Overslaan en naar de inhoud gaan

Welkom username.

Uw vorige bezoek was op 00-00-0000 om 00:00 uur

Zakelijk Adfis Nieuws Niet uitbetaald DGA pensioen na afkoop volledig belast

Niet uitbetaald DGA pensioen na afkoop volledig belast

28 juni 2021

Door pensioen-bv niet uitbetaald pensioen na afkoop is terecht belast in box 1. Rechtbank Den Haag oordeelt dat X de volledige aanspraak genoot op het moment onmiddellijk voorafgaand aan de afkoop. Het niet ontvangen pensioen kan niet worden aangemerkt als negatief loon.

BV heeft niet voldoende middelen voor volledige pensioenuitkering

X en zijn broer zijn ieder 50% aandeelhouder in een BV. De BV houdt alle aandelen in een pensioen-bv. Op de balans van pensioen-bv staan pensioenvoorzieningen ten behoeve van X en zijn broer.

De pensioen-bv koopt het pensioen van X eind 2017 af. De BV houdt loonbelasting in. Nadat de pensioen-bv de loonheffing heeft afgedragen, heeft zij te weinig liquide middelen om het netto-pensioen van X volledig uit te betalen. De pensioen-bv blijft X daarom € 79.070 schuldig. De BV is op 31 juli 2018 geliquideerd.

In geschil is of het bedrag van € 79.070 in 2017 in mindering kan worden gebracht op het inkomen uit werk en woning.

Niet uitbetaalde pensioen volledig belast

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X de volledige aanspraak op het moment onmiddellijk voorafgaand aan de afkoop op 31 december 2017 heeft genoten. Dit volgt uit artikel 19b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Daarin staat:

“Ingeval op enig tijdstip:

(...)

b. een aanspraak ingevolge een pensioenregeling wordt afgekocht (...);

(...)

wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking van de werknemer of gewezen werknemer (...).”

X stelt dat het niet ontvangen pensioen in het jaar 2017 moet worden aangemerkt als negatief loon, omdat hij dit deel van zijn pensioen niet heeft genoten. Die stelling verwerpt de rechtbank. Volgens de rechtbank had X tot de liquidatie van de pensioen-bv in 2018 nog een aanspraak op het niet-ontvangen pensioen.

Ook de subsidiaire stelling van X treft geen doel. X stelde zich subsidiair op het standpunt dat de vordering in 2017 ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden moet worden afgewaardeerd. Naar het oordeel van de rechtbank kan ook dit standpunt niet leiden tot een gegrond beroep. Daartoe overweegt de rechtbank dat “vermogensbestanddelen die ter beschikking zijn gesteld als bedoeld in artikel 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001 op de openingsbalans te boek worden gesteld op de waarde in het economische verkeer. Gelet op de vermogenstoestand van [B.V. 2] BV moet voor eiser duidelijk zijn geweest dat de vordering die hij op 31 december 2017 op [B.V. 2] BV heeft verkregen niet inbaar zou zijn. De waarde in het economische verkeer van de vordering bedraagt dan ook nihil, zodat afwaardering ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden niet aan de orde is.”

Het gelijk is aan de inspecteur, aldus de rechtbank.

Commentaar

Het oordeel van de rechtbank mag niet geheel een verrassing voor X zijn. Immers, de wet is er duidelijk over dat afkoop van een pensioenaanspraak wordt aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking op het moment voorafgaand aan het tijdstip van afkoop. De door X aangevoerde stellingen van negatief loon en afwaardering van de vordering zijn weliswaar slim gevonden maar worden door de rechtbank niet gevolgd. Of X in beroep is gegaan tegen deze uitspraak is ons niet bekend.

Dit bericht is geschreven naar de stand van zaken op 28juni 2021

Auteur: Vera Hek, adviseur Aegon Adfis

Bron: Rechtbank Den Haag, 18 februari 2021; publicatiedatum 21 juni 2021; ECLI:NL:RBDHA:2021:1996