Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Minister geeft ambitieuze planning af voor uitwerking pensioenakkoord

Minister geeft ambitieuze planning af voor uitwerking pensioenakkoord

9 oktober 2019

Minister Koolmees stuurde de Kamer de door hem beloofde planning van de uitwerking van het pensioenakkoord. Hij wil het wetsvoorstel voor het nieuwe pensioenstelsel begin 2021 naar de Kamer sturen.

Pensioenakkoord; een totaalpakket aan afspraken

In zijn brief aan de Tweede Kamer geeft Koolmees aan dat het pensioenakkoord een pakket aan maatregelen betreft met verschillende tijdpaden. Hij geeft in de brief een planning aan van de volgende onderwerpen:

  • De AOW-leeftijd, duurzame inzetbaarheid en ‘zware beroepen’;
  • De uitwerking van de afspraken inzake het tweede pijlerpensioen en de overige pensioenonderwerpen;
  • De onderzoeken in het kader van de uitwerking van het pensioenakkoord.

AOW-leeftijd, duurzame inzetbaarheid en ‘zware beroepen’

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de AOW-leeftijd vanaf 2020 vertraagd stijgt. In juni 2019 werd daarvoor het wetsvoorstel ingediend (zie ons nieuwsbericht van 19 juni) en in juli 2019 werd het door het parlement aanvaard en in het staatsblad gepubliceerd.

De verhoging van de AOW- en de pensioenrichtleeftijd wordt met ingang van 2025 voor 2/3 gekoppeld aan de resterende levensverwachting op 65 jaar. De voorbereidingen voor het wetsvoorstel zijn volgens de minister gestart. De Tweede Kamer wordt voor de zomer van 2020 geïnformeerd over de voortgang.

Voor de duurzame inzetbaarheid gaan de sociale partners en het kabinet onderzoeken of het mogelijk is om het moment van uittreden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45. Men wil dit onderzoek in 2020 afronden.

Eén van de afspraken over duurzame inzetbaarheid en zware beroepen is dat er gedurende vijf jaar een drempelvrijstelling komt in de RVU-heffing. De bedoeling is om het wetsvoorstel hiervoor voor de zomer 2020 bij de Kamer in te dienen. Dit wetsvoorstel wordt gecombineerd met de verruiming van de fiscale ruimte voor verlofsparen en de keuzemogelijkheid om op pensioendatum maximaal 10% van de waarde van het opgebouwde pensioen op te nemen als een bedrag ineens. De minister verwacht dit najaar een internetconsultatie voor dit wetsvoorstel open te stellen.

Vanaf 2021 heeft het kabinet 4 x 200 miljoen euro gereserveerd voor het stimuleren van duurzame inzetbaarheid en het wegnemen van knelpunten bij het realiseren van regelingen die vrijgesteld zijn van de RVU-heffing. De eerste helft van 2020 informeert de minister de Kamer over de vormgeving en voorwaarden van deze regeling.

Medio 2020: hoofdlijnennotie vernieuwd pensioenstelsel

Medio 2020 wil de minister de Kamer een notitie sturen met een uiteenzetting van de hoofdlijnen van het vernieuwde pensioenstelsel, het resultaat van de toets op de Europeesrechtelijke houdbaarheid van dit stelsel en de pensioenopbouw voor zelfstandigen.

De minister streeft ernaar om het wetsvoorstel voor het vernieuwde pensioenstelsel begin 2021 in te dienen bij de Tweede Kamer. Bij de uitwerking hiervan betrekt de minister DNB, AFM, het CPB en pensioenuitvoerders.

De minister heeft de Stichting van de Arbeid samen met de Pensioenfederatie en het Verbond van verzekeraars advies gevraagd over de gewenste vormgeving van het nabestaandenpensioen. Dit advies wordt eind 2019 verwacht. Een kabinetsreactie op dit advies stuurt de minister de Kamer begin 2020. De SER wees in haar advies ‘Naar een nieuw pensioenstelsel’ op het feit dat het nabestaandenpensioen goed geregeld moet zijn in de nieuwe contracten.

De minister is van plan om – naast de opname van een bedrag ineens - andere keuzemogelijkheden te onderzoeken die op termijn kunnen worden toegevoegd aan het tweede pijler pensioenstelsel, zoals het inzetten van een deel van de premie voor het aflossen van een hypotheek, keuze tussen een vaste en variabele uitkering bij andere pensioencontracten en een ‘groener’ pensioen. Onderzoeksresultaten van de laatste twee mogelijkheden wil hij meenemen in de hoofdlijnennotitie die hij medio 2020 naar de Kamer wil sturen.

Toegezegde onderzoeken

De minister heeft het Centraal Planbureau onder meer gevraagd onderzoek te doen naar de effecten van het nieuwe stelsel. En ook over de consequenties van een langdurige lage rente op langere termijn voor het nieuwe pensioencontract. Hij streeft ernaar de uitkomsten van deze onderzoeken in de hoofdlijnennotitie vóór de zomer 2020 te delen met de Tweede Kamer.

Commentaar

Volgens de planningsbrief moet de uitwerking van het pensioenakkoord in april 2020 klaar zijn en wil Koolmees het wetsvoorstel voor het nieuwe stelsel begin 2021 naar de Kamer sturen. Een ambitieus plan gezien de afspraak dat het wetsvoorstel uitsluitend mag worden ingediend als de stuurgroep hierover unaniem eens is en er wel een paar heikele onderwerpen zijn. Zoals de transitie van het huidige naar het nieuwe stelsel en een eventuele compensatie van deelnemers voor de overgang naar een leeftijdsonafhankelijke premie.

Eén heikel punt heeft Koolmees alvast geïsoleerd: de zorgelijke financiële positie van pensioenfondsen en de daarmee samenhangende dreigende kortingen van pensioenuitkeringen. Dit gaat hij, los van de stuurgroep pensioenakkoord, in een apart traject bespreken met de pensioensector. Of dit voldoende blijkt om de indiening van het wetsvoorstel begin 2021 niet in de weg te staan, moet nog blijken.

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 7 oktober 2019

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief 7 oktober 2019, betreffende Planning uitwerking pensioenakkoord