Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Meer bevoegdheden inspecteur bij overdracht lijfrenteverplichting

29 juni 2018

De staatssecretaris van Financiën verduidelijkt en vergroot de bevoegdheden van de (belasting)inspecteur bij overdracht van de lijfrenteverplichting naar een niet toegestane verzekeraar. De inspecteur mag in bepaalde situaties de ‘andere verzekeraarsanctie’ achterwege laten.

‘Andere verzekeraarsanctie’

Zelfstandig ondernemers kunnen bij overdracht van de onderneming een lijfrente (stamrecht) aankopen bij de overnemende ondernemer voor hun oudedagsreserve en belaste stakingswinst. De overnemende ondernemer (of BV) is een toegestane lijfrenteverzekeraar. De overnemende onderneming is niet langer een toegestane verzekeraar wanneer hij zijn onderneming inclusief de lijfrenteverplichting overdraagt aan een andere – niet professionele –verzekeraar. Dit heeft tot gevolg dat de waarde in het economisch verkeer van het stamrecht belast is en er revisierente betaald moet worden. Deze sanctie (ook wel bekend als de ‘andere verzekeraarsanctie’) volgt uit de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (artikel 3.126). De wet IB 2001 geeft de Minister de bevoegdheid onder door hem te stellen voorwaarden te bepalen dat de ‘andere verzekeraarsanctie’ niet geldt, indien de lijfrenteverplichting overgaat in verband met overdracht van een onderneming. Van die bevoegdheid maakt de minister gebruik in het besluit van 3 juni 2014, nr BLKB 2014/816, waarover wij schreven in ons bericht van 17 juni 2014.

Verruiming bevoegdheden inspecteur bij ‘andere verzekeraarsanctie’

Met ingang van 28 mei 2018 is dit besluit gewijzigd. Door die wijziging mag de inspecteur ontheffing verlenen van de andere verzekeraarssanctie’ wanneer de overnemende ondernemer de onderneming samen met de lijfrenteverplichting overdraagt aan een door hem opgerichte bv.

Toestemming van de inspecteur

Ontheffingsverzoeken kunnen aan de inspecteur worden voorgelegd. De inspecteur mag de ‘andere verzekeraarsanctie’ achterwege laten bij de overdracht van de lijfrenteverplichting onder de volgende voorwaarden:

  1. De overdracht van de lijfrenteverplichting vindt plaats op zakelijke basis (inspecteur beoordeelt);
  2. De (soort) lijfrente ondervindt geen wijziging, m.u.v. omzetting in andere toegestane lijfrentevorm;
  3. De overdracht van de gehele lijfrenteverplichting vindt gelijk plaats met de overdracht door ondernemer (verzekeraar) van de gehele onderneming;
  4. De overnemer van de onderneming verklaart schriftelijk aan de inspecteur dat hij, binnen twee maanden na overdracht akkoord is om als verzekeraar te worden beschouwd.

 

Bovenstaande voorwaarden zijn ook van toepassing op de juridische fusie, waarbij de verkrijgende rechtspersoon een onderneming drijft. De inspecteur mag hier dan ook ontheffing verlenen.

Geen toestemming van de inspecteur

De inspecteur ontleent geen ontheffing van de ‘andere verzekeraarsanctie’, indien:

  1. Alleen de lijfrenteverplichting wordt overgedragen aan een andere bv;
  2. De lijfrenteverplichting wordt overgedragen van een dochtermaatschappij naar een moedermaatschappij;
  3. Eén vermogensbestanddeel buiten de overdracht blijft, omdat het geen functie meer vervult in de onderneming;
  4. Een gedeelte van de lijfrenteverplichting wordt overgedragen samen met een deel van de onderneming

 

Bij de situaties onder c en d stuurt de inspecteur een verzoek voor ontheffing door naar Directie Vaktechniek Belastingen.

Juridische splitsing en overdracht stamrecht

Bij een juridische splitsing kan de inspecteur kan zelf ontheffing verlenen van de ‘andere verzekeraarsanctie’ onder de voorwaarden dat de splitsende rechtspersoon een onderneming voert en de splitsing van de lijfrenteverplichting(en) plaatsvindt in dezelfde verhouding als de splitsing van de onderneming. Dat betekent dat wanneer een onderneming wordt gesplitst in twee gelijke ondernemingen (50/50), dat ook de lijfrenteverplichting op dezelfde wijze over de twee ondernemingen moet worden gesplitst. Ook als dit een overdracht van de lijfrenteverplichting betekent van de ene naar de andere ondernemer. Dit laatste doet zich voor als de lijfrenteverplichtingen van de ondernemers/aandeelhouders niet gelijk zijn. Dit kunnen partijen ook oplossen door het verschil tussen de verplichtingen te herverzekeren bij een professionele verzekeraar

Bij overdracht van een ‘oud’ stamrecht (art. 19 en 44j Wet IB 1964) naar een andere verzekeraar mag de inspecteur ontheffing van sancties verlenen, wanneer de overnemer de stamrechtverplichting rekent tot het vermogen van zijn binnen Nederland gedreven onderneming. Hierbij de gelden de volgende voorwaarden:

  1. De overdracht van de stamrechtverplichting vindt plaats op zakelijke basis (inspecteur bepaalt);
  2. In de stamrechtverplichting wordt geen enkele wijziging gebracht, met uitzondering van stamrechten die zijn omgezet in gerichte lijfrentes waarbij wel de stamrechtverplichting als uitgangspunt geldt; en
  3. De overnemende partij verklaart schriftelijke ermee akkoord te gaan om beschouwd te worden als degene van wie het stamrecht is bedongen.

 

Commentaar

Het besluit van 28 mei 2018 geeft de inspecteur ruimere bevoegdheid om de ‘andere verzekeraarsanctie’ achterwege te laten. De staatssecretaris van Financiën machtigt de inspecteur in dit besluit om in bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden ontheffing te verlenen van sancties bij overdracht van lijfrenteverplichtingen en oude stamrechtverplichtingen. Voorheen behandelde de Staatssecretaris deze ontheffingen zelf. Door de inspecteur deze toestemming te verlenen, zal in de toekomst de ontheffing waarschijnlijk sneller worden verleend bij de vermelde situaties.

Dit besluit is in werking getreden op 11 juni 2018 en werkt terug tot en met 28 mei 2018.

Auteur: Joanna Hildering, hypotheek en levensverzekeringsexpert Aegon Adfis

Bron: Besluit 28 mei 2018, BLKB 2018-66294

 Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 26 juni 2018