Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Mag werkgever premieverdeling eenzijdig wijzigen?

27 juli 2015

Een werkgever wijzigt de verdeling van de pensioenpremie. Voortaan moeten de werknemers ook een deel van de premie betalen. De ondernemingsraad stemt hiermee in. Een aantal werknemers is het niet eens met de wijziging van de premieverdeling. Wat vindt de rechter? 

Wat was er aan de hand?

Werkgever X heeft fabrieken in Nederland en in een aantal andere landen in Europa. In Nederland is ook het hoofdkantoor van het Europese concern gevestigd. In individuele  arbeidsovereenkomsten van werknemers die voor 1 januari 2009 in dienst zijn getreden, staat dat gehele pensioenpremie voor rekening van de werkgever komt. 

Op 5 december 2013 sloten werkgever X en de ondernemingsraad van de Nederlandse vestigingen een principe akkoord met betrekking tot het versoberen van de arbeidsvoorwaarden, waaronder het wijzigen van de premievrije deelname aan het pensioen. Voor werknemers die voor 1 januari 2009 in dienst zijn getreden wordt de verdeling van de pensioenpremie  vanaf 1 juli 2017: 66,66% voor rekening van de werkgever en 33,33% voor rekening van de werknemer. Het invoeren van een eigen bijdrage voor de pensioenpremie vindt stapsgewijs plaats, zodat pas na 3,5 jaar de pensioenbijdrage op de afgesproken norm zit. 

De ondernemingsraad peilde vooraf de mening van de werknemers. De meerderheid van de werknemers stemde in met dat akkoord. De werkgever stuurde de werknemers op 10 januari 2014 de gewijzigde Algemene Voorwaarden met onder meer de premieverdeling per 1 juli 2017 en de staffel van de eigen bijdrage tot 1 juli 2017. Werkgever deelde de medewerkers mee dat de wijzigingen per 1 januari 2014 ingaan. De werknemersbijdrage op 1 januari 2014 is 8%.

De werknemers (hierna: eisers) zijn van mening dat de werkgever de werknemersbijdrage niet per 1 januari 2014 eenzijdig mag invoeren. En willen dat de werkgever het te weinig betaalde loon – als gevolg van de ingehouden werknemersbijdragen – alsnog betaalt. De werkgever vindt dat de werknemers geen goede gronden hebben om die wijziging niet te accepteren. 

Rechtbank Oost-Brabant

De rechtbank moest beslissen over de vraag of werkgever eenzijdig de verdeling van de pensioenpremie mag doorvoeren. Of dat de werknemers op goede gronden die wijziging niet hoeven  te accepteren.

De rechter: “Bij de beoordeling van de vraag of een werknemer positief moet reageren op een voorstel tot (eenzijdige) wijziging van de arbeidsvoorwaarden - zoals onderhavige wijziging in de verdeling van de bijdrage in de pensioenpremie - waarbij geen sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding in de zin van art. 7:613 BW, zijn volgens vaste jurisprudentie drie te beantwoorden vragen te onderscheiden: 

  1. is er sprake van gewijzigde omstandigheden die voor de werkgever reden kunnen zijn om een wijziging van de overeenkomst voor te stellen?
  2. is het gedane voorstel tot wijziging van de overeenkomst in het licht van alle omstandigheden van het geval redelijk? En 
  3. kan aanvaarding van de wijziging in redelijkheid van de werknemer worden gevergd?”

 

De werkgever geeft bij de rechter aan dat voor het voortbestaan van de fabrieken en behoud van werkgelegenheid een verlaging van de arbeidskosten noodzakelijk is. Verder is er een langdurig overlegtraject geweest met de ondernemingsraad waar een onderhandelingsresultaat uit voort is gekomen. Daarvoor bestond een groot draagvlak bij het personeel. De wijziging is een verslechtering voor de werknemers, maar nog altijd een gunstigere regeling dan de standaardregeling in de CAO, aldus werkgever X. X is van mening dat zij met betrekking tot de wijziging van de verdeling van de pensioenpremie een redelijk voorstel heeft gedaan , waarop de werknemers positief behoren in te gaan.

Volgens de rechter onderbouwde de werkgever voldoende dat er voor haar aanleiding is om de onderhavige wijziging voor te stellen. Daarmee is de eerste vraag bevestigend beantwoord. Het antwoord op de tweede vraag is volgens de rechter niet positief. De wijziging kan niet als redelijk worden aangemerkt. Bij de beantwoording van vraag twee moeten alle omstandigheden worden meegewogen, waaronder de aard van de gewijzigde omstandigheden die tot het voorstel aanleiding hebben gegeven, de aard en ingrijpendheid van het gedane voorstel, het belang van de werkgever bij het voorstel en het belang van de werknemers bij het ongewijzigd blijven van de arbeidsvoorwaarden.

Aan het belang van de werknemers bij het ongewijzigd blijven van het (netto)loon komt groot gewicht toe. De rechter: “Waar de rechter zich in het algemeen terughoudend dient op te stellen met betrekking tot het goedkeuren van een eenzijdige wijziging van een arbeidsvoorwaarde door een werkgever, geldt dat temeer ten aanzien van een wijziging die een verlaging van het nettoloon ten gevolge heeft.” (…) “niet is gesteld of gebleken dat, zonder de onderhavige wijziging van de arbeidsvoorwaarden, sluiting ervan onafwendbaar is dan wel een faillissement van de onderneming onafwendbaar is. Integendeel, de werkgever maakt blijkens de overgelegde gedeponeerde jaarrekeningen ieder jaar een behoorlijke winst. De onderhavige wijziging van de arbeidsvoorwaarden is derhalve bepaald nog geen ultimum remedium.” aldus de rechter. Om deze redenen kan de betreffende wijziging niet als redelijk worden aangemerkt. Volgens de rechter brengen deze overwegingen brengen met zich dat aanvaarding van de wijziging in redelijkheid niet van de werknemers kan worden gevergd. Daaraan doet niet af dat de ondernemingsraad met de wijziging heeft ingestemd en dat blijkbaar een groot aantal van de werknemers heeft ingestemd met de wijziging, althans daartegen geen overwegende bezwaren heeft.

Commentaar

Over de vraag of een werkgever de premieverdeling eenzijdig mag wijzigen wordt regelmatig geprocedeerd. Daarvoor moet de werkgever onder meer aantonen dat er sprake is van een zodanig zwaarwichtig belang voor de werkgever dat het belang van de werknemer daarvoor moet wijken. Hierbij spelen maatstaven van redelijkheid en billijkheid een belangrijke rol. 

Uit eerdere uitspraken blijkt dat rechters een overgangsregeling belangrijk vinden bij de afweging of het belang voor een werkgever opweegt tegen het belang van de werknemer. Zie ook onze berichten van 15 augustus 2014 en 4 maart 2015. In die uitspraken oordeelde de rechter dat de werkgever de eigen bijdrage eenzijdig mocht wijzigen.

In deze uitspraak besliste de rechter anders. De rechter hecht in deze uitspraak zwaar aan de verlaging van het netto loon van de werknemers. Opvallend is dat de rechter de overgangsregeling  waardoor de werknemers in 3,5 jaar kunnen wennen aan de verlaging van dat netto loon – niet meeweegt in zijn oordeel. Uit de uitspraak kunnen wij niet opmaken waarom de rechter de overgangsregeling niet heeft betrokken in zijn oordeel. Het zou ons niet verbazen dat de werkgever  tegen deze uitspraak in beroep gaat. 

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis
Bron: Rechtbank Oost Brabant, 28-05-2015

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 juli 2015