Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Minister Koolmees antwoordt Eerste Kamer over gevolgen stijgende AOW-leeftijd voor ZZP’ers

3 mei 2018

De Eerste Kamer had in maart 2018 nog enkele vragen over de regeling AOW-overbruggingsproblematiek. Minister Koolmees anwoordt met een brief waarin hij aangeeft dat er geen reden is voor aanvullende maatregelen voor ZZP’ers. Die zijn flexibel genoeg om hun vermogen indien nodig te herschikken in de tijd.

AOW-overbruggingsregeling

Tijdens de behandeling van de Verzamelwet pensioenen 2017 stelde de Eerste Kamer de problematiek aan de orde van een mogelijk inkomensgat voor de groep mensen die met vroegpensioen is gegaan. Zij zien zich namelijk vanaf 2022 geconfronteerd met een hogere AOW-leeftijd dan waarop bij ingang van het vroegpensioen is gerekend. Minister Koolmees van SZW gaf aan “het veld” met spoed om cijfers aangaande deze problematiek te vragen. Op 23 februari antwoordde de minister de Eerste Kamer. Op basis van de van het Verbond van Verzekeraars en de Pensioenfederatie ontvangen cijfers concludeert hij dat het geen grote groep mensen betreft. Het gaat om mensen die hun pensioen meer dan vijf jaar naar voren haalden en hierdoor vanaf 2022 te maken krijgen met een inkomensgat vanwege een hogere AOW-leeftijd dan waarop gerekend is. Bij verzekeraars gaat het om ongeveer 100 personen, bij pensioenfondsen waarschijnlijk om enkele duizenden.

De minister geeft aan dat voor sommige groepen de verhoging van de AOW-leeftijd in de periode van vroegpensioen een probleem kan zijn. Andere groepen kunnen dit gat zelf opvangen. Omdat het beeld zo divers is, besloot hij samen met de Staatssecretaris van Financiën tegemoet te komen aan de zorgen van de Eerste Kamer, met name bij de fracties van D66 en CDA. Hij kondigde aan een extra keuzemogelijkheid te creëren, waardoor de variabilisatie van de reeds ingegane pensioenen eenmalig kan worden aangepast indien mensen met een inkomensgat te maken krijgen vanwege een hogere AOW-leeftijd dan waarop gerekend werd. Een dergelijke regeling zal worden opgenomen in de Verzamelwet pensioenen 2019.

Eerste Kamer houdt zorgen

De Eerste Kamer nam met instemming kennis van deze toezegging van de minister, maar hadden nog enkele aanvullende vragen en opmerkingen. Zij houden zorgen dat niet alle groepen in beeld zijn die vanaf 2022 met een inkomensgat te maken kunnen krijgen in verband met de verhoging van de AOW-leeftijd. Daarnaast maken zij zich zorgen over de planning van de Verzamelwet pensioenen 2019. De Eerste Kamer vraag aandacht voor mensen die na 1 januari 2016 met vervroegd pensioen zijn gegaan en hun oudedagsvoorziening op een andere wijze hebben geregeld. Als voorbeeld worden zelfstandige ondernemers genoemd die met de verkoop van een eigen bedrijf of woning hebben beoogd in hun (vroeg)pensioen te voorzien. De toegezegde nieuwe regeling is namelijk niet op hen van toepassing.

Neemt Koolmees de zorgen weg?

In een brief aan de Eerste Kamer van 26 april tracht minister Koolmees deze zorgen weg te nemen. Hij geeft aan dat de AOW-leeftijd vanaf 2022 is gekoppeld aan de levensverwachting. Een verhoging van de AOW-leeftijd vanaf dit moment wordt vijf jaar van te voren aangekondigd. Mensen die méér dan vijf jaar vóór de AOW-leeftijd met vervroegd pensioen gaan, kunnen dus te maken krijgen met een ten tijde van hun pensioeningang niet voorziene stijging van de AOW-leeftijd. Die stijging gaat geleidelijk, met drie maanden per keer.

Volgens Koolmees kunnen mensen met een eigen vermogen, bijvoorbeeld de opbrengst van de verkoop van een bedrijf of woning, hun financiële planning makkelijker aanpassen dan mensen die maandelijks een (vaste) uitkering ontvangen uit een (vroeg)pensioenregeling. Zij hebben de flexibiliteit om het vermogen indien nodig te herschikken in de tijd. Hij geeft daarbij aan dat dit vergelijkbaar is met de toegezegde regeling voor de tweede pijler pensioenen. Ook dit betreft volgens hem herschikken van het eigen pensioen in de tijd.

Koolmees is het eens met de Eerste Kamer dat mensen die het betreft erbij gebaat zijn dat er zo snel mogelijk duidelijkheid ontstaat over de mogelijkheden om het AOW-inkomensgat te overbruggen. Qua handelingsperspectief is er volgens hem echter nog voldoende tijd, aangezien het eventuele inkomensgat zich pas op zijn vroegst in 2021/2022 zal voordoen. De indiening van de Verzamelwet pensioenen 2019 is beoogd vlak na de zomer. Daarmee is deze wet volgens de minister nog steeds een realistische route om de regeling vast te leggen in wetgeving.

Commentaar

De toezegging van de minister om iets aan deze problematiek te doen, was nodig om de Verzamelwet Pensioenen 2017 door de Eerste Kamer te krijgen. Zie ons bericht van 2 januari 2018. Het probleem blijkt van zeer beperkte omvang. Een verhoging van de AOW-ingangsleeftijd wordt vijf jaar van te voren aangekondigd. Alleen degenen die op dat moment al een ingegaan (vroeg)pensioen hebben dat is afgestemd op de verwachte AOW-ingangsleeftijd ten tijde van de ingang van dit (vroeg)pensioen, kunnen hier niet meer op anticiperen. Dat zijn dus mensen die hun pensioen méér dan vijf jaar voor de nieuwe AOW-ingangsdatum hebben laten ingaan. Dat blijken er niet zo veel te zijn, maar desalniettemin komt Koolmees hen tegemoet met een aanvullende regeling. Mensen die hun oudedagsvoorziening op andere wijze invullen dan door middel van een vaste levenslange periodieke uitkering, bijvoorbeeld door te leven van (de opbrengsten van) hun vermogen, hebben nog wel de mogelijkheid om hun inkomstenstroom anders in te richten. Voor hen zijn aanvullende maatregelen dus niet nodig. Er is immers alleen maar sprake van een andere verdeling van de inkomsten in de tijd.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief van de minister van SZW aan de Eerste Kamer van 26 april 2018.

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 2 mei 2018.