Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Maximering van de compensatieregeling transitievergoeding

Maximering van de compensatieregeling transitievergoeding

13 januari 2020

In een brief van 13 december 2019 informeert minister Koolmees de Tweede Kamer over de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Hij gaat in op twee onderwerpen die veel vragen oproepen: de compensatie bij een slapend dienstverband en de maximering tot het tijdens de ziekte uitbetaalde loon.

De compensatie bij een slapend dienstverband

De Hoge Raad heeft duidelijk gemaakt dat een slapend dienstverband op verzoek van de werknemer beëindigd moet worden en dat de werkgever dan een transitievergoeding moet betalen. Zie ook ons eerder nieuwsbericht over die uitspraak. De transitievergoeding wordt in deze situatie berekend op basis van de (fictieve) dienstjaren tot 104 weken na de eerste ziektedag. De periode van het slapende dienstverband telt dus niet mee!

Een complicatie is dat de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1-1-2020 is ingevoerd en die heeft gevolgen voor de hoogte van de transitievergoeding. Die wordt vaak (veel) lager. Volgens de overgangsregeling WAB wordt de compensatie dan ook lager. Dat lijkt logisch, maar is dat niet wanneer de periode van 104 weken eindigde in 2019 en het UWV voor de opgebouwde transitievergoeding uit gaat van de berekeningswijze voor de transitievergoeding die gold in 2019. Dan lopen de hoogte van de transitievergoeding die de werkgever moet betalen en de compensatie die hij daarvoor krijgt uiteen. Volgens de brief van Minister Koolmees lost hij dit als volgt op.

Als een procedure voor beëindiging van een slapend dienstverband gestart is vòòr 1 januari 2020 of er al overeenstemming met de werknemer is, wordt de compensatie berekend volgens de oude methodiek. Als dit niet het geval is en de periode van 104 weken is wel vòòr 1 januari 2020 geëindigd, wordt compensatie berekend volgens de nieuwe regels zoals die vanaf 1 januari 2020 gelden! In de brief aan de kamer geeft de minister aan hier niet van te gaan afwijken.

Maximering van de compensatieregeling

De compensatie wordt in de regelgeving beperkt tot maximaal het tijdens twee jaar ziekte betaalde loon. Normaal gesproken is dit een theoretisch maximum, zeker na de versobering van de transitievergoeding vanaf 1 januari 2020. Ter illustratie: de transitievergoeding bij ontslag bedraagt vanaf 1 januari 2020 een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Als een werknemer twee jaar ziek is ontvangt hij wettelijk 24 maanden lang 70% van zijn loon. Dat komt neer op 16,8 maandlonen. Om een transitievergoeding van 16,8 maandlonen te krijgen moet deze werknemer 16,8 x 3 = 50 dienstjaren hebben. Pure theorie en als de loondoorbetaling hoger is (en door CAO bepaling is dat meestal zo) komt het aantal dienstjaren nog hoger uit.

Dit kan anders zijn als de werknemer gedurende de ziekteperiode van 104 weken een andere uitkering ontvangt, bijvoorbeeld Ziektewet (no-riskpolis), WGA of WAJONG. Dan kan het betaalde loon en dus ook het maximum een stuk lager uitpakken en krijgt de werkgever een veel lagere compensatie dan hetgeen hij betaald heeft aan transitievergoeding.

Minister Koolmees vindt dit ongewenst en laat onderzoeken of het mogelijk is om bepaalde uitkeringen en subsidies niet van invloed te laten zijn op het maximale compensatiebedrag.

De compensatieregeling gaat in per 1 april 2020 (met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015). Dit is te kort dag om de regeling aan te passen. De minister heeft daarom besloten deze maximering niet in werking te laten treden per 1 april 2020.

Commentaar

De standpunten van minister Koolmees zijn helder en consequent. Ook het uitstellen van de maximering is een zinvolle maatregel: een lagere compensatie door uitkeringen tijdens de ziekteperiode bemoedigt werkgevers niet om werknemers met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

Wij vragen ons af wat überhaupt nog de zin is van de – in verreweg meeste gevallen theoretische – maximering van de compensatie tot het tijdens ziekte uitbetaalde loon. Volgens ons is het verreweg het meest simpel en doeltreffend om deze bepaling geheel te schrappen.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 8 januari 2020.

Auteur: Arend Jansen, specialist Inkomen

Bron: brief aan Tweede Kamer 13 december 2019