Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Mag pensioenfonds partnerpensioen corrigeren met bijzonder partnerpensioen?

26 november 2018

Een pensioenfonds verlaagt een ingegaan partnerpensioen voor de toekomst met bijzonder partnerpensioen voor een vroegere partner van de overleden deelnemer. Daarmee herstelt het fonds haar fout. Volgens mevrouw P mag het pensioenfonds die fout niet herstellen, onder meer omdat de eerste partner volgens haar geen recht meer heeft op bijzonder partnerpensioen. Het hof beslist anders. 

Pensioenfonds corrigeert fout bijzonder partnerpensioen

De heer X is in 1988 gescheiden van zijn eerste partner. Als X overlijdt op 1 september 2009 keert Bpf Bouw aan zijn partner (P) partnerpensioen uit. 

X bouwde bij twee werkgevers pensioen op. Van 1976 tot 1992 bij pensioenfonds 1 en van 1991 tot 1992 bij pensioenfonds 2. Bij aanvang van deelname aan pensioenfonds 2 vond waardeoverdracht plaats van de bij pensioenfonds 1 opgebouwde aanspraak op ouderdoms- en partnerpensioen. De waardeoverdracht vond plaats zonder afsplitsing van het bijzonder partnerpensioen. Als gevolg van een collectieve waardeoverdracht zijn de pensioenrechten en –aanspraken op 1 januari 2011 overgedragen aan Bpf Bouw.

Op 4 november bericht Bpf Bouw P dat haar partnerpensioen te hoog is vastgesteld omdat een deel van het pensioen voor de eerste partner van X bestemd is. Het fonds kondigt aan dat zij het partnerpensioen in de toekomst verlaagt van € 1.202 naar € 616 per maand. P vindt dat Bpf Bouw haar partnerpensioen niet mag corrigeren. Volgens P kan de eerste partner van X geen rechten ontlenen aan de pensioenregeling Bpf Bouw. Onder meer omdat de scheiding niet conform het reglement is gemeld aan desbetreffende pensioenuitvoerder en het recht inmiddels is verjaard. 

Wettelijk recht op bijzonder partnerpensioen 

Volgens het hof hebben X en zijn eerste partner geen afstand gedaan van het bijzonder partnerpensioen en heeft de eerste partner van X recht op bijzonder partnerpensioen vanaf het overlijden van X. Het hof motiveert dit als volgt.

De aanspraak op bijzonder partnerpensioen is geregeld in artikel 57 van de Pensioenwet (voorheen: artikel 8a Pensioen- en spaarfondsenwet). Uit dat artikel volgt dat er alleen afstand kan worden gedaan van dit recht bij huwelijkse voorwaarden of in het echtscheidingsconvenant. Het niet voldoen aan de verplichting in het pensioenreglement om de werkgever mededeling te doen van een echtscheiding, leidt volgens het hof derhalve niet tot afstand van dit recht. 

Geen verjaring bijzonder partnerpensioen

In het pensioenreglement van Bpf Bouw staat dat voor de hoogte van het partnerpensioen van P het bijzonder partnerpensioen van vroegere partners in mindering moet worden gebracht. Doordat er volledige waardeoverdracht heeft plaatsgevonden, ook voor wat betreft de aanspraak van de eerste partner op bijzonder partnerpensioen, komt het bijzonder partnerpensioen in mindering op het partnerpensioen dat Bpf Bouw uitkeert, aldus het hof. 

Het beroep van P op  verjaring veegt het hof van tafel. Volgens de pensioenwet (artikel 59) verjaart een vordering op de pensioenuitvoerder van pensioenuitkeringen niet bij leven van de pensioengerechtigde. 

Correctie toekomstige uitkeringen 

Het hof is van oordeel dat het Bpf Bouw in deze zaak vrijstond om de fout met ingang van 1 februari 2015 voor de toekomst te herstellen. 

Volgens het hof is het pensioenreglement bepalend voor de omvang van de pensioenaanspraken van de deelnemer of diens – gewezen – partner. En staat het een pensioenfonds vrij om een aanvankelijk te hoog vastgestelde pensioenuitkering te corrigeren, tenzij dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Van dit laatste is geen sprake, aldus het hof. 

“Correctie zou naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar zijn indien de deelnemer er in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat aan hem door het pensioenfonds verstrekte informatie juist was, en hij op grond van deze mededelingen bepaalde concrete financiële verplichtingen is aangegaan die hij niet meer ongedaan kan maken, en waardoor hij in grote financiële problemen komt te verkeren als het pensioen lager wordt vastgesteld dan voorheen.“ Omdat P meer is gaan werken om de financiële gevolgen van de verlaging van haar partnerpensioen op te vangen is er geen sprake van financiële verplichtingen die zij niet mee kan opbrengen. 

Commentaar

Begrijpelijk dat het P rauw op haar dak viel, dat haar partnerpensioen na een aantal jaar bijna gehalveerd wordt. En dat zij er alles aan doet om de korting met het bijzonder partnerpensioen te voorkomen. 

Bpf Bouw pakte het naar onze mening echter keurig aan en corrigeerde het pensioen uitsluitend voor de toekomst. Dit gebeurde in het verleden ook wel eens anders. Zie bijvoorbeeld ons nieuwsbericht van augustus 2014, waarin een pensioenfonds probeerde teveel betaalde pensioenuitkering terug te laten betalen. De rechter bepaalde toen dat pensioenuitvoerders fouten in de pensioenuitkering wel mogen herstellen. Maar dat bij het terugvragen van teveel uitbetaald pensioen bepalend is of de pensioenontvanger wist of kon weten dat er een fout is gemaakt. 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 30 oktober 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 23 november 2018