Skip to main content

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Search form

Nederland mag pensioenuitkering in Portugal belasten

18 april 2017

X woont in Portugal en ontvangt een pensioenuitkering uit Nederland. Portugal betrekt dit pensioen voor minder dan 90% in de heffing. Volgens de rechtbank bepaalt het belastingverdrag dat Nederland volledig mag heffen.

Emigratie naar Portugal en pensioenuitkering

Mijnheer X emigreerde in 2001 naar Portugal. In 2012 ontving hij een pensioenuitkering van een Nederlands pensioenfonds van € 92.304. Het fonds hield € 29.986 aan loonheffing in. De opbouw van dit pensioen vond belastingvrij plaats: zowel de werkgeversbijdragen als de werknemersbijdragen vormden vrijgesteld loon.

X gaf in zijn Portugese aangifte voor de inkomstenbelasting 2012 € 13.845 (op grond van de Portugese belastingwetgeving 15% van € 92.304) aan. Portugal belastte dit met het reguliere tarief. X vroeg de Nederlandse Belastingdienst om vrijstelling van inhouding van loonbelasting. De inspecteur weigerde dit. Hierop ging X in bezwaar en beroep. De belangrijkste vraag waarover X en de inspecteur van mening verschillen is: rekende de inspecteur het pensioen terecht en tot het juiste bedrag tot het belastbare inkomen uit werk en woning? Meer specifiek: paste de inspecteur artikel 18 van het Verdrag tussen Nederland en Portugal ter voorkoming van dubbele belastingheffing (Verdrag) op juiste wijze toe?

De rechtbank Zeeland-West-Brabant deed uitspraak.

Rechtbank: Nederland mag heffen

Volgens de Portugese inkomstenbelasting is de grondslag voor de heffing in Portugal 15% van het pensioen. Het Verdrag wijst de heffingsbevoegdheid over een pensioenuitkering toe aan het woonland (hier Portugal). De bronstaat (Nederland) mag echter heffen wanneer de pensioenuitkering in de woonstaat voor minder dan 90% “in de belastingheffing wordt betrokken”. En dat is volgens de rechtbank het geval. Nederland mag dus belasting heffen over de volledige uitkering.

Commentaar

Deze procedure gaat over de vraag of Nederland over de volledige uitkering mag heffen wanneer Portugal maar 15% van een pensioenuitkering daadwerkelijk belast. Bron van de discussie is de uitleg van artikel 18 van het Verdrag. Uit de tekst van dat artikel leidt de rechtbank af dat voor pensioentermijnen de woonstaat (= staat waarvan de belastingplichtige inwoner is) bevoegd is om de pensioentermijnen in de belastingheffing te betrekken. Hiervan moet worden afgeweken wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid van artikel 18. Op grond van dit tweede lid mag de bronstaat (Nederland) het pensioen belasten als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

a. de aanspraak op het pensioen in Nederland is

  • vrijgesteld of
  • de bijdragen aan de pensioenregeling of de verzekeringsmaatschappij zijn in het verleden bij het bepalen van het belastbare inkomen in Nederland in aftrek gebracht of
  • anderszins in Nederland in aanmerking gekomen voor fiscale facilitering;

 

b. het pensioen in Portugal wordt

  • voor minder dan 90 procent in de belastingheffing betrokken of
  • daar niet belast naar het algemene tarief geldend voor inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid;

 

c. het brutobedrag van het pensioen in het kalenderjaar bedraagt meer dan € 10.000.

Over a. en c. bestaat geen discussie. Het geschil gaat om de vraag of het brutobedrag van het pensioen voor minder dan 90% in de belastingheffing van Portugal wordt betrokken. Na een analyse van het Verdrag en de Portugese Wet op de inkomstenbelasting meent de rechtbank van wel en geeft de inspecteur gelijk.

In een vergelijkbare zaak oordeelde het Gerechtshof Den Haag in 2015 anders (zie ook ons nieuwsbericht van 4 mei 2015). Het hof concludeerde in die zaak dat de pensioenuitkering volgens de Portugese inkomstenbelasting voor het geheel in Portugal belastbaar is. Volgens het hof staat daarmee vast dat de pensioenuitkering in Portugal voor meer dan 90% in de belastingheffing wordt betrokken, ook al vormt maar 15% van de uitkering de grondslag voor die belastingheffing.

Het zou ons niet verbazen dat X in hoger beroep gaat tegen de uitspraak van de rechtbank.

Auteur:  Erik Schouten, internationaal adviseur AEGON Adfis

Bron: Uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 februari 2017