Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zoekveld

Nederland en België lossen pensioenprobleem Nederbelgen op

27 februari 2018

Nederland en België hebben overeenstemming bereikt over een oplossing voor de mogelijk dubbele belastingheffing voor Nederbelgen. Nederland zal geen belasting heffen over het uit Nederland afkomstige pensioen als België het pensioen feitelijk en voldoende belast. Dit leggen beide landen vast in een overeenkomst.

Wat vooraf ging

Nederland en België hebben een verdrag afgesloten ter voorkoming van dubbele belastingheffing. Op grond van dit Verdrag mag België in beginsel belasting heffen over pensioenuitkeringen van in België woonachtige pensioengerechtigden. In de situatie dat het pensioen in België niet tegen het normale tarief belast is en sprake is van een totaal bedrag aan pensioen-, lijfrente en sociale uitkeringen van meer dan € 25.000 per jaar, mag Nederland belasting heffen en kan België deze uitkeringen niet belasten.

Door een uitspraak van de Belgische belastingrechter ontstond onduidelijkheid over hoe Nederlandse pensioenen in België belast werden. Volgens de Belgische belastingrechter is in bepaalde gevallen een bijzonder tarief van toepassing. Volgen de Belgische belastingdienst is het normale tarief van toepassing. Als het bijzondere tarief van toepassing is, mag Nederland onder bepaalde voorwaarden de uitkeringen belasten en moet België daar van afzien. Als het normale tarief van toepassing is, is het omgekeerde het geval.

Omdat niet bij voorbaat vast staat welke situatie van toepassing is, trok de Nederlandse belastingdienst de aan de Nederlandse pensioenuitvoerders verleende vrijstelling voor het inhouden van loonheffing eind vorig jaar in. Daarover ontstond grote commotie er werden Kamervragen gesteld door Pieter Omtzigt van het CDA en Helma Lodders van de VVD. Zie voor een uitgebreide bespreking van de problematiek ons nieuwsbericht van 12 februari 2018.

Reactie van de staatssecretaris van Financiën

Staatssecretaris Snel van Financiën gaf op 12 februari 2018 antwoord op de vragen van Omtzigt. Daarin geeft hij aan het onwenselijk te vinden als belastingplichtigen tussen twee belastingdiensten in komen te zitten omdat zowel Nederland als België de pensioenen in de heffing betrekt. Hij is zich er van bewust dat deze potentiële dubbele heffing tot onrust leidt bij belastingplichtigen en dat een snelle oplossing wenselijk is. Ook de Belgische autoriteiten zijn volgens Snel van mening dat binnen afzienbare tijd een oplossing dient te worden gevonden voor deze problematiek. Hij kondigt in het antwoord aan Omtzigt aan dat er op korte termijn een overleg plaatsvindt tussen de Nederlandse en Belgische bevoegde autoriteiten om te komen tot een passende oplossing.

In een brief van 23 februari 2018 informeert de staatssecretaris de Tweede Kamer over de uitkomsten van dit overleg. Nederland en België hebben na onderling overleg overeenstemming bereikt over een oplossing voor deze problematiek. Nederland en België spraken af dat Nederland geen belasting heft over uit Nederland afkomstige pensioen als België het pensioen feitelijk en voldoende belast. In situaties waarin dit niet het geval is, zal Nederland kunnen heffen en zal België voorkoming van dubbele belasting verlenen. Ook zijn er afspraken gemaakt over de uitwisseling van informatie tussen Nederland en België. Hierdoor weet Nederland in welke situaties het pensioen in België feitelijk en voldoende wordt belast en in welke situaties niet. Met deze afspraken kunnen volgens Snel zowel situaties van dubbele heffing als situaties van dubbele “niet- heffing” worden voorkomen. De gemaakte afspraken werken Nederland en België op zeer korte termijn uit in een overeenkomst, die zal worden gepubliceerd. Vervolgens zal de Belastingdienst aan de hand van deze overeenkomst de situaties van dubbele heffing de zijn ontstaan ongedaan kunnen maken. In afwachting van deze definitieve overeenkomst vraagt de staatssecretaris uitstel voor de beantwoording van de vragen van Lodders. Dat biedt hem de mogelijkheid om bij de beantwoording van die vragen de Tweede Kamer nader te informeren over de definitieve overeenkomst tussen Nederland en België.

Commentaar

Een snelle reactie van de staatssecretaris. Maar eigenlijk is het verbazingwekkend dat die nodig was. Een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing dient er voor om vast te stellen welke verdragspartner belasting mag heffen over een bepaald inkomensbestanddeel. Zoals wij aangaven in ons nieuwsbericht van 12 februari kan het op grond van het verdrag tussen Nederland en België niet zo zijn dat pensioenen dubbel belast worden. Er is óf sprake van heffing door België op basis van het normale tarief (in welk geval België heffingsbevoegd is en Nederland niet) óf geen sprake van feitelijke en voldoende heffing als bedoeld in het verdrag door België (in welk geval Nederland heffingsbevoegd is en België niet). In zoverre is de uitkomst van het overleg dat Nederland geen belasting heft als België het pensioen feitelijk en voldoende belast niet verbazingwekkend. Dat staat namelijk exact zo in het Verdrag! De dubbele heffing trad op doordat beide landen geen overleg pleegden, hetgeen op grond van artikel 18 vijfde lid van het Verdrag wel zou moeten. Dit artikellid schrijft namelijk voor dat de bevoegde autoriteiten in onderling overleg uitvoeringsgeschriften vaststellen voor de toepassing van het pensioenartikel. Zoals de staatssecretaris in zijn antwoord aan Omtzigt concludeert, hebben de bevoegde autoriteiten hieraan geen gevolg gegeven.

Inmiddels dus wel door de aangekondigde overeenkomst. Daarmee is de onduidelijkheid in ieder geval weg en komt vast te staan welk land mag heffen. Onduidelijk blijft of Nederbelgen wiens pensioen door België belast mag worden nu weer een vrijstelling kunnen aanvragen zodat de pensioenuitvoerder geen loonheffing hoeft in te houden. Loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Als de pensioenuitvoerder geen vrijstelling krijgt, moet hij loonheffing inhouden ook als naderhand bij de aanslag inkomstenbelasting blijkt dat Nederland niet mag heffen en er dus sprake is van te veel ingehouden loonheffing die wordt teruggeven aan de belastingplichtige. Tussen de inhouding van de loonheffing en het opleggen van de aanslag en het teruggeven van de loonbelasting zit enige tijd. Gedurende die periode heeft de desbetreffende Nederbelg dus een lager besteedbaar inkomen dan vóór de intrekking van de vrijstelling.

Auteur: Herman Kappelle, directeur Aegon Adfis

Bron: Brief van de staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer van 23 februari 2018

Dit bericht is opgesteld naar de stand van zaken op 27 februari 2018.