Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Meer onverzekerde jaren (en korting) AOW door verhoging AOW-leeftijd

Meer onverzekerde jaren (en korting) AOW door verhoging AOW-leeftijd

30 september 2020

X is geëmigreerd naar Frankrijk ruim voordat de AOW-leeftijd verhoogd werd. Hij vindt dat de AOW-leeftijd voor hem 65 jaar moet blijven en zijn AOW-uitkering minder gekort moet worden.

Verhoging AOW-datum en korting AOW-opbouw na emigratie

X is geboren op 8 januari 1953 en woonde lange tijd in Nederland, voordat hij emigreerde naar Frankrijk. Vanaf 8 mei 2019 ontvangt X AOW-pensioen. X is het hier niet mee eens en vindt dat hij vanaf 1 januari 2018 recht heeft op dit pensioen. Dit is de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar is geworden. Ook vindt X dat de SVB een te hoge korting heeft toegepast en dat hij hierdoor minder pensioen ontvangt dan waar hij recht op heeft. De SVB ziet in het bezwaarschrift van X geen reden om op het bestreden besluit een ander standpunt in te nemen. X stapt daarop naar de rechter.

Verhoging AOW-leeftijd inbreuk op vertrouwensbeginsel?

De rechtbank is van oordeel dat het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel niet zijn geschonden. Volgens de rechter is al bij de totstandkoming van de AOW opgemerkt dat een verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd in de toekomst mogelijk wenselijk of onvermijdelijk is. Daarnaast is al vanaf 2009 een parlementaire discussie gevoerd over een geleidelijke verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook heeft X van de SVB geen concrete toezegging gehad over de pensioengerechtigde leeftijd. X heeft daarom niet de gerechtvaardigde verwachting kunnen hebben dat hij vanaf 1 januari 2018 een AOW-pensioen zal ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat de pensioengerechtigde leeftijd van X terecht op grond van artikel 7a van de AOW is vastgesteld op 66 jaar en vier maanden. Dit betekent dat hij vanaf 8 mei 2019 recht heeft op AOW-pensioen.

Verhoging AOW-leeftijd inmenging in het eigendomsrecht

Ook vindt X dat zijn AOW-pensioen teveel wordt gekort. Volgens X is hij op 15 februari 1999 uit Nederland vertrokken. Gelet op zijn leeftijd bij vertrek, moet het percentage AOW-pensioen 62% zijn. Dit is een korting van 38% in plaats van de 40% die de SVB toepast op zijn pensioenuitkering.

De SVB gaat voor de vertrekdatum van X uit van de gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Volgens de BRP woont X sinds 29 december 1998 in Frankrijk. X heeft geen AOW-pensioen meer opgebouwd vanaf dat hij in Frankrijk woont tot en met de dag voor zijn pensioengerechtigde leeftijd 8 mei 2019. Dit zijn 20 onverzekerde jaren. Voor elk onverzekerd jaar wordt een korting toegepast. Dit betekent in het geval van X een korting van 40%.

Over de korting op het AOW-pensioen overweegt de rechtbank dat voor elk jaar dat iemand na de aanvangsleeftijd niet verzekerd is geweest een korting van 2% wordt toegepast. Dit wordt, in het voordeel van de verzekerde, naar beneden afgerond naar hele jaren. De korting is in de AOW zelf opgenomen. Volgens de rechtbank heeft de SVB terecht een korting van 2% toepast voor elk onverzekerd jaar. Daarbij is de SVB volgens de rechter terecht uitgegaan van de gegevens uit de BRP over het vertrek van X uit Nederland. De rechtbank is echter ook tot de conclusie gekomen dat de vertrekdatum van X in dit geval geen gevolgen heeft voor de korting. Zowel bij een vertrek op 29 december 1998 als bij een vertrek op 15 februari 1999 was X, afgerond 20 jaar niet verzekerd. Dit brengt met zich dat de SVB terecht een korting van 40% toepaste.

Commentaar

Over de gevolgen van de verhoging van de AOW-leeftijd zijn al veel gerechtelijke procedures geweest. Veel gingen over de kwestie dat de verhoging van de AOW-leeftijd inbreekt op het eigendomsrecht. En daarover heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in eerdere rechtspraak aangegeven dat daarvan sprake is. De CRvB heeft hierbij aangegeven dat die inmenging in het eigendomsrecht in het algemeen proportioneel is. In concrete gevallen kan er echter sprake zijn van een onevenredig zware last voor een betrokkene. Ook in deze casus deed X een beroep op inmenging op het eigendomsrecht. De rechtbank concludeert ook in de situatie van X dat de vastgestelde AOW-leeftijd weliswaar een inmenging is in zijn eigendomsrecht, maar dat deze inmenging gerechtvaardigd is omdat niet gesteld of gebleken is dat X door de verhoging van de AOW-leeftijd onevenredig zwaar wordt getroffen.

Bijzonder in deze zaak is dat X stelt dat de SVB de AOW-uitkering teveel kort. Hij gaat er daarbij vanuit dat AOW-verzekerde jaren op het moment van zijn emigratie voor hem blijven gelden. Toen hij vertrok was hij 46 jaar en de verzekerde jaren waren toen van 15 tot 65 jaar. Dat zou voor hem betekenen dat hij op moment van emigratie 31 jaar had opgebouwd. Volgens de wet (artikel 23 AOW) wordt de AOW-uitkering gekort met 2% keer het aantal onverzekerde jaren. Dat betekent voor X dat zijn AOW-uitkering 2% meer gekort wordt doordat zijn AOW-leeftijd één jaar en vier maanden hoger is geworden.

Wanneer X tot zijn 46-ste in het buitenland had gewoond en op 15 februari 1999 was geïmmigreerd, waren zijn onverzekerde jaren juist minder geworden als gevolg van de verhoging van de AOW.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 30 september 2020

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Amsterdam, publicatiedatum 25 september 2020 ECLI:NL:RBAMS:2020:4632