging om een andere dienstbetrekking te zoeken of te vervullen.

Zelfs als zou artikel 45 VWEU niet van toepassing zijn, dan kan Kohll zich beroepen op artikel 21 VWEU (iedere burger van de EU heeft het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven).

Is er sprake van een beperking van het vrij verkeer van werknemers?

Vervolgens bekijkt het Hof of de Luxemburgse wettelijke bepaling een beperking van het vrij verkeer van werknemers inhoudt. Volgens deze bepaling ontvangt Kohll geen belastingkrediet omdat hij geen loonbelastingverklaring heeft. Hij krijgt zo’n verklaring niet omdat de Nederlandse pensioenuitvoerder geen Luxemburgse bronbelasting inhoudt. Het belastingvoordeel wordt dus niet toegekend aan in Luxemburg woonachtige belastingplichtigen die pensioen ontvangen uit een andere lidstaat.

Luxemburg behandelt pensioengerechtigden die in Luxemburg wonen dus verschillend, afhankelijk van de lidstaat van waaruit zij pensioenuitkeringen ontvangen. Volgens het Hof kan dit werknemers ervan weerhouden om in een andere lidstaat dan Luxemburg werk te zoeken en te aanvaarden. Een dergelijke wettelijke regeling vormt dus in beginsel een verboden beperking van het vrije verkeer van werknemers.

Is er een rechtvaardiging?

Een beperking van het vrije verkeer van werknemers is alleen toegestaan als (1) zij betrekking heeft op situaties die niet objectief vergelijkbaar zijn of (2) wordt gerechtvaardigd door een dwingend vereiste van algemeen belang.

Voor wat betreft het eerste argument betoogt Luxemburg dat zij het belastingkrediet invoerde met het oog op een selectief belastingbeleid ten gunste van personen die behoren tot de sociaal meest kwetsbare lagen van de bevolking. Op deze manier ontvangen zij een hoger beschikbaar inkomen. Het Hof gaat hier niet in mee. Een belastingplichtige die zijn pensioen uit een andere lidstaat ontvangt, kan immers ook tot deze doelgroep behoren.

De beperking kan alleen nog gerechtvaardigd worden door dwingende vereisten van algemeen belang. In dat geval moet de beperking geschikt zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en mag zij niet verder gaan dan nodig is voor het verwezenlijken van dat doel. Luxemburg voert aan dat de maatregel gerechtvaardigd is om de samenhang van het nationale belastingstelsel te bewaren. En volgens de regering is de regeling van het belastingkrediet de enige praktisch haalbare die niet leidt tot een buitensporig hoge administratieve belasting voor de Belastingdienst, de pensioenuitvoerders en de gepensioneerden. Het Hof accepteert ook deze redenering niet.

Voor controle van de Belastingdienst is de regeling niet noodzakelijk. Niets belet namelijk de Belastingdienst om van de belastingplichtige bewijzen te vragen om te beoordelen of zij aan alle voorwaarden van de regeling voldoen. En voordat het argument van samenhang van het belastingstelsel slaagt, moet er volgens het Hof een rechtstreeks verband bestaan tussen het betrokken belastingvoordeel en de compensatie van dit voordeel door een bepaalde heffing, waarbij het rechtstreekse verband op basis van de door de betrokken belastingregeling nagestreefde doelstelling moet worden beoordeeld. Ook dit kan Luxemburg niet aantonen.

Conclusie van het Hof

Het Hof komt tot de conclusie dat de Luxemburgse belastingregeling, die het voordeel van een belastingkrediet voor gepensioneerden voorbehoudt aan belastingplichtigen die in het bezit zijn van een loonbelastingverklaring, strijdig is met het EU-recht.

Commentaar

Deze uitspraak komt niet als een verrassing. De argumenten die de Luxemburgse regering aanvoert om de maatregel te verdedigen zijn al vele malen aangedragen bij het Hof. En even zovele malen door het Hof afgewezen. Zie bijvoorbeeld onze recente nieuwsberichten over een Cypriotische pensioenregeling die het vrij verkeer van werknemers belemmert en de fiscale discriminatie van pensioenpremies in Polen.

Auteur: Erik Schouten, adviseur internationale pensioenen Aegon Adfis

Bron: HvJ EU, 26 mei 2016, C‑300/15, ECLI:EU:C:2016:361 (Kohll)

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 1 juni 2016.