Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Mijnheer M is niet mijnheer A: geen AOW

1 september 2016

Het klinkt zo logisch: als je niet kunt aantonen dat je in Nederland woont, bouw je geen AOW-rechten op. Toch voerde een man een procedure tot aan de Centrale Raad van Beroep. Met een bewijsstuk met daarop een andere geboortedatum waarmee hij “niet aannemelijk maakte dat hij dezelfde persoon is als mijnheer A, die wel in Nederland heeft gewerkt.”

Mijnheer M verstrekt de gegevens van mijnheer A

Mijnheer M was in 1947 geboren en vroeg een AOW-uitkering aan. Bij deze aanvraag overlegde hij onder meer verklaringen van oud-werkgevers en gaf te kennen dat hij onder de naam A , geboren in 1936, in Nederland heeft gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verzocht M om bewijs aan te leveren waaruit blijkt dat hij A is. In antwoord daarop leverde hij een zogenaamde Attestation de Concordance uit 2012 in. Op verzoek van de Svb verklaarden zowel het pensioenfonds voor metaalbedrijven als de gemeente Halderberge dat M onder de naam M bij hen niet bekend is. De Svb wees het verzoek van M af.

Rechtbank en Centrale Raad van Beroep eens met Svb

De rechtbank verwierp het beroep tegen het besluit van de Svb. Volgens de rechtbank geldt als maatstaf bij de beoordeling van de juistheid van een geboortedatum dat moet worden uitgegaan van de persoonsgegevens zoals deze bij aankomst in Nederland zijn opgegeven. De gerechtigde kan een ander geboortedatum aantonen op basis van andere gegevens. Dit moet met authentieke stukken die tot stand zijn gekomen vóór de datum van binnenkomst in Nederland en op echtheid zijn getoetst. Als de juistheid van die stukken aannemelijker is dan de gegevens die bij binnenkomst in Nederland zijn opgegeven wordt van de andere gegevens uitgegaan. De Attestations de Concordances die M overlegde voldoen niet aan deze voorwaarden. Op de persoonskaart van M kloppen de gegevens van zijn echtgenote ook niet. Met betrekking tot de Attestation de Concordance ten aanzien van zijn overleden echtgenote B, geboren in 1950, geldt volgens de rechtbank dat daaruit niet blijkt waarop de verklaring berust dat zij dezelfde persoon is als C , geboren in 1944. Met betrekking tot de geboorteakte oordeelt de rechtbank dat daarin uitsluitend de naam van M en zijn verdere gegevens zijn vermeld zonder dat de naam A en verdere gegevens zijn vermeld. Niet duidelijk is hoe de naam van M en de naam A zich tot elkaar verhouden en waarom dit een en dezelfde persoon is. De rechtbank concludeert dat M niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij en A dezelfde persoon zijn. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat M onder die naam in Nederland woonde. De Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank.

Commentaar

Mijnheer M vraagt een AOW-uitkering aan en kan geen stukken aanleveren waaruit zijn recht op AOW blijkt . Op de aangeleverde zogenoemde Attestation de Concordance staat een andere naam en geboortedatum. Niet zo verwonderlijk dat het Svb zijn verzoek afwijst. Wel wonderlijk dat M tot aan de Centrale Raad van Beroep doorprocedeert.

Auteur: Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

Bron: Uitspraak Centrale Raad van Beroep 26 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3193

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 31 augustus 2016.