Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nadelige gevolgen van beëindiging levensloopregeling

19 juli 2016

Een vrouw maakt zich zorgen over de negatieve gevolgen van beëindiging van de levensloopregeling per 31-12-2021. Volgens staatssecretaris Klijnsma valt het allemaal wel mee. 

Beëindiging levensloopregeling op 31-12-2021

Een vrouw maakt gebruik van het overgangsrecht van de levensloopregeling. De uitvoerder van de levensloopregeling keert het bedrag van de levensloopregeling alleen maar in termijnen uit als de gerechtigde een werkgever heeft. Zo niet dan keert de uitvoerder op uiterlijk 31-12-2021 het gehele levensloopsaldo in een keer uit. De vrouw schrijft een brief aan de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij maakt zich zorgen dat door de uitkering ineens, de partnertoeslag AOW, die haar echtgenoot krijgt, vervalt. Daarnaast komt zij door de eenmalige uitkering in een hoger belastingtarief waardoor de uitkering onevenredig zwaar wordt belast

Staatssecretaris Klijnsma

Klijnsma vindt dat de nadelige gevolgen wel meevallen. Immers voor de partnertoeslag AOW is een uitkering op grond van de levensloopregeling geen inkomen (artikel 2:4, lid 2, onderdeel d Algemeen Inkomensbesluit). Dat betekent dat ook een uitkering ineens niet zou moeten leiden tot beëindiging van het recht op partnertoeslag AOW. Voor de beperking van progressie in de inkomstenbelasting kan mevrouw gebruik maken van de middelingsregeling. Op verzoek van de belastingplichtige worden de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen berekend alsof het totale inkomen over drie jaar is verspreid.

Commentaar 

De levensloopregeling verviel per 1-1-2012. Voor mensen die op 31-12-2011 een hoger saldo op hun levenslooprekening hadden dan € 3.000, geldt een overgangsregeling. Deze overgangsregeling eindigt uiterlijk op 31-12-2021. 

Het komt wel vaker voor dat banken (of andere uitvoerders van een levensloopregeling) de levensloopaanspraak slechts in termijnen uitbetalen als er sprake is van een werkgever. Is er die niet dan betalen ze het levensloopsaldo alleen uit in een bedrag ineens. Dit moeten ze uiterlijk doen op 31-12-2021. Om de extra heffing van inkomstenbelasting tegen te gaan kunnen gerechtigden gebruik maken van de middelingsregeling. Dit kan wel beteken dat ze de ingehouden loonheffing pas na een aantal jaren terug kunnen vorderen.

 

Auteur: Paul Lavrijssen, adviseur Aegon Adfis

Bron: Kamerbrief over nadelige gevolgen beëindiging levensloop, 11 juli 2016

 

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 19 juli 2016